Schildersdorp raakt zijn ateliers kwijt

Het Noord-Hollandse kustdorp Bergen dankt veel van zijn artistieke sfeer aan de atelierwoningen van kunstenaars. Vele daarvan worden met sloop bedreigd.

Het atelier van kunstenaar Jaap Min aan het Wiertdijkje in Bergen, met zijn dochters Rita (links), Annet en Willemien. Foto Bram Budel

„De artistieke adem is op tal van plekken uit het kunstenaarsdorp Bergen verdwenen”, zegt historicus Frits David Zeiler. „Veel ateliers van vooraanstaande Bergense schilders staan op het punt van verdwijnen of zijn al weg, omdat ze onvoldoende beschermd zijn.”

Het Noord-Hollandse Bergen geldt als het dorp par excellence voor schilders, dichters, componisten, schrijvers en beeldhouwers. Het kunstzinnige verleden is volgens Zeiler het belangrijkste kapitaal van het ook voor badgasten zeer aantrekkelijke plaatsje en het mag beslist geen Zandvoort worden met accent op horeca, badgasten en toeristen. Binnenkort adviseert de Monumentencommissie burgemeester en wethouders over de toekomst van een aantal atelierwoningen en kunstenaarshuizen.

Ook André Thomsen, emeritus hoogleraar Woningbeheer aan de Technische Universiteit van Delft, maakt zich zorgen over het schildersdorp. We staan in de Boendermakerhof, een intiem hofje gebouwd in de jaren vijftig. In het hart ervan bevindt zich de Kunstzaal uit 1928. De dichter/schilder Lucebert had hier zijn atelier. De Kunstzaal is een laag gebouw dat fraai harmonieert met de omliggende huizen van één verdieping hoog. De gemeente Bergen en Woningcorporatie Kennemer Wonen hebben andere plannen: de huizen moeten plaatsmaken voor nieuwbouw van zeven meter hoog. Luceberts atelier zal daardoor in een „verweesd, schriel gebouwtje veranderen”, aldus Thomsen.

Thomsen is voorzitter van het Kunstenaars Centrum Bergen (KCB) en met Zeiler betrokken bij publicaties als Hier is het paradijs niet verloren. Schrijvers over Bergen aan zee en De eerste kunstenaars in Bergen (NH) rond 1900. Ze zetten zich al een tijdlang in voor het behoud van tal van ateliers en schildershuizen in Bergen. Volgens Zeiler is het „kunstenaarsdorp er niet langer voor kunstenaars”. Van de 180 leden die bij de KCB zijn aangesloten, kan tegenwoordig slechts een klein aantal van de kunst leven. Ze werken ernaast als leraar of kapper. Tot in de jaren tachtig bouwde de gemeente woon- en werkruimte met lage huurprijzen. Zeiler: „Als een kunstenaarswoning op de vrije markt komt en een prijs van rond de miljoen opbrengt, dan wordt de woning ofwel gesloopt om plaats te maken voor nieuwbouw of zodanig verbouwd dat er van het schilderkunstige verleden niets overblijft. Zo verliest Bergen zijn artistieke belang.”

Een rondwandeling door het dorp toont de onherkenbaar veranderde atelierwoningen van schilders, tekenaars en beeldhouwers als Job Graadt van Roggen, Arnout Colnot en Henk van den Idsert. Meestal is de familie niet in staat de huizen met hun historische betekenis te behouden. Toch wordt naar oplossingen gezocht. Verscholen in een hoek aan de westelijke kant tegen de duinenrij, aan het Wiertdijkje, ligt het woonhuis annex atelier van de schilder en monumentaal werkend kunstenaar Jaap Min (1914-1987). De stolpboerderij werd gebouwd aan het eind van de negentiende eeuw. Min heeft hier zijn leven lang gewerkt. Zijn dochter Rita Min en kleinzoon Jorn Mols zijn initiatiefnemers om het huis te bewaren voor de toekomst. De nieuwe bestemming zou het Jaap Min Schildershuis moeten zijn, geïnspireerd door het Roland Holst Huis in hetzelfde dorp, aan de Nesdijk. Tegen een betrekkelijk geringe vergoeding kunnen dichters en schrijvers zich geruime tijd terugtrekken. Rita Min: „Dit inspirerende atelierhuis zou een plek zijn waar beeldende kunstenaars in residence kunnen werken, exposeren, tentoonstellingen organiseren en workshops geven.” Voorts kan het huis volgens haar dienst doen als uitvalsbasis voor kunstzinnige activiteiten in Bergen en omgeving.

De toekomst van het huis is echter ongewis als er geen financiële steun van derden zou komen. Dat kan de Gemeente Bergen zijn, of Monumentenzorg en andere instanties en particuliere investeerders die erfgoed van belang achten. Volgens Aletta Hekker, wethouder cultuur (D66), zijn er verregaande plannen om het huis van Jaap Min als gemeentelijk monument aan te wijzen. Hiermee zou sloop voorkomen worden. Ook bereidt zij dit najaar een Kunst- en Cultuurplan voor om het culturele klimaat te stimuleren. In dit opzicht is zij zich ervan bewust dat „Bergen het kunstenaarsdorp moet blijven dat het door de tijd heen is geweest”.

Mocht het huis desondanks in de verkoop komen, dan zal het zo goed als zeker gesloopt worden. „De plek is goud waard”, zegt Thomsen. „Ik heb onderzoek gedaan naar sloop en sloopmotieven in Nederland en daarbuiten, ook in Bergen. Het merendeel van de kapitaalkrachtige nieuwkomers in Bergen is niet op zoek naar een woning, maar naar bouwgrond voor villa’s. Van architecten en aannemers krijgen ze te horen dat sloop en nieuwbouw goedkoper is dan renovatie.”

Volgens Frits David Zeiler dient een kunstenaarshuis als dat van Jaap Min tot beschermd monument te worden verklaard. Zeiler: „Sloopvergunningen geeft de gemeente makkelijk af. Tenzij een pand tot cultureel erfgoed behoort. Het moet dan aan voorwaarden voldoen, waarvan de belangrijkste is dat de ‘band tussen kunstenaar en woon- en atelierruimte aantoonbaar is’. Ook moet het huis van architectonische waarde zijn en bijdragen tot de historische en artistieke sfeer van de omgeving.”

Voor Zeiler wringt daar de schoen: „Een particulier zet zich zelden in voor de geschiedenis van een pand. Tal van de oorspronkelijke huizen in Bergen hebben een artistiek verleden. Het plan om van de schilderswoning van Jaap Min een kunstenaarshuis te maken, is de enige mogelijkheid om deze historische plek een toekomstig bestaan te garanderen. Het idee verdient navolging, ook voor een jonge generatie kunstenaars. Alleen al om nieuwe bewoners bewust te maken van het belangrijke kunstzinnige verleden van Bergen.”