Die euro komt er nooit bovenop

De Spaanse staat moet geld lenen tegen meer dan 7,5 procent rente. Een Europese reddingsoperatie lijkt onafwendbaar.

Correspondent Spanje

Madrid. Spanje balanceert financieel op de rand van de afgrond. Hoe raakte het land zo diep in de problemen en waarom komt het er zo moeilijk uit? Zeven plagen teisteren Spanje.

1. Een incompetente elite

In de Spaanse regio Extremadura hielden drie dorpjes vorige maand een referendum. De burgermeester had 15.000 euro en wilde van de burgers weten hoe hij dit geld in tijd van massawerkloosheid en bezuinigingen diende te besteden. Aan vechtstieren voor het jaarlijkse dorpsfeest? Of moest het geïnvesteerd worden in tijdelijke banen? De stieren wonnen het ruim van het werk.

Een buitenstaander denkt: gekke jongens, die Spanjaarden. Die willen liever feesten dan werken. Maar uit reportages in de lokale media kwam een andere verklaring naar voren. Veel dorpelingen zeiden voor de stieren te stemmen, omdat ze vreesden dat het banengeld niet goed terecht zou komen. „De burgemeester zou het toch maar aan zijn vriendjes geven”, zei een vrouw. „Dan beter een feest dat veel mensen trekt, opdat de lokale middenstand ook weer eens een goede dag draait.”

2. Kortetermijndenken

De uitslag van het referendum in Extremadura verraadde ook een sterke neiging tot kortetermijndenken. Het land is gewend aan cycli van sterke groei gevolgd door een scherpe neergang. Een economie van ‘boom and bust’. Er zijn vette jaren en magere jaren. Geld dat je hebt, geef je meteen uit. Een vriend die in Madrid op een kantoor werkt, ziet dit elke maand in de kantine. Als de lonen net zijn gestort, is de eetzaal uitgestorven. Iedereen gaat in een restaurantje lunchen. Vlak voordat de salarissen uitbetaald worden, staat juist een rij bij de magnetron. Het geld is op en mensen warmen liever van huis meegebracht eten op.

De euro maakte van de huizenmarkt een casino. In geen anders westers land werden begin deze eeuw zoveel huizen gebouwd en banen gecreëerd als in Spanje. Geld spoot de banken uit. Het werd vooral in prestigeprojecten gestoken. Niet in onderzoek en ontwikkeling of een duurzame economische groei.

3. Slechte belastingmoraal

Dat Spanjaarden weinig vertrouwen hebben in hun politieke klasse leidt ook tot een slechte belastingmoraal. Als de overheid jouw geld niet juist besteedt of politici volop aan zelfverrijking of vriendjespolitiek doen, waarom zou je dan belasting betalen? En als iedereen de fiscus belazert – van de middenstander die geen btw rekent tot de rijken die hun geld wegsluizen – waarom zou jij dan wel braaf betalen? Daarom is eenvijfde van de economie ondergronds. Spanje telt 5,6 miljoen werklozen (een kwart van de beroepsbevolking), maar een aanzienlijk deel hiervan klust zwart bij. Het is doodnormaal dat bedrijven vragen of je wel een factuur wil. En wie als zzp’er met een boekhouder zijn jaaropgaaf gaat invullen, krijgt het advies iets minder inkomsten op te geven. „Je moet wel aan jezelf denken.”

Zeker in crisistijd leidt dit tot een neerwaartse spiraal. De overheid zit steeds krapper bij kas. Waardoor zij steeds minder voor burgers kan betekenen, maar wel de belastingdruk moet verhogen. Wat er toe leidt dat nog meer mensen die belastingen onrechtvaardig vinden en proberen te ontduiken. Enzovoorts.

4. Corrupte bankiers

Banken hebben niet alleen een enorme vastgoedzeepbel geblazen. Toen de Spaanse economie door hun roekeloze gedrag vijf jaar geleden in een vrije val belandde, zijn ze ook op grote schaal cliënten gaan oplichten. Om aan extra kapitaal te komen, haalden ze klanten over hun spaargeld te investeren in allerlei ingewikkelde financiële producten. Vooral oudere Spanjaarden trapten hier in. Door de filiaaldirecteur met wie ze hun hele leven al zaken deden, werden ze overgehaald in preferente aandelen of achtergestelde deposito’s te stappen. Een spaarbank in Galicië sleet ingewikkelde producten aan analfabeten. Ze mochten tekenen met hun vingerafdruk.

