In de schaduw van Haneke

Theodór Júlíusson in Volcano

Volcano.Regie: Rúnar Rúnarsson. Met: Theodór Júlíusson, Margrét Helga Jóhannsdóttir. In: 5 bioscopen.

Voordat Michael Haneke afgelopen Filmfestival Cannes een Gouden Palm won voor zijn film Amour , waarin een oudere man de zorg voor zijn zieke vrouw op zich neemt, zijn er al talloze boeken over dat onderwerp geschreven en films over gemaakt. Zo gaat dat met zaken die aan essentiële vragen over de waardigheid van ons bestaan raken.

Haneke maakte alleen die ene film die al die andere in de schaduw stelt – domme pech voor de meer bescheiden IJslandse film Volcano van Rúnar Rúnarsson, die vorig jaar zijn première beleefde en met een vergelijkbare invalshoek op veel kleinere filmfestivals furore maakte.

Aanvankelijk concentreert Volcano zich op het onwillige leven dat zestiger Hannes tegemoetziet als hij met pensioen moet. Maar als zijn vrouw ziek wordt, wordt hij gedwongen zijn leven op een geheel andere manier invulling te geven dan als passieve pensionado van een generatie waarin mannen niet gewend zijn om te zorgen. En waarvan de volwassenen kinderen dat op een of andere manier ook niet van hun vaders serieus kunnen nemen.

Volcano is een karakterstudie van een man van zo’n generatie. Onsentimenteel, onspectaculair, een beetje weerbarstig. Waar Haneke zich concentreert op één man, is Volcano een verhaal over een man in de context van een familie. Een man met een geschiedenis, waarbij nadrukkelijke metaforische beelden worden gebruikt om dat nog eens te onderstrepen, zoals de geografische ligging van IJsland met z’n vulkanen en de restauratie van een schip om hem naar zijn verleden terug te varen.