De dreiging van het Saoedisch islamisme

Twee aanslagen in het verre Tatarstan, waar christenen en moslims vreedzaam samenleven, wijzen Robbert van Lanschot op het ontwrichtende radicalisme van het wahabisme uit Saoedi-Arabië.

Vorige week donderdag beloofde een prachtige, zonnige dag te worden in Kazan, de hoofdstad van Tatarstan. Zoals vaak in juli is de lucht zwanger van het stof dat de hete wind heeft meegedragen uit de steppen van Centraal-Azië. Om tien uur ’s ochtends stapte plaatsvervangend mufti Valiulla Yakoepov uit zijn morsige, jaren zestig flatgebouw aan de Zaryastraat. De auto met chauffeur van het muftiaat stond buiten te wachten. Er klinken schoten. Yakoepov wordt geraakt maar weet zich nog net naar de auto te slepen. Onderweg naar het ziekenhuis overlijdt hij. Een uur later wordt op een andere plek in de stad de auto van Yakoepovs baas, mufti Ildus Faizov opgeblazen. De mufti raakt zwaargewond, maar overleeft.

Twee maanden eerder had ik op het muftiaat een lang gesprek met die Valiulla Yakoepov, een plezierige, intelligente man. Hij werd gezien als voorvechter van de lokale, liberale variant van de islam. En dat maakte hem in een moeite door een fel tegenstander van het Saoedische salafisme, dat in de woelige jaren negentig Kazan was binnengesijpeld. Hij had een kleine, rommelige werkkamer, die geen recht deed aan zijn machtige positie binnen Tatarstan, een autonome republiek binnen de Russische Federatie. Mufti Faizov geldt in Tatarstan vooral als een wat saaie, diplomatieke apparatsjik; Yakoepov was het brein.

Tatarstan ligt halverwege Moskou en het Oeralgebergte. Ik ging ernaartoe om te schrijven over de goede relaties tussen moslims en christenen. Het verhaal werd op zaterdag 9 juni in deze krant gepubliceerd onder de kop ‘Religieuze harmonie, het kan, na 500 jaar’. Dat van die vijfhonderd jaar had ik van Yakoepov.

Gisteren heb ik mijn notities van het gesprek met hem opnieuw doorgenomen. En nu pas realiseer ik me hoezeer Saoedi-Arabië en het salafisme obsessies voor hem waren. „Herinner je je die enorme Boeddhabeelden van Bamiyan in Afganistan? Meer dan duizend jaar raakte niemand ze aan, ondanks het feit dat het land al heel lang streng islamitisch was. Pas toen Saoedi-Arabië zich met Afghanistan en de Taliban begon te bemoeien, werden ze opgeblazen. Robbert, luister naar mijn woorden – Riyad vormt een regelrechte bedreiging voor onze beschaving.”

Wie achter de aanslagen zitten, is nog onduidelijk. De lokale media vermoeden een link met schimmige extremistische kringen. Een aantal wahabieten zit in Kazan achter de tralies. Het zou om een wraakactie kunnen gaan. Een verdachte is verbonden aan Idel Hadj, een Kazans reisbureau dat zich op internet afficheert als ‘Jouw Weg naar Mekka!’ Er zou een conflict zijn geweest tussen die reisorganisatie en het muftiaat. Sommigen wijzen zelfs met de beschuldigende vinger naar de federale veiligheidsdienst FSB en naar president Poetin. Die zouden nu mooi kunnen claimen dat de situatie in Tatarstan uit de hand loopt en dat de controle vanuit Moskou moet worden versterkt.

Yakoepov was ook bezorgd over wat hij als ‘Saoedische satellieten’ zag – Koeweit en de Verenigde Arabische Emiraten. In mijn notitieboekje staat ergens: „Saoedi-Arabië is een monster.” Oef. Dat vond ik destijds wat te ver gaan om in mijn NRC-verhaal op te nemen. Maar nu hij niet meer leeft, wil ik die boude uitspraak niet onvermeld laten. Volgens Yakoepov telde Tatarstan duizenden wahabieten. Velen van hen hadden gestudeerd in madrassa’s in Medina en Mekka. Anderen waren gearriveerd vanuit de Noord-Kaukasus. In het verleden hadden zich wel eens incidenten voorgedaan. Opgeblazen gaspijpleidingen en zo. Maar het was allemaal relatief onschuldig geweest. Deze mensen zouden echter, aldus Yakoepov, kunnen ‘muteren in een veel gevaarlijker variant’. Toen ik dat destijds allemaal opschreef, vond ik het nogal zwaar op de hand.

