Ik heb gehuild en bierflesje kapotgegooid

Keepster Floortje Engels is reserve van het Nederlands hockeyteam in Londen. Ze mag meetrainen, maar moet buiten het olympisch dorp verblijven.

Hotel Bilderberg in Oosterbeek. Max Caldas, bondscoach van de Nederlandse hockeysters, leest in de lobby een krant. Even verderop wachten we op een interview met keepster Floortje Engels. Als zij komt aanlopen, schieten haar krachtige blauwe ogen door de ruimte. In de hoek ziet ze Caldas zitten. Ze vraagt of we ergens anders kunnen zitten. „Ik heb geen geheimen voor hem. Maar het praat niet zo relaxed”, verklaart Engels later.

Een maand geleden kreeg Engels (30) van Caldas te horen dat ze reservekeepster is tijdens de Spelen. Het is het derde grote hockeytoernooi waar Engels tweede keus is. Caldas geeft de voorkeur aan de negen jaar jongere Joyce Sombroek. Net als in 2008 verblijft Engels in een hotel buiten het olympisch dorp, met verdedigster Caia van Maasakker.

In Londen is Engels als ‘back-up keepster’ ver verwijderd van het nationale team. Ze zal het hockeytoernooi, dat zondag begint, als halve buitenstaander beleven. Ze ziet haar ploeggenoten alleen bij de trainingen. Tijdens wedstrijden moet ze op de tribune plaatsnemen. De bondscoach koos voor deze constructie, omdat de reserves tijdens het toernooi een „totaal andere spanningsboog” hebben, zei Caldas. Engels komt alleen in actie als Sombroek zwaar geblesseerd raakt.

Voelt het alsof je voorbijgestreefd bent door een jonkie?

„Ja, een jong talent. Dikke pech dat ze niet twee jaar later is geboren. Wat kan ik erover zeggen?”

Hoop je dat Sombroek een blessure oploopt?

„Dat is een schijtvraag die iedereen stelt. Ik kan er niks mee. Als ik dat zou denken, mag ik niet bij de ploeg zitten. Als er iets gebeurt, sta ik er. Ik hou er 100 procent rekening mee dat ik moet spelen – de reden dat ik naar Londen ga. Ik ben op een rare manier onderdeel van de groep, het wordt bikkelen om voor mijn gevoel toch bij de groep te blijven horen.”

De ondergrens van Sombroek ligt hoger dan die van Engels, zei Caldas.

„Het is teleurstellend als iemand dat over je zegt.”

Begrijp je de keuze?

„Ik heb een meerwaarde ten opzichte van Joyce, vooral op het gebied van ervaring en coaching. Het maakt niet uit of ik het eens ben met zijn keuze. Ik heb me gecommitteerd aan zijn mening, en die is subjectief. Max kiest wie hij het beste vindt. Ik ben deze open strijd aangegaan, ik moet nu ook accepteren dat die niet in mijn voordeel uitpakt.”

Vrijdag 15 juni werd de selectie bekendgemaakt.

„Ik kreeg om 19.20 uur een telefoontje van Max. Dat gesprek duurde korter dan een minuut. Natuurlijk ben je dan mega teleurgesteld, het doet pijn. Ja, ik heb gehuild. En ik heb die avond een bierflesje kapotgegooid. Ik ging hardlopen, was superkwaad. En bij vlagen hartstikke pissig. Het is iets waar ik acht jaar lang alles voor heb gedaan. Moest ik wel doorgaan? Daar heb ik een week over nagedacht, dag en nacht.”

Wat was de reden om door te gaan?

„Ik wil mezelf de olympische ervaring niet ontzeggen. En ik kan een bijdrage aan het team leveren. We zijn al twee jaar zo hard aan het werk voor dit doel, het voelt gek om dat niet af te maken. Ja, het is ook loyaliteit. Simpel gezegd: voor mezelf hoef ik niet door. Voor mij is het ergens gewoon klaar. Natuurlijk draag ik als reserve bij, en ben ik in trainingen belangrijk, maar ik wil spelen. Maar dat mag niet, in eerste instantie houdt het dan op. Ik stond voor een onmogelijke keuze: of reserve of stoppen. Uiteindelijk voel ik me zo verbonden met de groep en het proces, dat ik doorwil.”

Had je niet met de vuisten op tafel moeten slaan: eerste keeper of ik stop.

„Ik had mijn grenzen beter kunnen aangeven bij Max. Ik ben eerder meegaand dan dat ik de confrontatie aanga.”

Hoe is je band met Sombroek?

„Joyce en ik zijn teamgenootjes, geen vriendinnetjes. We zijn verschillend, in leeftijd en persoonlijkheid. De situatie is voor mij lastig, waardoor ik nu iets stugger ben. Maar ik moet er alles aan doen haar zo goed mogelijk te laten presteren. Hoe? Door samen scherp te trainen, aanwijzingen te geven waar nodig en samen spelsituaties door te nemen.”

Op het WK in 2010 koos de toenmalige bondscoach Herman Kruis ook voor Sombroek, en zat jij op de tribune.

„Toen was het moeilijker te verwerken dan nu. Ik zat al zes jaar bij het team, Joyce net drie maanden, en werd ineens gekozen. Herman ging voorbij aan alles wat ik had opgebouwd bij de nationale ploeg. Heel pijnlijk. Dat was mijn grootste teleurstelling ooit. Dat topsport je als mens zo ontzettend kan raken, vind ik fascinerend. Ik was kapot van zijn keuze. Nu heb ik er twee jaar lang naartoe gewerkt, kon het beide kanten op. Maar dat WK was mijn WK.”

Zien we je na de Spelen nog terug als international?

„Ik ben 30, zit acht jaar bij het Nederlands elftal. Ik wil me graag meer op mijn carrière als kinderfysiotherapeut gaan richten.”

En geen eeuwige reserve meer.

„Ik ben landskampioen, aanvoerder en ook twee keer Europees kampioen! Natuurlijk ben ik teleurgesteld dat ik geen groot international hockeytoernooi heb mogen spelen, maar ik heb nergens spijt van. Het heeft me veel gebracht. Sterker nog: misschien heeft dit me wel meer gebracht dan wanneer ik wel alles zou hebben gespeeld. Ik heb veel geleerd van al die tegenslagen. Hoe je ermee omgaat, wat ik zelf belangrijk vind, waar je eigenwaarde ligt en hoe het is om beoordeeld te worden door anderen. Dat heeft me krachtiger gemaakt, en ook weerbaarder. Ik ben niet afhankelijk van de mening van anderen. Ik denk dat ik daar over dertig jaar nog steeds wat aan zal hebben.”