Overspel is net spijbelen

Filmmuseum Eye eert deze zomer acteur, chansonnier en notoire flirt Yves Montand. „Vrouwen hebben de macht in de wereld.”

Redacteur Kunst & Cultuur

Braaf was hij niet. Zo kon het gebeuren dat het lijk van Yves Montand (1921-1991) zeven jaar na zijn dood werd opgegraven om na te gaan of hij werkelijk de vader van een onecht kind was. Het bleek van niet en sindsdien rust Montand weer op het Parijse kerkhof Père-Lachaise naast Simone Signoret, de actrice met wie hij van 1953 tot aan haar dood in 1985 getrouwd is geweest.

Signoret was, zei hij, de belangrijkste vrouw in zijn leven. Maar met name sinds Montands drie maanden durende verhouding met de Amerikaanse Marilyn Monroe in 1960, was de erotische glans er bij het sterrenpaar af. Montand kon maar moeilijk tegen Signorets ouder worden: „Een vrouw die net zo oud is als jijzelf lijkt tien jaar ouder”, zei hij ooit. Ten tijde van haar dood had hij al een verhouding met de 39 jaar jongere Carole Amiel, met wie hij op 67-jarige leeftijd zijn enige kind kreeg.

Hij was de zoon van arme Italiaanse vluchtelingen in een sloppenwijk van Marseille. Door toeval en talent wist hij zich op te werken tot zanger en later gevierd filmacteur. Zo’n jongetje heeft niet zoveel boodschap aan een verantwoorde levensopbouw. Die grijpt zijn kansen, op elk gebied. Dat sluit schuldgevoel niet uit. Montand heeft het genot van overspel vergeleken met dat van spijbelen: de opgetogenheid over de vrijheid, vermengd met schuldgevoel over het beschamen van vertrouwen.

Twee jaar oud was Ivo Livi – ‘Yves Montand’ is zijn artiestennaam – toen hij met ouders, broertje en zusje in 1923 uit Italië naar Frankrijk vluchtte voor Mussolini. Hij werkte, zestien jaar oud, als arbeider in een vermicelli-fabriek toen hij tegen een bijbaantje aanliep: liedjes zingen in de plaatselijke revue. Zingen had hij voorheen nooit gedaan. Hij vond zichzelf eigenlijk te lelijk voor de planken. Maar zijn optreden bleek een groot succes. Al spoedig toerde hij door heel Frankrijk als komisch nummer in het voorprogramma van een grote ster. Zijn doorbraak had hij in 1944 aan zo’n ster te danken: Edith Piaf nam hem onder haar hoede, zowel artistiek als seksueel. Hun verhouding duurde drie jaar.

Dankzij Piaf kwam hij ook bij de film. In 1946 speelde Montand zijn eerste hoofdrol in een film van de grote Marcel Carné, die met scenarioschrijver Jacques Prévert een reeks zeer succesvolle films als Les enfants du paradis en Le quai des brumes op zijn naam had staan. De hoofdrol in Les portes de la nuit was eigenlijk bestemd voor Jean Gabin. Toen die zich had teruggetrokken, overtuigde Piaf Carné ervan dat hij Montand moest nemen. Maar de 25-jarige Montand, die zich tijdens de oorlog politiek gedeisd had gehouden, kon weinig met de door de wol geverfde verzetsheld die hij moest vertolken – de première van de film werd begeleid door lachsalvo’s en fluitconcerten. Piaf liet hem kort daarna in de steek.

Eeuwig dankbaar bleef Montand echter dat hij via Piaf Prévert, Pablo Picasso en andere vooraanstaande mensen uit het Franse kunst- en amusementsleven had leren kennen. Een vrouw opende voor de jongen uit de achterbuurt de grote wereld. Toch hoorde hij het niet graag als er gezegd werd dat hij zijn carrière aan Piaf te danken had: „Ze heeft mij niet gelanceerd, maar bemind.”

‘Vrouwen hebben de macht in deze wereld”, vond Montand, „maar gelukkig zijn ze ook kwetsbaar: als ze verliefd zijn. Anders zou het een ondraaglijke situatie zijn.” Simone Signoret kwam hij in 1949 in een hotel in de Provence tegen. Het was bij haar liefde op het eerste gezicht en Signoret verliet haar toenmalige echtgenoot . Weer opende een vrouw de wereld. Hun huis in Normandië werd een ontmoetingspunt voor groten als Jean-Paul Sartre en Simone de Beauvoir. Als sympathisanten van de Franse Communistische Partij bevond hun kennissenkring zich vooral aan de linkerkant.