Yakoepov en zijn baas Faizov leken zich trouwens over hun eigen veiligheid weinig zorgen te maken. De hal van het muftiaat werd bewaakt door slechts een enkele portier – een oud, enigszins trillerig Tataars mannetje. Een professioneel veiligheidsbedrijf zou hem twintig jaar geleden al met pensioen hebben gestuurd. De afgelopen dagen heb ik mijn lijstje Tataarse contacten langsgebeld. Sommigen zagen de twee aanslagen als het begin van veel ellende. ‘Zo ging het tien jaar geleden ook in Dagestan van start’ (Dagestan is een autonome republiek aan de Kaspische Zee waar moslims tegen moslims vechten – voor veel mensen in Rusland is ‘Dagestan’ het schrikbeeld bij uitstek). De meerderheid meende echter dat de vrijzinnige ‘Tataarse’ islam te robuust was om onder deze incidenten te lijden. Maar charmerende naïviteit is verruild voor wantrouwen. Mannen met lange baarden en met kleding die – à la profeet Mohammed – ruim boven de enkel valt, worden niet langer gezien als leuke, straatbeeld verrijkende, exotische vogels.

Het is natuurlijk moeilijk om Saoedi-Arabië, Koeweit en de Verenigde Arabische Emiraten als een axis of evil te zien. Mensen die van glimmende wolkenkrabbers en Amerikaanse sleeën en Hermès’ Birkin-tassen houden en die ons bovendien een heleboel olie en gas verkopen, kunnen toch niet bedreigend zijn? Yakoepov concentreerde zich echter op de keerzijde van de medaille: de export van een in zijn ogen griezelige, uiterst conservatieve islam. Hij had zelf zijn leven gewijd aan de islam. Hij kan als plaatsvervangend mufti geen islamofoob zijn geweest. In zijn Tatarstan had hij trouwens een perfecte positie om de voormalige madrassastudenten in hun doen en laten te aanschouwen. Kortom, hij wist waar hij het over had. Zijn cri du coeur, ook al is die zwaar aangezet, moet daarom mijns inziens serieus worden genomen. Niet alleen voor Tatarstan, maar meer nog voor nu instabiele landen als Syrië, Bahrein en Egypte. Het ooit speelse, ondeugende Alexandrië is nu al het Kabul van de Middellandse Zee.

Ook wij hebben trouwens een beetje ons eigen wahabismeprobleem. In de meeste islamitische boekhandels hier te lande wordt vrijwel uitsluitend in Jeddah of Riyad gedrukte, religieuze literatuur verkocht. Zelfs de – helaas ter ziele gegane – leuke, experimentele Amsterdamse Poldermoskee telde op de eerste etage een wahabitische boekwinkel. Ik heb het er wel eens met het bestuur, ik meen met voorzitter Yassmine El Ksaihi, over gehad. „Ja, ja, je hebt wel ‘n beetje gelijk – die boekhandel past inderdaad niet zo goed bij onze moskee”, kreeg ik te horen. Maar die boekhandel is er tot het eind gebleven.

Vlakbij de poldermoskee verrees, midden in Slotervaart, wat in de volksmond ‘de Blauwe Moskee’ is gaan heten. Op de buitengevel staat niets aangegeven. Maar binnen hangt een bord met ‘Nederlands-Kuwaitisch Sociaal en Cultureel Centrum’. Het is overigens gewoon een moskee. Dat ‘Kuwaitisch’ roept vragen op. Koeweiti’s wonen in Londen’s Kensington en in het dure zestiende arrondissement van Parijs. Maar Slotervaart hebben ze nog niet ontdekt. Die moskee dient dus uitsluitend om de strenge Koeweitse variant van de islam uit te dragen. Natuurlijk mag dat, maar het heeft ook iets bizars. Die moskee is een anti-inburgeringsmoskee. En dat dus hartje Slotervaart, waar de inburgering sowieso al stroef verloopt. Zou er iemand bij de overheid zijn geweest die Koeweit heeft gesmeekt om een andere plek te kiezen?

In tegenstelling tot Tatarstan, waar de meerderheid moslim is, zal het wahabisme voor ons gelukkig nooit een existentieel gevaar kunnen opleveren. Maar de conservatieve islam, die nu met succes wereldwijd vanuit het Arabische schiereiland wordt gepropageerd, maakt het opnemen van de moslimgemeenschap in de Nederlandse samenleving wel extra ingewikkeld. Saoedi-Arabië bedreigt hier niet onze beschaving, maar wel de integratie.

Robbert van Lanschot is freelancejournalist. In 2010 publiceerde hij Café Mogadishu, een boek over de islam in Nederland.