Rondzwalken op onbekend terrein

Standaardrecepten voor crisisbestrijding werken niet in de eurocrisis. Dus proberen de politici maar wat. Stekker erin. Stekker eruit.

Redacteur Macro-economie

Rotterdam. De Europese leiders doen maar wat. Na tweeënhalf jaar Europese schuldencrisis lijkt dat een veilige analyse.

Er zijn veel metaforen die de crisis verbeelden. Een auto-ongeluk in slowmotion: je ziet het gebeuren, maar je kan niks doen. Of de draaikolk. De financieel sterke landen worden door Griekenland, Spanje, Portugal en Italië naar beneden gezogen. En het drijfzand. Nederland zakt langzaam weg in de eurocrisis.

Je kan het ook anders zien. De crisis als stereo. Hoe krijg je een zwijgende muziekinstallatie aan de praat? Stekker uit het stopcontact. Stekker in het stopcontact. Beetje pielen met de snoeren. Een goeie klap op de versterker.

De crisisaanpak van Europese regeringsleiders is vergelijkbaar.

Kredietbeoordelaar Moody’s kwam maandag tot dezelfde conclusie. De aanpak van de crisis is te reactionair en te veel stapje voor stapje, aldus de kredietbeoordelaar. Er is inderdaad veel beleidsmatige wispelturigheid.

Bezuinigen gold twee jaar lang als dé manier om uit de crisis te komen. Alleen als in de eurozone de begrotingen en staatsschulden op orde waren, zou het vertrouwen in de eurozone en op de obligatiemarkt terugkeren, luidde de redenering die Frankrijk en Duitsland onderschreven. Maar als grote delen van Europa tegelijk bezuinigen en de belastingen verhogen groeit de economie minder hard. Daardoor stijgt de werkloosheid, wordt de economische malaise op de korte termijn erger en groeit alleen de weerstand tegen hervormingen. Daarom is sec bezuinigen sinds dit jaar niet langer het mantra van Europa. Het gaat om bezuinigen én groei. Europese leiders hebben zelfs een Groeipact afgesloten.

De problemen in Griekenland worden ook niet koersvast aangepakt. Eerst zou het Internationaal Monetair Fonds niet betrokken worden bij een noodlening aan de Grieken. Later was de consensus dat IMF-betrokkenheid broodnodig was. En eerst was het het ultieme eurotaboe om hardop te praten over het kwijtschelden van de Griekse schuld. Dat zou bij banken en beleggers een paniekgolf ontketenen die haar weerga niet kende. Later was het wegstrepen van de schuld juist gewenst. Niet alleen de belastingbetaler, maar ook de banken moesten hun steentje bijdragen aan de crisis die zij deels hadden veroorzaakt.

Een noodfonds van 440 miljard euro was voldoende om de crisis op te lossen. Toen 780 miljard. En daarna moest er nog eens 500 miljard van het permanente steunfonds bijkomen. En nog eens bijna 500 miljard extra van het IMF. Inmiddels zijn veel centrale bankiers en financieel geschoolde ambtenaren het erover eens dat er nog steeds genoeg geld in de oorlogskas zit om de eurozone overeind te houden.

Zo zijn er veel meer, vaak hoogst technische, voorbeelden. Van Finse en Nederlandse onderpandseisen voor leningen aan Griekenland tot de vraag of de noodlening aan Spaanse banken wel of niet zou moeten meetellen als Spaanse staatsschuld. De eurocrisis staat bol van de onduidelijkheden en technische koerswijzigingen die één groot gevolg hebben: de crisis gaat maar niet voorbij.

Is dit zwalken van politici verwijtbaar? Analisten, hoogleraren en beurshandelaren wijzen vanuit hun studeerkamers en dealingrooms snel met de vinger. In menig analistenrapport staat dat het eindelijk tijd is voor daadkrachtig optreden. De jongste oekaze van Moody’s is illustratief.

Maar zo eenvoudig is het niet.

Het is duidelijk dat de oplossingen die beleggers als pensioenfondsen, verzekeraars en hedgefondsen verlangen om met vertrouwen hun geld in de eurozone te investeren ver gaan: meer controle, meer toezicht op banken, minder ruimte om nog eens de mist in te gaan. Vaak komt dat neer op meer Europa. Veel Europese regeringsleiders weten dat hun electoraat daar niet automatisch op zit te wachten en dat beperkt hun handelen. Geleidelijk de grenzen opzoeken en verplaatsen geniet dan hun voorkeur boven in één stap over hun eigen schaduw heen stappen, met alle electorale repercussies van dien.

Even belangrijk is dat politici, en de ambtenaren en economen die hen ondersteunen, ploeteren in onbekend terrein. Een schuldencrisis is een eeuwenoud fenomeen in de economie. Maar een schuldencrisis oplossen in een muntunie die zo ontwikkeld is dat er nog nauwelijks groei is? Dat is een unicum. Er zijn geen standaardrecepten. Griekenland, Spanje, Portugal en Italië kunnen hun munteenheden niet devalueren om plotsklaps weer concurrerende economieën te hebben.

Juist omdat er geen simpele pasklare oplossingen zijn, tuigen politici en centrale bankiers ingewikkelde constructies op, waarvan de consequenties niet altijd te overzien zijn.

Zo moddert Europa verder. Totdat ze er in Brussel achterkomen dat er geen batterijen in de afstandsbediening zaten. Of totdat ze de speakers definitief opblazen.