Montands zangcarrière steeg tot grote hoogte – voortaan stond hij als hoofdattractie in alle grote zalen van Frankrijk en spoedig ook daarbuiten. Een tournee door de Verenigde Staten leverde in 1960 de uitnodiging op voor een filmrol in Let’s make love van George Cukor. Tegenspeelster: Marilyn Monroe, toen op haar hoogtepunt als Amerikaans sekssymbool.

Let’s make love is een vreselijk slechte film, onder meer omdat je duidelijk kunt zien dat Montand, die geen woord Engels sprak, elke zin fonetisch uit zijn hoofd moest leren. Maar zijn drie maanden durende seksuele relatie met Monroe, onder de ogen van haar echtgenoot Arthur Miller, was een groot succes. De Amerikaanse schandaalpers mat de romance breed uit. De zanger had, terug in Frankrijk, Signoret veel uit te leggen. Twee jaar later ondermijnde hij de liefde van zijn vrouw definitief door tijdens de opnamen voor My Geisha een verhouding aan te gaan met tegenspeelster Shirley MacLaine. En die was, constateerde hij later, in tegenstelling tot Monroe niet eens de spijt waard.

Zijn succes als populaire zanger taande medio jaren zestig – een nieuwe generatie rockers als Johnny Halliday nam de fakkel over van de traditionele frivole chansonniers. Gelukkig ging het toen opwaarts met zijn acteercarrière. Vanaf 1965 maakte hij een reeks politieke films met de Frans-Griekse regisseur Costa-Gavras, die zijn beste zijn. L’aveu (De bekentenis) uit 1970 gaat over een Tsjechoslowaakse partijfunctionaris die in 1952 door marteling wordt gedwongen tot zelfbeschuldiging in een stalinistisch schijnproces. Die film markeerde Montands afscheid van de communistische overtuiging, waarmee Signoret en hij sinds de jaren vijftig hadden geworsteld. Soms was het geloof in het communisme wel erg moeilijk vol te houden: in 1956, enkele maanden voordat Montand en Signoret voor een tournee door de Sovjet-Unie zouden afreizen, onderdrukten Russische troepen bloedig de opstand in Hongarije. Ze gingen toch en werden tot hun verbazing in het Kremlin uitgenodigd voor een uren durende nachtelijke ontmoeting met het Politburo.

Montand bleef – tegen beter weten in – nog jaren solidair met de communisten, hetgeen leidde tot onmachtige ruzies met Signoret, die haar conclusies al getrokken had. Pas de inval in Tsjechoslowakije, die een eind maakte aan de theoretische mogelijkheid van ‘socialisme met een menselijk gezicht’ in Oost-Europa opende de zanger in 1968 definitief de ogen.

Montand maakte in de jaren zeventig en tachtig nog meer goede films, onder andere met regisseur Claude Sautet. De charme van César et Rosalie uit 1972 is vooral de vruchtbare wisselwerking tussen de rol en de persoon van de acteur Montand: hij speelt een onbehouwen man die wanhopig verliefd zijn vrouw in de armen van een rivaal drijft, wat hij nu juist tot elke prijs wil vermijden. Op zijn best is de acteur Montand wanneer hij een man kan spelen die min of meer in zichzelf opgesloten zit. Misschien is dat de reden dat hij relatief zelden met Signoret in een film heeft gespeeld, en wanneer dat wel het geval was, zoals in L’aveu, lijkt het alsof ze met elkaar weinig te maken hebben. „Ik ben eenzaam van karakter en het beroep van zanger heeft die neiging versterkt”, zei hij.

Montand is in het harnas gestorven – zowel in de liefde als in de cinema. „Carole heeft na de dood van Simone verhinderd dat ik in het verleden wegzonk”, verklaarde de man die vader werd op een leeftijd waarop anderen grootvader worden. Op een dag in 1991 voltooide hij de opnamen voor een matige film van Jean-Jacques Beineix, IP5: L’île aux pachydermes. Hij speelde, staand in een koud meer, dat hij aan een hartaanval overlijdt, vatte daarbij kou en stierf de volgende dag daadwerkelijk aan een hartaanval. „Ik heb mijn zekerheden verloren, maar mijn illusies behouden”, vond Montand aan het eind van zijn leven. Het jongetje uit de achterbuurt had het ver gebracht.

De citaten in dit artikel komen grotendeels uit Montand raconte Montand, uitg. Seuil 2001.