Honderdduizenden Spanjaarden dreigen nu hun pensioentje of spaargeld kwijt te raken. De gedupeerden spannen collectieve rechtszaken aan om dit te voorkomen. Enkele eerste uitspraken wijzen erop dat de klagers goede kans maken in het gelijk gesteld te worden.

5. Schuld buiten jezelf zoeken

In opmaat naar de introductie van de euro daalden voor Spanje de rentes razendsnel. Noord-Europese banken, pensioenfondsen en beleggers verstrekten zonder probleem miljarden aan projectontwikkelaars, banken en bouwbedrijven. Spanje gold als groeiwonder van Europa.

Destijds onderschatten buitenlandse geldschieters de risico’s. En sinds het uitbreken van de eurocrisis overschatten ze deze juist. Althans, dat vindt Madrid. De regering spreekt van de ‘irrationaliteit’ van de markten. Ze vindt dat Spanje zijn huiswerk (bezuinigingen en hervormingen) gedaan heeft, maar dat de onrust op de markten al deze inspanningen tenietdoet. Daarom moet nu Europa elke twijfel over de euro wegnemen. Via een veel groter noodfonds of met een veel agressiever opererende Europese Centrale Bank. Maar de Europese Commissie kwam in mei met een lange lijst hervormingsadviezen voor de regering. En die sloeg ze in de wind.

Premier Rajoy betuigt regelmatig zijn liefde aan ‘méér Europa’. Maar hij is ook bevreesd voor soevereiniteitsverlies. En dus schiet zijn regering regelmatig in een typisch Spaanse, of Zuid-Europese, reflex: de schuld buiten jezelf zoeken. De crisis in het land is de schuld van iedereen behalve Spanje zelf: de Duitsers, de euro, de speculanten. Het wekt de indruk dat hij zijn hervormingen en bezuinigingen weer staakt zodra Europa de markten zou kalmeren.

6. Conservatief

Spanje is een conservatief land. Niet op moreel-ethisch gebied: de van oorsprong katholieke bevolking seculariseert razendsnel. Maar sociaal-economisch is het links-conservatief. Verworven rechten zijn heilig. Het best is dit te zien op de arbeidsmarkt. Er bestaat grote ongelijkheid tussen werknemers met een vast contract en flexwerkers met een tijdelijk dienstverband. Het is een van de redenen dat de arbeidsmarkt slecht functioneert en een kwart van de beroepsbevolking zonder wit werk zit. En van de jongeren zelfs de helft.

Maar pogingen om de kloof tussen insiders en outsiders te dichten stuiten op breed maatschappelijk verzet. Ook van jongeren. Zij willen graag meer rechten, maar niet ten koste van hun oudere familieleden. Die zijn, zeker in deze crisistijd, hun belangrijkste vangnet. En ook jongeren willen nog steeds een vaste baan voor het leven, liefst bij de overheid. Zekerheid gaat boven vrijheid.

7. Een slechte PR

Spanjaarden zijn niet erg internationaal georiënteerd: ze spreken hun talen slecht en reizen relatief weinig naar het buitenland. Velen hebben genoeg aan hun eigen land, dat qua omvang en diversiteit doorgaat voor een subcontinent. Spanje verkoopt zich daardoor slecht in het buitenland. Ook een oud minderwaardigheidscomplex steekt nog regelmatig de kop op. Spanjaarden hebben veel aandacht voor gebieden waarop ze achterlopen op het Europese gemiddelde.

De punten waarop ze excelleren, benadrukken ze weinig. Want ondanks alle plagen is de Spaanse economie een stuk veerkrachtiger dan, bijvoorbeeld, de Griekse. Ook kent het, volgens Transparancy International, minder corruptie dan Italië. En de bureaucratie is er minder versteend dan in Portugal.