Zelf drinkt Leila geen druppel

Alcohol is taboe in de islamitische republiek. Drinken kan alleen stiekem. Als je whisky wilt, bel je Leila.

I edere middag als Leila (31) haar straat uitrijdt, luistert ze goed of er vanuit haar achterbak geen glasgerinkel klinkt. Verkeersdrempels neemt ze met uiterste voorzichtigheid, ze rijdt langzaam en trapt nooit hard op de rem. Want in de achterbak, in zwarte plastic zakken, liggen talloze flessen wijn, wodka en bier. Allemaal streng verboden in de islamitische republiek Iran, maar in het geheim verkrijgbaar.

Leila verkoopt drank sinds haar man voor hetzelfde vergrijp vorige jaar de cel in ging. Ze heeft twee flessen rode wijn, ‘François Du Lac’, te weinig gerekend, merkt een klant op. „Oh sorry, ik ben best wel zenuwachtig”, zegt Leila. „Ik heb vanochtend ook al een fles laten vallen. Nu ruikt alles naar drank.”

Na de revolutie van 1979 werd Iran volledig drooggelegd, boze revolutionairen timmerden cafés dicht en sloegen flessen drank stuk op straat. Alcohol, van bier tot gedistilleerd, werd vanaf dat moment beschouwt als een zonde, met 80 zweepslagen als straf om het af te leren. Maar net zoals drugs en prostitutie nooit zijn verdwenen met het realiseren van de islamitische heilstaat, is de illegale drankhandel ook altijd aanwezig gebleven.

Sommigen stoken ‘Arak Saghi’, ‘hondenzweet’. Soms gaat het mis, vorige maand werden nog tientallen mensen blind nadat flessen met methanol in omloop waren gebracht. Anderen kopen buitenlandse flessen drank, die soms met ezeltjes maar steeds vaker met vrachtwagens over de grens worden gesmokkeld. Vrienden van vrienden geven nummers van handelaren als Leila aan elkaar door en bestellen telefonisch. Een ‘Rus’ (wodka) kost 25 euro, net als een ‘Schot’ (whisky). Alles is te krijgen, een tray van 24 Heineken blikjes – zeldzaam – kost 100 euro.

Jarenlang was het onderwerp drankgebruik taboe voor de leiders van Iran. Ze negeerden het probleem. Maar de laatste tien heeft met name de groeiende middenklasse grote veranderingen ondergaan. Door goedkope vakantiereizen naar het buitenland – de pretstranden van Turkije – kwamen ze in aanraking met drank. Terug in Teheran verdween het sociale taboe.

In een ongebruikelijke ontboezeming waarschuwde een hoge ambtenaar van het ministerie van Gezondheidzorg onlangs dat er een drankprobleem is in Iran, dat sterk uit de hand begint te lopen. „We ontvangen verontrustende berichten van ziekenhuizen en artsen over de consumptie van alcohol in de armere en traditionelere wijken in het zuiden van de stad”, zei onderminister Baqer Larijani in mei. Volgens hem is alcoholisme tegenwoordig een groter probleem in Iran dan suikerziekte of hartziekten.

Waar in andere islamitische landen de samenleving drankgebruik afkeurt, is het voor sommigen in Iran bijna een rebelse daad geworden tegen de staat die in de ogen van met name stedelingen de religie heeft gemonopoliseerd. Verveling lijkt een van de hoofdzaken van drankgebruik onder jongeren, die bijna niets mogen in Iran. De zedenpolitie pakt dagelijks vrouwen op die de verkeerde kleding dragen. Zelfs huwelijksfeesten worden verstoord omdat er wordt gedanst.

De oplossing voor het drankprobleem is er een van nog meer en hogere straffen. Vorig jaar werd Neda (29) aangehouden op weg naar een vakantiewoning. In haar achterbak had ze een fles wijn. Na een nacht in de cel werd ze veroordeeld tot het betalen van 600 euro boete, of de zweep. Ze koos voor het geld. „Nadat hij had betaald vroeg mijn vader aan de rechter of hij de fles alsnog mee naar huis kon nemen”, zegt Neda. „Zoveel geld had hij nog nooit betaald voor een fles drank.”

Leila, die in het geheim drank verkoopt, is bang om gearresteerd te worden. Maar stoppen, daar denkt ze niet aan. „Ik heb een kind, mijn man zit vast, ik moet toch geld verdienen.” Ze sluit de achterbak van haar auto voorzichtig. „Zelf drink ik niet hoor.”

Correspondent Thomas Erdbrink bericht in deze rubriek over het leven in Iran.