In Oost-Londen stijgen de huren dankzij de Spelen

In aanloop naar de Spelen kreeg het armere stadsdeel Oost-Londen een flinke injectie. Maar de stadsplanners luisterden niet goed naar de bewoners. De eerste kunstenaars en ondernemers vertrekken al.

Mega-evenementen, zoals de Olympische Spelen, worden door veel steden omarmd. Op de korte termijn zorgen ticketverkoop, horecagasten, sponsorgelden en televisierechten voor flinke inkomsten. Op de lange termijn verwacht men een verhoging van de sportparticipatie in eigen land. En door de enorme media-aandacht wordt het imago van de naamgevende stad flink opgepoetst.

De Spelen zijn ook een vliegwiel geworden voor stedelijke ontwikkeling. Sinds de Spelen in Rome (1960) zien stadsplanners het evenement als een mooie kans om lange termijnplannen naar voren te halen en gefinancierd te krijgen. De startdatum van de Spelen zorgt immers voor een harde deadline en zijn zo prestigieus dat snelle beslissingen makkelijker worden afgedwongen.

De belangrijkste vraag is echter of de lokale bevolking ook profiteert van al deze investeringen.

Dat verschilt. De een kan zich dankzij de nieuwe infrastructuur makkelijker verplaatsen, een ander heeft zijn vertrouwde leefomgeving moeten verlaten voor de nieuwbouw of ziet zich door toenemende huurprijzen genoodzaakt naar elders te verhuizen.

Zo werden in Seoul (1988) en Peking (2008) duizenden mensen uit hun woning gezet om de olympische infrastructuur te kunnen ontwikkelen. Maar ook in de meer westerse landen is sprake van een verdringingsproces. Achtergebleven bewoners klagen over de instroom van nieuwe leefstijlen en vooral over hogere woningprijzen.

Zelfs in Barcelona (1992), dat altijd als het meest succesvolle voorbeeld wordt gezien, is er een kloof ontstaan tussen het sprankelende Barcelona van toeristen en zakenlui aan de ene kant en de sociaal-economische problemen van de lokale bevolking, die hun eigen stad niet meer herkennen aan de andere kant.

Deze discussie over de erfenis van de Olympische Spelen wordt steeds prominenter nu het evenement alleen maar duurder wordt. Zijn die uitgaven nog wel te verantwoorden als er elders in de stad armoede heerst? Het IOC is daarom steeds meer op zoek naar steden waar sprake is van een goede, niet-sport gerelateerde nalatenschap.

De belangstelling voor Londen nam flink toe toen bleek dat de stad zich vooral richtte op de vernieuwing van een gebied met een grote culturele diversiteit en sociale achterstand: Oost-Londen. Een stadsdeel met vele oude fabriekspanden en de hoogste dichtheid aan ateliers en kunstgaleries van Europa. En een uitzonderlijke bevolkingsmix. Alternatievelingen, jonge creatievelingen, studenten, immigranten en vele tussenvormen. Je vindt hier de beste Indian curry en tegelijkertijd de meest trendy cakeshops, kapsalons en modeboetieks.

Daar waar de fabriekspanden de tand des tijds prima lijken te doorstaan, heeft een aantal wooncomplexen zijn langste tijd gehad. Daarnaast zijn er grote problemen op het gebied van schooluitval, werkloosheid en gezondheid. Het waren deze armoede en achterstand die een belangrijke onderliggende reden waren van de rellen uit 2011.

Al met al een boeiend stadsdeel om mee aan de slag te gaan. In de aanloop naar de Spelen is er vooral fysiek geïnvesteerd: 12.000 woningen, drie basisscholen en zes buurthuizen voor de nieuwe bewoners. Aangevuld met vijf sportaccommodaties, een internationaal mediacentrum, een enorme uitkijktoren en het grootste winkelcentrum van Europa. Daarnaast is er een extra metrolijn aangelegd en zijn er extra bus- en treinverbindingen. Een stedelijke injectie die nog vele jaren had geduurd als er geen Spelen waren georganiseerd.

Maar of hiermee ook de historische kloof tussen Oost- en West-Londen wordt gedicht, is nog maar zeer de vraag. De grootscheepse bouwprojecten lijken namelijk weinig rekenschap te houden met de bestaande gebruikers. Er wordt een nieuwe wereld gecreëerd, bestemd voor vooral hogere inkomens van buitenaf. Het gaat over nieuwe doelgroepen, vastgoed en rendement, terwijl de sociale problemen van de huidige bewoners om aandacht schreeuwen.

Hoewel het gebied de meer draagkrachtige bewoners goed kan gebruiken, bestaat het gevaar dat de gerealiseerde gebiedsontwikkeling de polarisatie tussen rijk en arm juist versterkt. De huren zijn namelijk al aan het stijgen waardoor de eerste ondernemers, kunstenaars en bewoners moeten verhuizen.

De stadsplanners hadden er goed aan gedaan als ze in hun uitwerking meer oog hadden gehad voor de identiteit en unieke functie van het gebied in de stad. Door met hun nieuwbouw beter aan te sluiten op de realiteit, behoeften en potenties van de huidige bewoners en ondernemers. Aangevuld met passende sociale activeringsprogramma’s en noodzakelijke voorzieningen. Dan waren het misschien wel de ‘best games ever’ geworden. Ook voor het stadsdeel.