Europa produceert veel te veel auto’s

De Europese auto-industrie kampt met structurele overcapaciteit. Overheden en bedrijven hadden veel eerder moeten ingrijpen.

Het sommetje is vrij eenvoudig. In Europa werden in 2011 volgens de European Automobile Manufacturers’ Association ruim 13,1 miljoen nieuwe auto’s verkocht. Volgens dezelfde organisatie zijn er 236 fabrieken in Europa waar auto’s en of onderdelen worden gemaakt. Die fabrieken hebbende capaciteit om 18 tot 20 miljoen auto’s te produceren. Dat betekent: structurele overcapaciteit.

De enige oplossing is, zeggen betrokkenen, sluiting van fabrieken. In een beetje autofabriek rollen jaarlijks 200.000 tot 300.000 auto’s van de band. Om de overcapaciteit aan te pakken, is sluiting van een handjevol fabrieken dus onvoldoende.

Topman Sergio Marchionne van Fiat-Chrylser zei begin dit jaar dat om het probleem in Europa aan te pakken één op de vijf fabrieken dicht moet. Ter vergelijking noemde hij Amerika, waar na de crisis in 2008 keihard is ingegrepen. „Zij hebben de zaken in 2008 en 2009 geregeld.”

Het beste voorbeeld is de ondergang en wederopstanding van General Motors. Dit bedrijf leed tot 2008 onwaarschijnlijke verliezen – in 2007 het recordbedrag van 38 miljard. Het bedrijf had te veel fabrieken en werknemers. GM ging failliet en maakte met behulp van de overheid een doorstart. Fabrieken sloten en wereldwijd verloren zo’n 34.000 mensen hun baan. GM draait nu een miljardenomzet en maakt winst.

Behalve in Europa. Opel, dochter van GM, boekt al jaren verlies. Hetzelfde probleem: te veel fabrieken en werknemers. In 2010 sloot GM al de Opel-fabriek in Antwerpen. Maar als het aan de Europese top van GM ligt, moeten nog tien fabrieken dicht.

Ook andere Europese fabrikanten zeggen nu dat sluitingen de enige optie zijn om de Europese auto-industrie gezond te maken. De autoverkopen in Europa dalen de laatste jaren en analisten verwachten dat er de komende jaren sprake zal zijn van een structureel lagere omzet. Het Franse PSA Peugeot Citroën kondigde sluiting aan van de fabriek in Aulnay, wat 8.000 banen kost.

Critici zeggen dat de Europese fabrikanten en overheden veel eerder hadden moeten ingrijpen. De crisis van 2008 en 2009 was een ideaal moment. Maar Europa koos er toen voor zoveel mogelijk werkgelegenheid te behouden. Overcapaciteit? De markt zou aantrekken, was het idee. Sluitingen en ontslagen zijn bovendien politiek weinig aantrekkelijk.

Veel Europese landen kozen ervoor de verkoop van nieuwe auto’s te stimuleren. Consumenten kregen een slooppremie als ze hun oude auto inruilden voor een nieuwe.

Veel fabrikanten deden er vervolgens nog een korting bovenop, waardoor de nieuwe auto’s de deur uitvlogen. Zo reserveerde de Duitse overheid 5 miljard voor de sloopregeling. Ook Frankrijk stimuleerde de verkoop met slooppremies. Daarnaast kregen Renault en PSA Peugeot Citroën beide een lening van 3 miljard euro om door de crisis te komen.