Assad gaat vechtend ten onder

Het Syrische regime zet nu alles op alles om gewapende rebellen te verdrijven uit de grote steden Damascus en Aleppo. Voorlopig heeft Assad nog genoeg troepen om overeind te blijven.

Rebellen rusten na gevechten met regeringstroepen in de noordelijke stad Aleppo. Het regime heeft extra troepen naar de stad gedirigeerd. Foto AFP

De eerste demonstranten tegen president Bashar al-Assads regime, half maart 2011 in Damascus, werden met stokken van de straat geslagen. Oppositiepoliticus Suhair Atassi vertelde deze krant een jaar later dat ze door de shabiha, een regeringsmilitie van boeven en politie in burger, aan haar haren twee straten was meegesleurd. Een paar dagen later schoot de politie in Deraa in het zuiden met scherp op betogers, vijf doden.

Nu zet het bewind tanks, artillerie en helikopters in tegen rebellen die voor het eerst in Damascus en Aleppo vechten. Volgens sommige bronnen werden in Aleppo gisteren ook voor het eerst in dit conflict gevechtsvliegtuigen ingezet, hoewel anderen het erop hielden dat ze ter intimidatie de geluidsmuur doorbraken.

De ongewapende demonstranten lieten zich destijds niet van straat slaan en schieten; de lichtgewapende opstandelingen wijken niet voor de tanks. Het bewind verzwakt maar geeft geen enkel teken dat het zich opmaakt terug te treden. Volgens oppositiecijfers heeft de opstand 19.000 mensen het leven gekost.

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Hillary Clinton, zei gisteren dat Assad nog steeds tijd heeft om te gaan onderhandelen over een machtsoverdracht. Maar het antwoord van het regime was niet mis te verstaan: het dirigeerde duizenden militairen naar Aleppo, de economische hoofdstad van Syrië.

Damascus en Aleppo huisvesten samen ongeveer een derde van de 22 miljoen Syrische burgers. Tot een week geleden werden de inwoners nog nauwelijks geraakt door de opstand. Nu rijden de tanks schietend door de straten. Als de rebellen deze steden in handen krijgen, is het voorbij met het regime.

Vandaar dat uit buitengebieden legereenheden naar de steden worden gestuurd. In Damascus helpen eenheden uit de Golan orde op zaken stellen. Verscheidene wijken die in handen van opstandelingen waren, zijn heroverd. Vandaag nam het leger met artillerie en raketten de noordelijke voorstad Al-Tel onder vuur waar eveneens rebellen zitten. Volgens activisten en inwoners werden appartementsgebouwen getroffen en vluchtten inwoners in paniek de stad uit. Al-Tel telt ongeveer 100.000 inwoners.

Uit de provincie Idlib aan de Turkse grens waren vanochtend troepen onderweg naar Aleppo. In het noorden van Syrië hebben rebellen dorpen en grensposten met Turkije en Irak in handen; terugtrekking van belangrijke legereenheden geeft hun de kans hun greep op het gebied te versterken. Het regime heeft uiteindelijk te weinig betrouwbare troepen om de opstand neer te slaan. Tegelijk is duidelijk dat het nog steeds over voldoende eenheden beschikt die bereid zijn op woonbuurten te schieten, om voorlopig overeind te blijven. De zware aanslag in Damascus die vorige week vier hoge veiligheidsfunctionarissen het leven kostte, heeft zo te zien nog niet geleid tot deserties uit deze eenheden.

Een nieuw rapport van het Britse defensie-instituut RUSI concludeert dat westers militair ingrijpen in het conflict nu „steeds waarschijnlijker oogt”. Volgens het vandaag uitgekomen rapport ‘A Collision Course for Intervention’ gaat het er niet om of het Westen daar zin in heeft; het wordt er zijns ondanks in getrokken. De interne meltdown destabiliseert de omliggende landen; vluchtelingenstromen en bezorgdheid over het Syrische chemische-wapenarsenaal dwingen tot verder ingrijpen dan de wapenleveranties aan rebellen die al aan de gang zijn.

In hun publieke uitspraken is er nog geen aanwijzing dat westerse leiders denken aan een interventie. Clinton zei gisteren dat de Syrische oppositie moet kijken naar „de-dag-na” kwesties, zoals bescherming van alle Syriërs na de val van Assad. Maar ze zei niets over hulp aan rebellen tegen Assads zware wapens die nu overal worden ingezet, zoals destijds zo snel in Libië gebeurde.