Israël hoort oorlog in Syrië naderen

Het Syrische chemische-wapenarsenaal schept grote bezorgdheid in buurland Israël. Waar komen die wapens terecht als president Assad valt? Israëlische leiders spreken dreigende woorden.

Voor Israël komt de burgeroorlog in Syrië opeens wel heel dichtbij. Een Syrische mortiergranaat landde maandag tientallen meters van de grens met Israël op de Hoogvlakte van Golan. Vanaf het door Israël geannexeerde deel van de Golan zijn af en toe geweersalvo’s en doffe dreunen van bombardementen te horen. Honderden Syrische soldaten zijn vorige week in de door de Verenigde Naties gecontroleerde gedemilitariseerde zone gesignaleerd.

Ook in Israël klinkt wapengekletter. De Israëlische troepenmacht op de Golan is versterkt, verloven zijn vorig weekeinde ingetrokken. In de pers gaat het vrijwel over niets anders dan Syrië en zijn chemische-wapenarsenaal. Niet omdat Israël een aanval van het leger van de Syrische president Bashar al-Assad vreest. Hij heeft oorlog met Israël nooit aangedurfd. Zelfs toen Israël in 2007 een nucleaire reactor in aanbouw in Syrië bombardeerde, zag Assad af van vergelding. Daarbij heeft hij nu wel andere problemen aan zijn hoofd.

Israël is bang voor wat er gebeurt als Assad valt – voor de chaos die dan ontstaat. In die wanorde kunnen, denkt Israël, conventionele en onconventionele wapens in handen vallen van fundamentalistische groepen die Israël vijandig gezind zijn. De grootste gegadigde is Assads bondgenoot Hezbollah. Israël houdt die Libanese organisatie (onder andere) verantwoordelijk voor de zelfmoordaanslag op Israëlische toeristen, vorige week in Bulgarije.

„Kun je je voorstellen dat Hezbollah, de mensen die samen met Iran al die terreuraanslagen plegen wereldwijd, die chemische wapens in handen krijgen?” zei premier Benjamin Netanyahu zondag tegen het Amerikaanse Fox News. De Israëlische premier noemde dat scenario „onacceptabel”.

Hoe Israël dat wil voorkomen, blijft onduidelijk. Volgens minister van Defensie Ehud Barak is het Israëlische leger voorbereid op een aanval op Syrische wapendepots. Minister van Buitenlandse Zaken Avigdor Lieberman zei de transfer van chemische wapens naar Libanon als „onbespreekbaar” te beschouwen. Legerchef Benny Ganz zei gisteren dat Israël rekening houdt met „een brede aanval” als de wapens eenmaal in „verkeerde handen” zijn gekomen, suggererend dat ook Libanon doelwit kan zijn.

Zolang Assad blijft zitten, is een Israëlische aanval echter onwaarschijnlijk. Het Syrische regime zorgt er „op verantwoorde wijze” voor dat het de chemische wapens zelf in handen houdt, zeggen Israëlische functionarissen. Een Syrische woordvoerder zei maandag dat Syrië chemische wapens alleen zou gebruiken als het regime wordt geconfronteerd met „buitenlandse agressie”.

„Het zou onvoorstelbaar stom zijn als Israël nu Syrië aanvalt”, zegt Syrië-expert Eyal Zisser telefonisch. „Maar soms doet Israël stomme dingen. Als het om Hezbollah gaat, heeft Israël een kort lontje.”

Het Israëlische tromgeroffel wordt ook wel gezien als bliksemafleider voor enkele netelige kwesties die in Israël spelen, zoals Amos Harel in de krant Haaretz betoogt. „De vraag is wie baat heeft bij al die publieke opmerkingen (zullen de woorden van Netanyahu en Barak Hezbollah echt afhouden van een volgende terreuraanval?).” Opmerkelijk is dat de dienstplicht voor ultra-orthodoxe joden, die vorige week nog een kabinetscrisis veroorzaakte, uit het Israëlische publieke debat is verdwenen.