Wordt de foto van Beatrix nog gered?

Het nieuwe kantoor van Henri De Wijkerslooth is bijna ingericht. Hoe ziet een werkdag er uit van de burgemeester die vorige week zijn gemeentehuis verloor?

„Blussen dan!” Dat riep Henri de Wijkerslooth, burgemeester van Waalre, toen de centrale meldkamer hem acht nachten geleden wakker belde. Zijn gemeentehuis stond in brand, en de burgemeester had nog hoop. Hij was ver weg, in een hotel in Lucca, Italië. Te ver weg om te beseffen dat blussen niet zou helpen. Zijn gemeentehuis was doelwit van een aanslag met twee binnenrijdende auto’s – en de brand bleek te groot. „Kom”, zei hij de volgende ochtend tegen zijn vrouw. „We rijden naar huis.”

Baron Henri de Wijkerslooth de Weerdesteijn – telg uit een oud adellijk geslacht, oud-diplomaat van Duitsland tot in Kenia – is nu een week crisisburgemeester te Waalre. Een week volgepakt met de ene noodzaak na de andere. De beveiliging van het oude pand tegen instortingsgevaar. De verzekering. Het op poten zetten van een noodloket voor burgerzaken. De verhuizing van 130 ambtenaren naar nieuwe kantoorruimte.

Neem een dag als gisteren. Om half acht naar het nieuwe, tijdelijke gebouw van de gemeente. Wachten op drie vrachtwagens vol bureaus en kantoorstoelen, een cadeautje uit het Overijsselse Hardenberg. Om tien uur: collegevergadering in de brandweerkazerne, die dienst doet als noodloket. Elf uur: overleg met commissaris van de koningin in Noord-Brabant Wim van de Donk, met de hoofdofficier van justitie uit Den Bosch, en de korpschef van de politie. Zeggen tegen hen dat de aanval op het gemeentehuis niet op zich staat. Zeggen dat de brand een nieuw voorbeeld is van agressie tegen de overheid, of het doelwit nu agenten zijn of een gemeentehuis opgetrokken uit steen. De vraag stellen: hoe keer je dit om?

Dan is het twaalf uur. Burgemeester De Wijkerslooth en zijn bezoek stappen in gereedstaande Audi’s, Volvo’s en Citroëns, en rijden naar het afgebrande gemeentehuis. Hekwerk, bespannen met zwarte doeken, omheint het pand. De burgemeester en zijn bezoek stappen uit. Tijd voor een rondleiding op de plaats delict. Langs de vooringang, een zwart geraamte onder een afdak van gesprongen ruiten. Langs het monumentale deel, van omstreeks 1930: gevelmuren met erachter niets. „Mijn grootste zorg”, zegt de burgemeester, „is dat die muren instorten. Dat er net nieuwsgierige bezoekers tussen de hekken zijn doorgeglipt, en er alsnog slachtoffers vallen.” Het bezoek houdt halt voor de burgemeesterskamer. De buitenmuren zien er ongehavend uit. „Van binnen”, zegt de burgemeester, „is het pikzwart. De stank van de roet gaat waarschijnlijk nooit meer weg.” „Het is triest”, zegt commissaris Van de Donk. „Macaber”, zegt de burgemeester.

Journalisten staan klaar bij de opening in het hekwerk. ANP, NOS, Studio 040, Hart van Nederland. De VVD-burgemeester stapt op hen af. Hij glimlacht, strekt zijn armen langs zijn lichaam, en buigt zijn rug licht voorover als hij spreekt in de microfoon. „Ja, de ravage is iedere keer schokkend... Nee, er is nog niets bekend over het politieonderzoek... De veertig beste rechercheurs zitten er bovenop... Inwoners kunnen het pand niet van dichtbij zien, nee... De gevelmuren wankelen... Idee is die muren, voor de veiligheid, gecontroleerd te laten afbreken...”

