Geef Angela maar gewoon bourgogne en confit de canard

Ze bestaan sinds 1977 en hebben maar één doel: met haute cuisine bijdragen aan de wereldvrede. Deze week zijn de chefs van politieke wereldleiders bij elkaar in Parijs. Let wel, de chefs-kok. Op het eerste oog lijkt het uitwisselen van recepten en tips voor banketten een wat mutsige aangelegenheid. Maar de chefs weten hoe belangrijk het is dat wereldleiders tevreden aan de dinertafel zitten, omdat ze dan de meeste kans maken op het beste resultaat.

Zo is het handig om te weten dat Angela Merkel dol is op alles wat naar Franse keuken riekt. Wil je als Griek wat extra geld lospeuteren, zet Merkel dan een goede bourgogne en confit de canard voor. En wil je ruzie met François Hollande? Geef hem artisjokken, want daar loopt de Franse president groen en rood van aan.

Presidenten komen en gaan, maar hun koks blijven, zei zakenman Gilles Bragard in 1977. Kort daarna richtte hij „de club van de chefs der chefs” op. Binnen de kortste keren zaten alle vooraanstaande koks van de politieke elite met elkaar om tafel en besloten ze in het vervolg jaarlijks bijeen te komen. Dit jaar zijn ze met 27 man. Onder wie ook wat vrouwen, zoals de chef van het Witte Huis, Cristeta Comerford, die voor Clinton en Bush jr. kookte en nu Obama’s chef is.

De koks weten dat ze belangrijk werk doen. „Ik kan ervoor zorgen dat gesprekken aan tafel anders verlopen”, zegt Daryl Schembeck. Hij is hoofd van de keukens van de Verenigde Naties en kookte onlangs voor tweehonderd wereldleiders tegelijk. „Als iedereen geniet, dan schakelen mensen ook makkelijker over naar andere onderwerpen.”

Chefs hebben door de eeuwen heen een belangrijke rol gespeeld in het diplomatieke verkeer. Hun eten moet verhoudingen soms ontdooien en opwarmen. De Franse strateeg Talleyrand, die gezien wordt als de uitvinder van het diplomatieke banket, zei ooit tegen Napoleon Bonaparte: „Geef mij een goede chef-kok en ik zal jou goede verdragen geven.”

Goed koken alleen is trouwens niet altijd genoeg. Creatief teruggrijpen op het verleden kan nét dat beetje extra geven. Zo werden eerder deze maand de spanningen tussen Frankrijk en Duitsland over de eurocrisis weggenomen tijdens een diner. Om het gebeuren wat cachet en gewicht te geven, werden de menu’s uit 1962 erbij gehaald. Toen tekenden de Franse president De Gaulle en zijn Duitse collega Adenauer een vriendschapsverdrag onder het genot van runderfilet en frambozenmacarons. Het eten miste ook bij Merkel en Hollande zijn uitwerking niet.

Naast kunstenaars in de keuken moeten de chefs ook kunstenaars in het zwijgen zijn. Want er zijn niet heel veel mensen die regelmatig toegang hebben tot een behoorlijke kring van héle belangrijke mensen. Er druppelt dus bijna nooit iets uit de keuken. En zodoende genieten de chefs ook veel vertrouwen van hun bazen. Behalve in Rusland, natuurlijk. Daar hebben ze nog steeds iemand die het eten moet voorproeven in de keuken.

Heel af en toe gaat een kok er eens lekker voor zitten om te vertellen over dat gesloten clubje van wereldelite. Maar dan gaat het meestal om gewezen leiders of mensen die van hun voetstuk zijn gesukkeld.

Zo vertelde chef Anton Mosimann, die regelmatig op het Britse 10 Downing Street kookte, dat Margaret Thatcher eens verzocht om een copieuze maaltijd voor haar gast François Mitterrand. Hij kookte een kalfssteak met zeer delicate morilles (paddestoelen). Jaren later ontving hij complimenten van Thatcher. Het was allemaal erg lekker geweest, „maar wel een beetje duur”. Reuters