Voor Munnik is het oog een projectiedoek

Deze zomer zijn weer honderden kunstenaars en vormgevers afgestudeerd. In dit eerste deel in een korte serie hoogtepunten: Matthijs Munnik, KABK Den Haag.

‘Citadels: Lightscape III’, vier foto’s kort na elkaar gemaakt met een iPhone.

Kunst is passief. In ieder geval niet fysiek agressief. Denk je. Maar Matthijs Munnik heeft een manier gevonden om met kleur en licht al je barrières te slechten en je te veranderen in een konijntje dat gefascineerd de koplampen dichterbij ziet komen.

Munnik laat je op de eindexamenexpositie van de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag een wit gangetje ingaan dat leidt naar een ruimte genaamd Citadels: Lightscape III waar zijn ‘schilderij’ aan de muur hangt. Het doet pijn aan je ogen, zo licht is het daar. Het schilderij is een diep vlak van iets meer dan een meter hoog en drie meter breed. Een sonoor trillend geluid komt ergens achter vandaan.

Maar daar gaat het niet om. Het is het flikkerende licht dat je overmeestert. Dan blauw, dan wit, dan roze, dan geel – het flitst maar door in zo’n hoog tempo dat je hersens het niet kunnen verwerken. Je ziet punten, flitsen, vlakken, kleuren en je wilt de ruimte uit om zeker te weten dat het niet aan je ogen ligt. Gelukkig niet. Maar je bent bang om lang naar het schilderij te kijken, alsof het een zon is die je blind kan maken. Bij de ingang stond op een gevaarbordje wel iets over epilepsie, maar over blijvende schade geen woord.

Matthijs Munnik (23) is aan de Koninklijke Academie afgestudeerd in de richting Art Science. „Ik heb een ledlamp ontwikkeld die ik in specifieke frequenties en kleurpatronen kan laten knipperen. Dat gaat zo snel dat je oog het niet kan verwerken. Je retina gaat er dan zelf iets van maken. Het werk gaat over de grens van je waarneming. Je ziet een landschap van patronen, vormen en kleuren.”

Munnik heeft de lamp gemaakt omdat gewone stroboscopen en beamers niet in zulke specifieke frequenties kunnen flitsen. De patronen maakt hij met een computer. „In mijn composities wissel ik tussen flitsfrequenties van nul tot tachtig hertz. Het luistert heel precies om de retina van de kijker deze hallucinatie-achtige patronen te laten creëren.” De afgelopen drie jaar heeft hij op zichzelf allerlei patronen en variaties uitgetest. „Ik kan nu blokjes, pixels, heel kleine cirkeltjes, zonnen, kruisen en fractaal-achtige vormen oproepen. Ik gebruik het oog als projectiedoek.”

Hoe het schilderij knippert, kunnen we met ons oog niet waarnemen. Het lijkt constant fel wit. Ook digitale camera’s kunnen het niet weergeven en leggen per foto maar één moment vast. Achteraf zie je dat wat je dacht dat wit licht was – en dat in je ogen van alles tevoorschijn toverde – een wisselbad van kleuren is.

Het geluid in de ruimte is synchroon aan de frequentie van het knipperen en direct gekoppeld aan de kleuren. „Dat geeft een extra synesthetische dimensie aan het werk”, zegt Munnik: „Het oor hoort wat je oog ziet.” Bij live performances gebruikt hij subwoofers voor de lage tonen en dan voel je in je hele lichaam de trilling van wat je om je heen ziet en hoort.

Munnik werkt aan een verbeterde versie van Citadels: Lightscape III – „groter en nog immersiever” – die hij in oktober op festival Kontraste in Krems in Oostenrijk zal laten zien. „Ik dacht dat het misschien al te heftig was, maar we moeten niet te bang zijn voor heftige sensorale ervaringen.”

Citadels: Lightscape III is een fascinerende ervaring. Als je de ogen wijd open spert en in de richting van het licht gaat, zie je grillige bewegingen en onnavolgbare patronen. Het is bijna bedreigend hoe de installatie bezit van je neemt. De komst van andere toeschouwers in de ruimte voelt als een opluchting: dit is geen isoleercel.

Inl: www.matthijsmunnik.nl