Die laatste zin is zijn taal niet, zal hij later zeggen. Te formeel. Gecontroleerd laten afbreken. Eerst zei hij: slopen. Gewonemensentaal. Maar het zaaide verwarring. ‘Snelle sloop dreigt voor gemeentehuis Waalre’, kopten kranten. Ho, dacht de burgemeester, dat bedoelde hij ook weer niet, schade-experts moeten zich nog beraden over de toekomst van het pand. Dus is het nu: ‘gecontroleerd laten afbreken.’ Vaktaal voor een crisismanager.

Eén uur. Terug op de brandweerkazerne. Airco ontbreekt en het is heet. De burgemeester zit aan een tafel met de drie Waalrese wethouders en de gemeentesecretaris. Ze zwijgen en noteren welke spullen op hun werkplek lagen toen de brand uitbrak. Het leidt tot gesprekken over prullenmanden en plantenbakken, of ze die ook moeten noteren. Ja ja, concluderen ze, het moet van de verzekering.

De burgemeester kijkt op. Hij zoekt naar de merknaam van die Duitse vulpen, uit zijn periode daar als diplomaat. „Ja, Pelikan!” „En je dinky toys?” zegt de gemeentesecretaris. B en W lachen. De Wijkerslooth legt uit. „De dinky toys. Klassieke auto’s zijn een hobby van me. Twee waar ik vroeger in reed, had ik op mijn werkplek in het klein. Een Triumph TR6 en een Volvo P1800.” Het ergst vindt hij het verlies van een foto van Beatrix en Claus. Ingelijst, met hun handtekeningen erop. Een bedankje voor de koninklijke ontvangsten die De Wijkerslooth organiseerde als diplomaat. „Ik hoop dat die gered kan worden.”

Onveilig voelt hij zich na de brand niet, zegt de burgemeester tussen de bedrijven door. „Hoogstens onprettig.” Het huis van de burgemeester werd na de brand een dag beveiligd door een politiewagen. Een jaar geleden werd zijn woonhuis al voorzien van camera’s en versterkt glas. Een preventieve maatregel op advies van de politie. Een besluit over een bestemmingplan voor het woonwagenkamp in Waalre zou slecht kunnen vallen: geen bedrijven werden meer toegestaan in het kamp, zoals autosloperijen. Prompt na de brand wezen beschuldigende vingers naar de woonwagenbewoners. „Aan mij de taak dat aan die verleiding weerstand wordt geboden”, zegt de burgemeester. „Dat blijf ik doen, het hoort bij mijn vak.” De Wijkerslooth overwoog om de kampbewoners daags na de brand te bezoeken. Om te zeggen: „Denk eraan, ik beschuldig niemand.” Zijn communicatieadviseurs raadden het hem af. Dan zou hij ze apart aandacht geven. De burgemeester ging niet.

Drie uur. De Wijkerslooth stapt in zijn auto. Een dinky toy in het groot. MGB GT. Geel, laag, de neus lang, het stuur rechts. Hij parkeert bij het kantoorpand waar hij en de Waalrese ambtenaren voorlopig hun intrek zullen nemen. Een modern gebouw in een kantorenpark. Buiten staat nog een restje tafels uit Hardenberg. De meeste staan al binnen. Een verhuisteam deed vanmorgen het sjouwwerk, geholpen door een dertigtal ambtenaren. De burgemeester stapt het pand in. Het is er koel, een verademing na de hitte in de kazerne. Een ambtenaar leidt de burgemeester rond. „Hier komt team-WMO... hier KCC... hier B&U... hier de flexplek jeugd en gezin.” Kamer na kamer met stoelen onder gerangschikte bureaus, klaar voor gebruik. „Ongelooflijk”, roept de burgemeester. „Potverdorie.”

Zijn telefoon gaat. Hij loopt weg, luistert, knikt, hangt op. „Morgen hangt hier op de gevel een bord”, zegt hij. „Drie meter breed en veertig centimeter hoog. Er staat op: gemeentehuis.”