Gewoon raar

In een goedgevulde trein nemen twee tieners plaats op de bank tegenover mij. De treinrit duurt 14 minuten. In dat tijdsbestek noteer ik de volgende gespreksflarden: „Maffe film zeg. Gewoon raar.”

„Die vrouw heeft anorexia. Ze is vet dun.”

„Wesley is mega klein.”

„Gadver. Lekker vies.”

„Nee, dat is schmink. Echt nep!”

„Dat je dat weet! Achterlijk slim!” Vlak voordat ik uitstap vang ik op dat de ene jongen een onvoldoende had voor zijn repetitie Nederlands: hij kon geen voorbeeld bedenken van een contradictio in terminis, vertelt hij zijn vriend.