Verwijdering van asbest gaat al jaren niet goed

Als het om de verwijdering van asbest gaat, houden bedrijven zich al jaren niet aan de regels. Maar ook het toezicht op de verwijdering faalt.

De asbestaffaire in de Utrechtse wijk Kanaleneiland onderstreept wat betrokkenen al langer weten: het gaat al jaren niet goed met het verwijderen van asbest in Nederland. Bedrijven houden zich onvoldoende aan de regels en toezichthoudende instanties schieten tekort.

De ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en Infrastructuur en Milieu constateren dat in rapport na rapport, zonder dat er merkbare verbetering optreedt.

Eind vorig jaar publiceerde de Inspectie SZW (voorheen de arbeidsinspectie) de resultaten van een onderzoek dat liep in 2009 en 2010. Van vijftig bedrijven die eerder waren bestraft omdat ze fouten hadden gemaakt bij asbestverwijdering, werkten er bij een nieuwe controle 48 nog steeds niet volgens de regels. Bij steekproeven op 1.200 andere werkplekken, constateerde de inspectie op 650 locaties overtredingen.

Alexander Koenders, voorzitter van VOAM, de vereniging van bedrijven die gebouwen onderzoeken op asbest, plaatst kantekeningen bij deze conclusies. „Alle overtredingen worden op één hoop gegooid, terwijl er natuurlijk een verschil is tussen een bedrijf dat de papieren niet op orde heeft, of een bedrijf waar de asbest over het terrein waait. Laten we ons concentreren op die malafide ondernemingen.”

Maar niet alleen het bedrijfsleven faalt. De inspectie van het ministerie van Milieu maakte in februari van 2011 bekend dat bij tweederde van de gemeenten de uitvoering van de asbesttaken beter moet. Preventie, toezicht op en handhaving van de vergunningen en meldingen moeten beter. In 2009 verscheen een rapport met precies dezelfde conclusie.

Het toezicht op de asbestsector is versplinterd. Naast de Inspectie SZW en de gemeente zijn onder andere ook provincies, regionale uitvoeringsdiensten en de Inspectie Leefomgeving en Transport betrokken. De sector doet ook aan zelfregulering. Bedrijven kunnen een certificaat aanvragen bij een door de branche opgerichte keuringsinstelling. Deze organisaties staan op hun beurt weer onder controle van de de Raad voor Accreditatie en de Inspectie van het ministerie van SZW.

Als de overheid vindt dat het huidige toezichtsysteem niet functioneert, moet het de regie meer naar zich toetrekken, zegt Koenders. „Dan moeten ze het vergunningenstelsel zelf in de hand nemen.”

Zo ver is het nog niet. In het in mei gepubliceerde rapport Aanpak van asbest 2012-2015 maakte de inspectie SZW wel bekend dat de boetes voor het onveilig verwijderen van asbest zijn verdubbeld. In 2015 moeten tweehonderd van de driehonderd bedrijven die asbest verwijderen werken volgens de regels. Dat betekent dat de naleving met 45 procent moet stijgen ten opzichte van 2010. Er zijn tien speciale asbestinspecteurs aangesteld die hierop moeten toezien.