Op de rand van de financiële afgrond - de zeven plagen van Spanje

Andreu Mas-Colell, de minister van Economie van de Spaanse regio Catalonië slaat de handen voor het gezicht tijdens een speciaal ingelast debat over de schulden van de regio. Foto AP / Manu Fernandez

Spanje moet geld lenen tegen meer dan 7,5 procent rente. Dat is een rampzalig hoog percentage. Een Europese reddingsoperatie lijkt onafwendbaar. Hoe is het zover gekomen? NRC-correspondent Merijn de Waal zet zeven plagen die Spanje teisteren op een rijtje.

1. Een incompetente elite
In de Spaanse regio Extremadura hielden drie dorpjes vorige maand een referendum over de vraag of de burgemeester 15.000 euro moest investeren in de creatie van tijdelijke banen, of aan vechtstieren voor het jaarlijkse dorpsfeest. De stieren wonnen het van het werk. Niet omdat Spanjaarden alleen maar geïnteresseerd zijn in feestjes. Tegen lokale media zeiden veel dorpsbewoners voor de stieren te hebben gekozen, omdat ze vreesden dat het banengeld toch niet goed terecht zou komen. “De burgemeester zou het toch maar aan zijn vriendjes geven”, zei een vrouw.

2. Kortetermijndenken
De uitslag van het referendum in Extremadura verraadt ook de neiging tot kortetermijndenken in Spanje. Het land is van oudsher gewend aan cycli van sterke groei gevolgd door scherpe neergang. Geld dat je hebt, geef je in Spanje meteen uit. De invoering van de euro maakte de Spaanse huizenmarkt zodoende een casino. Geld spoot in die vette jaren de banken uit. Het werd vooral in prestigeprojecten gestoken. Niet in onderzoek en ontwikkeling of in duurzame economische groei.

Recordrente Spaanse leningen:

3. Slechte belastingmoraal
Spanjaarden hebben weinig vertrouwen in hun politieke klasse. Dat vertaalt zich in een slechte belastingmoraal. Want als de overheid je geld niet juist besteedt, waarom zou je dan belasting betalen? En waarom zou je dat doen, als je ook nog eens ziet dat verder iedereen de fiscus belazert? De belastingmoraal neemt in crisistijd bovendien verder af. De overheid zit dan krapper bij kas en kan dus minder betekenen voor haar burgers, maar vraagt wel meer belastingen. Dat komt onrechtvaardig over, wat de neiging weer groter maakt de belasting te ontduiken.

4. Corrupte bankiers
De banken hebben in Spanje niet alleen een enorme vastgoedzeepbel geblazen, maar hun klanten ook simpelweg opgelicht toen de economie door hun roekeloze gedrag vijf jaar geleden in een vrije val belandde. Om aan extra kapitaal te komen, haalden zij klanten over hun spaargeld te investeren in allerlei ingewikkelde financiële producten. Vooral oudere Spanjaarden trapten hier in. Een spaarbank in Galicië maakte het zelfs zo bont dat zij ingewikkelde producten sleet aan analfabeten. Die mochten tekenen met een vingerafdruk.

5. Schuld buiten jezelf zoeken
De Spaanse regering betuigt regelmatig zijn liefde aan ‘meer Europa’, maar schiet uit angst voor soevereiniteitsverlies desondanks vaak in een typisch Spaanse reflex: de schuld buiten jezelf zoeken. De crisis is de schuld van iedereen behalve Spanje zelf. En dat terwijl de regering een lange lijst met hervormingsadviezen van de Europese Commissie in mei nog in de wind sloeg. Door het afschuiven van de schuld, ontstaat de indruk dat Spanje zijn hervormingen en bezuinigen snel weer zal staken zodra Europa de markten enigszins weet te kalmeren.

Spanje kan hoge rentes niet blijven betalen:

6. Conservatief
Spanje is een conservatief land, vooral op sociaal-economisch gebied. Verworven rechten zijn heilig. Dat is het best te zien op de arbeidsmarkt. Er bestaat grote ongelijkheid tussen werknemers met een vast contract (vooral ouderen) en flexwerkers met een tijdelijk dienstverband. Die kloof lijkt niet te dichten. Niet in de laatste plaats omdat jongeren wel meer rechten willen, maar niet ten koste van hun oudere familieleden. Ook Spaanse jongeren willen nog steeds het liefst een vaste baan voor het leven, bij voorkeur bij de overheid. Zekerheid gaat in Spanje boven vrijheid.

7. Een slechte pr
Spanjaarden zijn niet erg internationaal georiënteerd: ze spreken hun talen slecht en reizen relatief weinig naar het buitenland. Spanje verkoopt zich daardoor slecht in het buitenland. Ook het Spaanse minderwaardigheidscomplex werkt niet mee. De focus ligt bij Spanjaarden vaak op de punten waarop zij achterlopen. Zouden zij de punten waarop ze excelleren wat meer benadrukken, dan zouden ze uitleggen dat de Spaanse economie ondanks zijn plagen een stuk veerkrachtiger is dan de Griekse. Ook zouden ze duidelijk maken dat in Spanje een stuk minder corruptie bestaat dan in Italië. En ze zouden gemakkelijk aanneembaar maken dat de Spaanse bureaucratie lang niet zo versteend is als die van Portugal.

Lees het volledige artikel van Merijn de Waal in de digitale editie van nrc.next