De Bovenbazen (60)

‘Kalm, jongens,’ sprak nu één der bovenbazen die tot dusverre gezwegen had. ‘Er is toch helemaal geen reden voor al dit misbaar? Het is immers nog niet te laat?’

Er viel een stilte. Het was duidelijk dat deze eenvoudige woorden de anderen aan het denken zetten en Nahum Grind was de eerste die ze doorhad.

‘Het is nog niet te laat!’ riep hij uit. ‘Dankzij obb zijn we nog op tijd!’

‘Goeie, ouwe obb!’ riep nu ook de heer Steinhacker. ‘Gelukkig dat je zo waakzaam bent!’

‘Ja, wat een neus!’ juichte de plasticvorst. ‘Door obb hebben we de uitvinding van de eeuwigdurende beweging in handen gekregen! Kranig, jongen! Knap hoor!’

Heer Ollie had moeite om dit alles te verwerken. Veel van het gehoorde ging hem boven het begrip – en ook was het hem niet duidelijk waarom de stemming zo ineens veranderd was. Maar hij begreep dat hij door deze hooggeplaatste lieden weer naar waarde geschat werd en daar knapte hij van op.

‘Och ja,’ sprak hij met een bescheiden lachje, ‘toen ik die futvoeder zag, begreep ik direct dat hij belangrijk was. Dit is het, dacht ik, als u begrijpt wat ik bedoel. En daarom…’

‘Juist!’ onderbrak de heer Grind, zich onverwacht omdraaiend. Zijn glimlach was verdwenen en er glom een koud lichtje in zijn ogen toen hij hernam: ‘En daarom moet je zorgen dat die uitvinding vernietigd wordt!’

‘Precies,’ vulde aws aan. ‘De uitvinding en óók de uitvinder! Zorg daarvoor obb! Ze moeten vernietigd worden!’