Stevige zuidwester belooft weinig goeds

De olympische roeibaan ligt er prachtig bij, maar schijn bedriegt. Een verkeerde windrichting zorgt voor ongelijke omstandigheden: zijwind en golfslag.

Grazende schapen, rimpelloos water en een oorverdovende stilte. De hectiek van het Olympisch Park is ver weg bij de zonovergoten roeibaan in Dorney, ten westen van Londen. Met uitzicht op Windsor Castle had de eerste training van de net aangekomen Nederlandse roeiers gisteren meer weg van een potje zomeravondroeien.

Maar de weersomstandigheden zouden wel eens bedrieglijk kunnen zijn. Een stevige zuidwestenwind, haaks op de roeibaan, heeft Dorney een reputatie bezorgd van verwaaide wedstrijden. In de roeisport bestaat vrees over het eerlijke verloop van de Spelen. De weersvoorspelling voor de komende week – windkracht 4 uit het zuidwesten – belooft weinig goeds voor de finales.

Josy Verdonkschot, bondscoach van de Italiaanse vrouwen, herinnert zich een stormachtige wereldbekerwedstrijd op dezelfde baan in 2005. Wereldroeibond FISA goochelde met baanindelingen en boeien, in een poging zo eerlijk mogelijke finales te krijgen, waarna vier Nederlandse boten buiten de medailles roeiden. Ook in 2006, toen Marit van Eupen haar tweede van drie wereldtitels in de lichte skiff behaalde, waren de weersomstandigheden bij Londen op het randje van het toelaatbare.

Verdonkschot sprak bij de roeibaan al met enkele bezorgde collega’s. „Ik ben niet de enige met twijfels over de geschiktheid van Dorney. Kijk naar de start van de finale van de WK bij de lichte skiffeurs in 2006. Gerard van der Linden waaide uit zijn eigen baan naar de buitenste. Maar een aanvaring werd het niet, omdat de Japanner naast hem al zo ongeveer op het grind lag.”

Dorney Lake ligt nabij het chique Ascot, bekend van de traditierijke paardenraces. De richting van het kunstmatige meer is niet bewust gekozen, maar bepaald door de lijn van een grindafgraving. Eigenaar is de elitaire kostschool Eton College, dat 17 miljoen pond betaalde voor de aanleg. Het olympische organisatiecomité financierde – deels tijdelijke – tribunes met 20.000 zitplaatsen. Vrijwilligers wijzen trots op het botenhuis in klassieke stijl en de innovatieve cameralijn over de volle twee kilometer.

Niets lijkt de olympische wedstrijden in de weg te staan – behalve de wind. Roeien is nu eenmaal een buitensport waarbij ook weersomstandigheden invloed hebben. Het schrikbeeld voor de FISA is oneerlijke olympische finales. Nederland zou in dat geval nog aan de meest faire races deelnemen, want de mannen- en vrouwenacht waarop de KNRB heeft ingezet, zijn minder gevoelig voor zijwind en golfslag dan de ranke skiffs.

Het olympische organisatiecomité sprak vorig jaar mei zijn zorg uit over de situatie, nadat een lokale regatta halverwege was gestaakt. Uitstel van de olympische wedstrijd is geen optie, in verband met het olympische kanotoernooi na het roeien. De FISA wilde geen risico nemen en testte vorig jaar bij de wereldbekerwedstrijd van München met timetrials – achter elkaar in dezelfde baan roeien in plaats van naast elkaar.

Verdonkschot verwacht dat de FISA, zoals eerder aangekondigd, bij oneerlijke weersomstandigheden ervoor kiest de voorronden met timetrials te beslissen en de wereldwijd uitgezonden finales met echte races. Dat omwille van het imago van de roeisport. Dit zou betekenen dat beslissend baanvoordeel is te halen in de voorronden. „Het is niet echt te zien aan golven, maar zijwind kan de ploegen in de gunstigste banen seconden voordeel opleveren.”

De FISA zal op hetzelfde verloop als bij de Zomerspelen van Athene hopen. De voorspelling was in 2004 dat de meltemi – de straffe, Griekse landwind – de roeiers zou hinderen. Een jaar eerder was bij de WK voor junioren uit nood nog van 1.000 meter in plaats van 2.000 meter gestart. Maar juist in de olympische finale-uren was het bijna windstil op de roeibaan in Schinias – net als gisteren in Dorney.

Jan Klerks, coach van de Nederlandse zware en lichte vrouwendubbeltwee, weigert te klagen over de voorspellingen. „Het was absurd in 2005 en 2006, dat heeft de baan wel een mindere naam bezorgd. Maar met een sport op wijd water is het onvermijdelijk dat het weer een rol speelt. In Sydney [2000] konden we de eerste dag het water niet eens op. We moeten oppassen dat we niet verschrikkelijk lopen zeuren. Dan denkt het IOC misschien: laten we die vervelende roeiers maar van het programma halen.”

Klerks stelt dat de meeste roeiers zich weinig aantrekken van de weersomstandigheden. Zo ook de Australiërs David Crawshay en Scott Brennan, de olympisch kampioenen in de mannendubbeltwee van Peking 2008. Ze stappen deze middag bezweet in de shuttlebus na een fietstocht rond de roeibaan. „Vandaag was het fantastisch en als het straks waait, zal iedereen nog steeds dezelfde twee kilometer moeten varen”, haalt Crawshay zijn schouders op.

Ook Verdonkschot zegt dat hij niet anders kan dan zijn roeisters zo goed mogelijk voor te bereiden. „Joop Alberda [chef de mission van NOC*NSF in Sydney] zei: erger je niet, verwonder je slechts. Zo is het ook. Schelden heeft geen zin meer, je moet de omstandigheden accepteren zoals ze zijn. Zorg dat je mentaal klaar bent en dat je de sterkste bent. Als het dan een loterij wordt, heb je in ieder geval de meeste lootjes.”