Nederland redelijk voorbereid op klimaatverandering

De verandering van het klimaat in Nederland gaat onverminderd door, maar overheden, bedrijven en burgers hebben genoeg tijd om zich voor te bereiden op de gevolgen ervan, omdat die geleidelijk zichtbaar worden.

In het vanmorgen verschenen rapport Effecten van klimaatverandering in Nederland 2012 schrijft het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) dat klimaatverandering op veel van de relevante beleidsterreinen deel uitmaakt van de besluitvorming – zoals de waterhuishouding (waarvoor een Deltaprogramma bestaat), de beschikbaarheid van drinkwater en de ontwikkeling van steden.

Volgens het PBL is de gemiddelde temperatuur in Nederland de afgelopen eeuw met 1,7 graden Celsius gestegen, is het aantal zomerse dagen met zo’n twintig per jaar toegenomen en het aantal vorstdagen ongeveer even sterk gedaald. De stijging van de zeespiegel, ongeveer 20 centimeter in de afgelopen eeuw, is geringer dan in de extremere scenario’s werd verwacht.

De veranderingen hebben niet alleen negatieve gevolgen. Zo is de landbouwproductiviteit toegenomen en zijn er meer ‘recreatiedagen’, wat goed is voor het toerisme. Ook sterven er in de relatief warmere winters minder mensen.

De negatieve effecten van klimaatverandering zijn nu vooral het gevolg van extreme weerssituaties, zoals hittegolven, zeer zware neerslag en lange periodes van droogte. Nederland kampt daar nu al af en toe mee, maar dat zal naar verwachting veel vaker gaan gebeuren.

Een grote zorg is de afvoer van het water in rivieren. Die is in de winter fors toegenomen en in de zomer juist verminderd. Nederland is hierbij afhankelijk van het buitenland. Met België zijn afspraken gemaakt over de verdeling van het Maaswater als de aanvoer gering is. Voor de Rijn, de belangrijkste bron van zoet water, bestaat geen internationaal verdrag.