Ramadan

Afgelopen vrijdag is de ramadan begonnen, de jaarlijkse vastenmaand waarin iedere volwassen moslim zich van zonsopgang tot zonsondergang onthoudt van eten, drinken en roken. Het tijdstip waarop de Ramadan begint, verschuift elk jaar ongeveer tien dagen naar voren; dat heeft te maken met de islamitische kalender. Die telt minder dagen dan de Gregoriaanse.

Dit jaar valt de ramadan midden in de zomer en zijn de dagen lang, maar is de beloning des te zoeter.

De komende weken mogen moslims pas rond tien uur ’s avonds (aan tafel) beginnen aan hun maaltijden; reken maar dat de hele dag wordt uitgekeken naar al het lekkers dat moeder voor die avond heeft klaargemaakt.

Bij ons thuis, toen we nog allemaal onder hetzelfde dak woonden, zaten wij een kwartier voor aanvang aan tafel. Mijn moeder waarschuwde ons met behulp van een houten pollepel dat we nog nergens aan mochten komen en maakte gauw nog de laatste gevulde paprika af, hield het vlees warm op de bakplaat en controleerde de linzensoep. Hoe ze dat laatste deed zonder ervan te proeven is mij nog steeds een raadsel.

Mijn vader was in het ritueel dat voorafging aan het verbreken van het vasten een baken van rust: zonder een spier te vertrekken legde hij vijf dadels klaar en schonk vijf glazen water in. Dadels zijn het best om het vasten mee te verbreken. Zo deed de profeet het ook.

Maar wat de profeet niet deed, was het volgende:Om de exacte tijd te weten, zetten we op een van de publieke zenders teletext aan. Daar, rechts bovenin het beeld van onze televisie liep een klokje – de klok van de publieke zenders liep nauwkeuriger dan die van de commerciële. Het uur, de minuten en de seconden hielden mijn broer, zus en ik om beurten in de gaten. Dan stond een van ons in de woonkamer en telde af. De rest van het gezin zat als atleten voor een honderd meter sprint klaar in de startblokken. Af en toe kon iemand zijn ongeduld niet bedwingen en werd er „Hoe lang nog?” geroepen. Vanaf tien seconden werd er, meestal door mij, op Oud en Nieuw-achtige wijze luidkeels afgeteld. Maar de laatste drie tellen viel ook ik in een geconcentreerde stilte.

Na een – gelukkig – kort gebed van mijn vader riepen we in koor: „Eet smakelijk!”

Daarna stortten we ons op de maaltijd.

En het smaakte elke keer hemels.

Eet smakelijk vanavond.