Cubaan vlucht in Haarlem, staatskrant stil

De Cubaan Aledmis Díaz (21) verscheen zondag niet bij de finale van de Haarlemse Honkbalweek. Geblesseerd? Nee, gevlucht en mogelijk op zoek naar een contract in VS.

Cubaan Aledmis Díaz in het clubtenue van Villa Clara bij een eerder duel in de nationale competitie. Foto Reuters

De Cubaanse staatskrant Granma rept in een verslag over de zegetocht in Haarlem met geen woord over de afgelopen weekend verdwenen honkballer Aledmis Díaz. Pablo Nieuw, een Haarlemmer die als tussenpersoon voor de Cubanen werkt, zegt desgevraagd Díaz afgelopen maandag nog gezien te hebben. „Verder wil ik er echt niets over kwijt”, zegt hij later. El Nuevo Herald uit Miami, het lijfblad van veel Cubaanse ballingen, schrijft zeker te zijn van Díaz’ vlucht.

De afgelopen jaren kondigde president Raúl Castro van Cuba, een van de laatste socialistische landen ter wereld, meermaals economische hervormingen aan. Voor veel honkballers gaat die transformatie veel te langzaam. Al sinds 1962, drie jaar na de revolutie van Raúls broer Fidel, mogen zij alleen uitkomen in de Cubaanse competitie.

Deze league kent zeventien teams: twee uit de hoofdstad Havana, twee uit de gelijknamige provincie en de andere dertien vertegenwoordigen elk een regio. Spelers die opgroeien in een bepaald gebied spelen tijdens hun carrière alleen voor de streekclub. Ze wisselen vrijwel nooit van club. Hun maandsalaris ligt ongeveer op twaalf euro, gelijk met dat van een serveerster.

De enige uitvlucht voor de sportende Cubaan is deserteren, vluchten naar het buitenland. Het verlangen uit te komen in de lucratieve Amerikaanse honkbalcompetities is groot. Soms blijft het niet alleen bij dromen. De Amerikaanse clubs kunnen in het arsenaal van goede Cubanen – béisbol is volksport nummer 1 – geriefelijk hengelen naar een grote vis.

Washington maakt het hen niet moeilijk. Een Cubaan die aanklopt bij een Amerikaanse ambassade in het buitenland, komt in aanmerking voor een verblijfsvergunning. Daarna ligt de weg naar het beloofde honkballand open. Uit onderzoek van The Miami Herald blijkt dat sinds 1980 ten minste 240 Cubaanse honkballers overliepen naar het buitenland.

Iedere vluchteling heeft zijn eigen, unieke verhaal. Kendrys Morales, eerste honkman bij de Los Angeles Angels of Anaheim, probeerde elf maal met een bootje te ontsnappen. Drie keer werd hij gepakt en moest hij de cel in. In 2004 lukte het de toen twintigjarige in een roeiboot met zestien anderen een groter schip te bereiken, dat hem naar de kust van Florida bracht. En in maart verdween voetballer Yosmel de Armas plotseling tijdens het olympisch kwalificatietoernooi in Nashville. Hij heeft politiek asiel aangevraagd.

De vluchtelingen zijn een doorn in het oog van het bewind in Havana dat vaak zijn beste spelers verliest. Aledmis Díaz is al de derde Cubaan in vier jaar tijd die in Nederland weet te ontsnappen.

Zo nam Arnoldis Chapman in 2009 met de nationale ploeg deel aan het World Port Tournament in Rotterdam. Bij aankomst vertelde hij zijn kamergenoot even te gaan roken. Met een pakje sigaretten en zijn paspoort, dat de Cubaanse officials hadden vergeten in te nemen, liep Chapman het hotel uit. Hij stapte in een gereedstaand busje en reed meteen door naar Barcelona.

Chapman kreeg zonder veel problemen een nieuwe nationaliteit in Andorra. Kort daarna, in 2010, tekende hij bij de Cincinnati Reds een contract van 30 miljoen dollar (25 miljoen euro). Ook dit seizoen speelt hij in Ohio als succesvol werper.

De kans is groot dat Díaz binnen een jaar in de VS opduikt, zegt Ton Hofstede, scout voor de Baltimore Orioles. „Hier zit een Amerikaanse spelersmakelaar achter. Hij zal niet meteen Major League spelen, maar hij kan er een goede boterham verdienen.”