Odfjell kon te lang zijn gang gaan in de Botlek

De veiligheidscrisis bij Odfjell in de Botlek is niet alleen te wijten aan het tankopslagbedrijf zelf. Het toezicht is de afgelopen jaren verslapt. „We worden pas wakker als er een olietank afbrandt”.

Opslagtank voor chemicaliën in de Botlek. Op de terminal van Odfjell staan ongeveer 300 tanks van verschillend formaat. Foto HH

De krachmeting tussen de milieudienst Rijnmond (DCMR) en het Noorse tankopslagbedrijf Odfjell is nog niet voorbij. Zondag wist het bedrijf op het nippertje te voorkomen dat de milieudienst zou ingrijpen en de activiteiten zou stilleggen. Vijf opslagtanks moesten hals over kop worden leeggepompt omdat het bedrijf niet kon aantonen dat ze veilig waren. Wat lukte, zij het met enige vertraging.

Maar er ligt nóg een lange lijst met veiligheidseisen waaraan de olieterminal in het Botlekgebied moet voldoen, met nieuwe deadlines. Op last van een dwangsom, of zelfs stilleggen van het bedrijf.

Drukventielen van opslagtanks moeten nog deze maand gecheckt en waar nodig gerepareerd; voor 3 augustus moet zijn aangetoond dat de koel- en blusvoorziening van 20 tanks in orde is; voor eind augustus moeten allerlei andere inspectiedata en certificaten worden overlegd. Iedere maand nieuwe deadlines. Eind van dit jaar moet alles op orde zijn.

Er is veel mis bij het bedrijf waarvan de naam eerder associaties oproept met het kristalheldere Noorse berglandschap dan met een onveilige olieterminal in de Rotterdamse haven. Alleen al dit jaar al lekte er bij verschillende incidenten benzine, nafta, stookolie en fosforzuur. De negatieve publiciteit houdt aan.

Wat is er aan de hand bij Odfjell, waar in totaal bijna 300 opslagtanks staan? Volgens Ben Ale, hoogleraar Veiligheid en Rampenbestrijding aan de TU Delft, wordt er al dertig jaar „slordig gewerkt” op de olieterminal die in 2000 door Odfjell werd overgenomen van Vopak. Een kwestie van „cultuur” denkt Ale. „Odfjell is al de vierde eigenaar van de terminal in de Botlek maar er verandert niks.” Regels niet zo nauw nemen verander je moeilijk, „tenzij je een deel van het personeel weet kwijt te spelen”, zegt Ale.

Een woordvoerder van Odfjell bevestigt dat het Noorse bedrijf wist dat er problemen waren toen het de terminal kocht. Uit onderzoek was gebleken dat „veiligheids- en milieuprestaties beter konden”. Gaandeweg kwam Odfjell erachter dat de problemen „dieper geworteld waren dan gedacht”. Odfjell is wereldwijd een van de grootste spelers in transport over zee en de opslag van chemisch producten.

Begin dit jaar besloten de Noorse bazen de omstreden terminal een financiële injectie te geven van 250 miljoen. Bijna de helft daarvan is bestemd voor het verbeteren van de milieu- en veiligheidsprestaties. Ook de cultuurverandering is op de agenda gezet, al hebben FNV Bongenoten en CNV Vakmensen bedongen dat dit niet ten koste van inkomenszekerheid en formatieplaatsen mag gaan.

Maar het gaat om meer dan alleen een cultuurverandering, stelt veiligheidshoogleraar Ben Ale. Ook het toezicht door de overheid is aan de orde. Heeft de milieudienst DCMR wel voldoende opgetreden?

Sinds het begin van de jaren negentig hebben bedrijven meer ruimte gekregen. De BV Nederland kreeg voorrang. Volgens Ale zijn inspectiediensten het bedrijfsleven vanaf dat moment teveel als ‘klant’ gaan zien voor wie ze aardig moesten zijn. Ook op gebied van veiligheid en milieu. „Laat het aan de bedrijven over, kijken of het goed afloopt”, zegt Ale over die ontwikkeling. Hij stelt dat de kracht van de inspectiediensten in twintig jaar tijd is uitgehold. De inspecties van tegenwoordig bestaan volgens Als uit niet veel meer dan het „afvinken van inspectielijstjes”. Fysieke inspectie kost teveel personeel en geld.

Directeur Jan van den Heuvel van de DCMR geeft in een schriftelijke reactie toe dat er discussie is over het toezicht van buiten. Tegen de achtergrond van een „krimpende overheid” is er meer vertrouwen gegeven aan bedrijven dat ze zich zouden houden aan de veiligheids- en milieuvoorschriften. „Het gros van de bedrijven neemt die verantwoordelijkheid ook. Bij Odfjell is dat niet het geval, daarom is het toezicht nu verscherpt en wordt strikte handhaving toegepast.”

Maar het probleem bij risicovolle bedrijven is veel groter. Uit een brief van staatssecretaris Atsma (Infrastructuur en Milieu, CDA) van 16 juli aan de Tweede Kamer blijkt dat bij 60 procent van deze zogeheten BRZO bedrijven (zie inzet) sprake is van één of meer overtredingen.

Van de 348 geïnspecteerde bedrijven bleken slechts 145 de veiligheid volledig op orde te hebben. Atsma: „Er moeten nog flinke stappen worden gezet. Het veiligheidsbesef bij risicovolle bedrijven verdient onverminderd aandacht.” De ondernemingen die overtredingen blijven maken, kunnen rekenen op een „lik op stuk beleid”. Dat voert DCMR sinds de brand bij Chemiepak in Moerdijk in 2011.

Ben Ale verwacht voorlopig meer problemen door gebrek aan toezicht op achterstallig onderhoud. De gebreken zitten overal verstopt zoals bij een auto die beurten overslaat. „Je weet niet wanneer het gebeurt, maar wel dat het op een moment gaat gebeuren. We worden pas echt wakker als zo’n olietank afbrandt”.