Qiu Zhijie’s grimmige wereld

Een paar eeuwen geleden was het bepaald geen sinecure om een plattegrond te maken. De wereld had nog geheimen en als een vorst een cartograaf inhuurde, kostte zo’n klus al gauw een paar jaar. Datwas het waard, want door de wereld in kaart te laten brengen, kon de vorst er zijn stempel op drukken. Nu nog vindt niemand het raar dat plattegronden vaak de duurste gebouwen benadrukken, iconen van macht.

Chinese kunstenaar Qiu Zhijie treedt in die beladen voetsporen. Witte de With hangt vol met zijn met potlood getekende kaarten van landen, steden, gebergten, waarmee hij niet zozeer een wereld in kaart brengt als wel schept.

Die fantastische werelden tekent Zhijie met zichtbaar genot, steden als stripverhalen waar je in kunt dwalen om straat na straat gekke instituten te ontdekken. Maar puur fantasie is het niet: het wereldwijde identificatiearchief dat hij op een straathoek plaatst, zou er best ooit kunnen komen. Of neem zijn ommuurde recreatiepark, een voorbeeld van de voorgekookte pretindustrie waar de moderne mens zijn vrije tijd graag doorbrengt. Bij Zhijie wordt dit all-inclusive: er grenst een liefdesmarkt aan, een park met internetcafé, homobosjes en zijpaden richting ouderdom en depressies.

Zhijie kadert alle functies uit het leven in, netjes ingeperkt en aangeharkt. En daar zit hem het venijn van deze tekentafelwereld. De straten zijn leeg, de mens doet er niet toe. Het meest griezelig is een tekening van gebergtes waarin de zijwegen voor levenspaden van de mens staan – interesse, energie, cultuur – die uitmonden in een machine. Turbines vermalen alles en spugen het uit in een georganiseerde wereld, waar Zhijies zwarte potlood net iets donkerder en grimmiger is dan normaal.

Kaarten boeien kunstenaars omdat iedereen ze gelooft: een kaart toont immers de waarheid. Kunstenaars zijn in de twintigste eeuw en masse kaarten gaan verknippen en verdraaien, opdat de mens weer zelf gaat ontdekken. Anderen markeren op plattegronden bedreigde bevolkingsgroepen of doofpotaffaires van dictaturen. Kaarten zijn altijd politiek en dat gevoel maakt Zhijies tentoonstelling extra beklemmend.

Qiu Zhijie komt uit China, het land bij uitstek dat nu de macht heeft om onze wereld te herscheppen. In de achterste zaal van de expositie is een kaart van de 21ste eeuw muurvullend uitgeprint zodat elke straathoek goed te zien is. Het strakke stratengrid lijkt zowel New Yorks als stalinistisch, wat op zich al een onaangename overeenkomst is. De invulling is internationaal – wereldwijde kantoren, een Wall Street Heritage Park, een graftombe van Michael Jackson, vaarroutes naar Chinese marinehavens in Oost-Afrika. Het is een Chinees toekomstplan met een wereldwijde Chinese dominantie. Gelukkig is het maar kunst.