Crisis of niet, bij het IOC stromen miljarden binnen

Het IOC is een multinational met een miljardenomzet. Voor hoofdsponsors geldt een wachtlijst. Voorzitter Jacques Rogge: „De financiële situatie is sterk.”

Bezuinigen? Niet bij het Internationaal Olympisch Comité (IOC). Dat woord ontbreekt in de olympische vocabulaire. Waar veel landen zuchten onder de crisis ondervindt het IOC vooral hinder van valutaschommelingen.

Voorzitter Jacques Rogge meldde gisteren in Londen dat tegenvallende koersen de reserve hebben doen krimpen van 592 naar 558 miljoen dollar. Maar verder heeft het IOC geen klagen, meldde de Belg. „De financiële situatie is sterk.”

Dat is een understatement voor een organisatie waar miljarden aan televisierechten en sponsorgelden binnenkomen. Het Noorse IOC-lid Gerhard Heiberg, hoofd van de marketingcommissie, vertelde dat het IOC voor de Winterspelen van Sotsji (2014) en de Zomerspelen van Rio de Janeiro (2016) nu al verzekerd is van 1,2 miljard dollar aan sponsorinkomsten. Voor de Winterspelen van Vancouver (2010) en Londen (2012) is dat samen 957 miljoen dollar.

Die grote som geld wordt bij elkaar gebracht door de elf hoofdsponsors van het IOC, alle multinationals, waarvan Coca-Cola, McDonald’s, Visa, Panasonic en Samsung de bekendste namen zijn. En dan staan er volgens Heiberg nog veel firma’s in de rij om openvallende plaatsen in te nemen. Nee, aan uitbreiding denkt het IOC niet. Om te voorkomen dat de financiële ruimte voor organisatiecomités van Olympische Spelen en nationale olympische comités wordt beperkt.

Zo lang bestaande contracten worden verlengd, is er weinig ruimte voor nieuwe hoofdsponsors. Tien sponsors gaan door tot en met 2016 en van zeven heeft het IOC al een handtekening tot en met 2020, het jaar waarvoor de Spelen volgend jaar in Buenos Aires worden aangewezen. Dat geldt onder andere voor Coca-Cola, dat al vanaf de Spelen van 1928 in Amsterdam als sponsor actief is en sinds de invoering in 1986 deel uitmaakt van het selecte gezelschap hoofdsponsors.

In 2005 heeft de Amerikaanse drankenfirma zich tot en met 2020 aan de Spelen verbonden. McDonald’s, al vanaf 1976 actief voor het IOC, stopt evenmin op korte termijn, want de fastfoodketen heeft dit jaar het contract verlengd tot en met 2020.

Nog profijtelijker dan de sponsorinkomsten is de verkoop van televisierechten. Volgens voorzitter Rogge streeft het IOC voor de Spelen van Sotsji en Rio naar een bedrag van meer dan 4 miljard dollar. Op basis van afgesloten contracten is het IOC nu al verzekerd van 3,6 miljard dollar. Terwijl de onderhandelingen met verschillende televisiezenders nog gaande zijn, is daarmee al bijna de 3,9 miljard dollar bereikt die het IOC aan uitzendrechten verdient aan de Spelen van Vancouver en Londen.

Voor de Winterspelen in het Zuid-Koreaanse Pyeongchang (2018) in de nog aan te wijzen Zomerspelen van 2020 (Tokio, Madrid of Istanbul) weet het IOC zich al verzekerd van 2,6 miljard dollar. Met dank aan de Amerikaanse zender NBC, waarmee de organisatie een contract tot en met 2020 heeft afgesloten voor 4,38 miljard dollar.

De laatste jaren is het de strategie van het IOC de onderhandelingen over tv-rechten zo veel mogelijk te splitsen en zich vooral te richten op het nieuwe markten, zoals China, andere Aziatische landen en Zuid-Amerika. Daar liggen de onontgonnen gebieden, in Europa is de rek er een beetje uit.

Het IOC sluit bijvoorbeeld afzonderlijk televisiecontracten in grote landen als Groot-Brittannië, Duitsland en Italië. Met de Britse publieke omroep BBC is onlangs een overeenkomst gesloten voor de uitzendrechten tot en met 2020; naar verluidt voor een bedrag van één miljard dollar. De Europese koepelorganisatie EBU wordt al sinds 2010 gepasseerd.

Voor de overige Europese landen heeft het IOC de rechten gegund aan het marketingbedrijf Sportfive van de Franse mediagigant Lagardère. Sportfive sluit afzonderlijk contracten met de kleine landen, waaronder de Nederlanders omroep NOS. Het bedrag dat de NOS voor de Spelen van Sotsji en Rio de Janeiro moet betalen is volgens NOS-directeur Jan de Jong gelijk aan die voor ‘Vancouver’ en ‘Londen’.

Naast alle sponsor- en televisiedeals heeft het IOC ook nog een financieel succes geboekt bij het Amerikaanse olympisch comité USOC. Volgens een overeenkomst uit de jaren tachtig krijgt USOC 12,75 procent van Amerikaanse televisierechten en 20 procent van de sponsorinkomsten uitgekeerd. Deze deal werd gesloten ter compensatie voor het onttrekken van geld aan de Amerikaanse markt.

Het IOC wilde van deze afspraken af en heeft eerder dit jaar na langdurige onderhandelingen een nieuw contract gesloten. Het pressiemiddel was de toewijzing van Olympische Spelen. Het IOC liet steeds doorschemeren dat geen enkele Amerikaanse stad de Spelen toegewezen zou krijgen zo lang USOC zich niet naar de nieuwe wensen van het IOC wilde schikken. De mislukte kandidatuur van New York voor de Spelen van 2012 en die van Chicago voor 2016 waren daarvan voorbeelden.

Na langdurige onderhandelingen hebben IOC en USOC onlangs nieuwe afspraken gemaakt. Marketingchef Gerhard Heiberg gaf gisteren enkele details prijs. Het percentage voor televisierechten voor USOC daalt vanaf 2020 van 12,75 naar 7 procent en het aandeel aan sponsorinkomsten wordt met ingang van datzelfde jaar gereduceerd van 20 tot 10 procent.

De nieuwe overeenkomst duurt tot en met 2040, wat een aantal leden van het IOC ongehoord lang vindt. Die mening deelt Heiberg, maar hij maakte gisteren duidelijk dat het IOC bij alle compromissen niet zijn zin over de duur van het contract had gekregen.