‘Verandering zal de Golf bereiken’

Duizenden betogers raakten afgelopen vrijdag op de wekelijkse protestdag weer slaags met de Bahreinse oproerpolitie. De monarchie blijft volgens de oppositie elke hervorming blokkeren.

Sinds 1954 is het Arabische Golfstaatje Bahrein elke vijf tot tien jaar toneel geweest van een opstand tegen het bewind. Alles werd met geweld beëindigd. Ook vorig jaar deden de Bahreinse autoriteiten hun uiterste best demonstraties voor democratische hervormingen neer te slaan. Saoedische troepen van de snelle interventiemacht van de Samenwerkingsraad van de Golf kwamen te hulp. De Saoediërs zijn er nog steeds. Oproerpolitie isoleert de betogers in hun woongebieden. Maar het protest gaat door.

Alaa al-Shehabi is zoals ze het zelf noemt een „stem” van de Bahreinse oppositie. Shehabi is shi’itisch en de oppositie is overwegend shi’itisch, zoals ook de meerderheid van de bevolking. Maar in een vraaggesprek in Den Haag betwist ze dat het gaat om een shi’itische beweging. „Vanuit shi’itisch perspectief is het een oppositiestrijd die al tientallen jaren duurt. Er zijn geen sektarische eisen. De oppositie wil een gekozen regering en een gekozen premier en sommigen willen het einde van de monarchie. De regering maakt er in haar propaganda een sektarische beweging van.”

Zijn er dan sunnieten in de oppositie?

„Veel van mijn vrienden zijn sunnitisch. Maar de repressie van de regering is erg sektarisch. Alleen shi’itische activisten zijn echt mikpunt. Sunnieten maken niet mee wat ik te verduren heb en wat mij in een activist heeft veranderd. Sunnieten staan bovendien onder druk van hun gemeenschap en hun familie om trouw te blijven aan het bewind.”

Onder shi’ieten is de populariteit van de monarchie tot nul gedaald, zegt Shehabi. „Deze opstand is een werkelijke revolutie geworden. Alle klassen, van superrijken tot arbeiders, nemen eraan deel.”

Shi’itische parlementsleden die in maart Nederland bezochten zeiden dat ze niets te maken willen hebben met de opstand.

„Sommige shi’ieten zijn door de regering gekocht. Ik heb een minister in mijn familie.”

Is de regering bereid te hervormen?

„Het bewind gebruikt democratische termen: ‘verkiezingen’, ‘parlement’, ‘dialoog’ om te laten zien hoe liberaal het is. ‘We hebben een constitutie en een monarchie dus we hebben een constitutionele monarchie’. En dan zeggen ze: ‘kijk, Europa heeft er honderd jaar over gedaan om zo ver te komen; wij geloven in geleidelijke ontwikkeling’. Intussen regeert koning Hamad nog steeds per decreet.”

Er wordt wel gezegd dat zijn oom de premier hervormingen tegenhoudt en dat er sprake is van een machtsstrijd.

„Net als in elke familie is er rivaliteit. De oom van de koning is 42 jaar premier. Hij blokkeert verandering. De kroonprins is een jonge, in het Westen opgeleide man. Maar dat betekent niet dat de jongere man een hervormer is.”

Zoals veel mensen zich destijds vergisten in de jonge Bashar Assad in Syrië.

„Ja precies. Of koning Hamad zelf. Bij zijn aantreden in 1998 beloofde hij hervormingen maar uiteindelijk heeft hij niets gedaan. Hij was jong en goed opgeleid. Maar hij heeft de Saoediërs vorig jaar te hulp geroepen om het protest te beeëindigen. Er is geen aanwijzing dat de monarchie ooit verandering zal toestaan.”

Hoe groot is de invloed van Saoedi-Arabië? Behalve troepen schenkt Saoedi-Arabië Bahrein olie ter waarde van 85 procent van de staatsinkomsten.

„Dat is een moeilijk onderwerp waarvan we niet veel weten. Voor de Bahreinse monarchie zijn de banden essentieel. De premier zegt dat we een gemeenschappelijke bestemming hebben. Voor de Saoediërs is Bahrein meer het kleine broertje dat hun hoofdpijn bezorgt. Maar ze hebben die Iraanse fobie, ze denken dat elke verandering in Bahrein betekent dat zij invloed verliezen en dat het shi’itische Iran invloed wint. Bahrein is voor de Saoediërs wat Cuba is voor de Verenigde Staten.”

Het Bahreinse bewind zegt ook dat de opstand in feite Iraanse opruierij is. Wat is de rol van Iran?

„De Iraanse media melden de protesten vanaf dag één. Maar de Bahreinse oppositie heeft heel weinig trek in Iraanse steun, of van wie dan ook. De shi’ieten in Bahrein zijn in tegenstelling tot de Iraniërs etnische Arabieren. Ze hebben in 1971 Iraanse bescherming verworpen in een door de Verenigde Naties georganiseerd onderzoek. Iedereen sprak zich uit voor een onafhankelijke Arabische staat. Ze schoven de Iraanse aanspraken terzijde. De Bahreini’s willen geen door Iran geïnspireerde verandering, geen islamitische revolutie. De opstand is gericht tegen onrecht en tirannie. Wat de Egyptenaren en Tunesiërs dreef, drijft de Bahreini’s.”

Ook het meer radicale deel van de oppositie wil geen Iraanse hulp?

„De meeste radicalen zitten al anderhalf jaar in de gevangenis. De jeugd op straat is nog niet zo ver dat ze dat soort hulp vraagt. Als je een shi’iet bent, word je ervan beschuldigd een agent van Iran te zijn. Die beschuldiging ga je niet waarmaken.

„Maar als de frustraties zich nog jarenlang opstapelen, wat weerhoudt de mensen er uiteindelijk dan van om steun aan Iran te vragen? Dat is het gevaar. De regering probeert de oppositie in die richting te duwen zodat ze hard kan toeslaan.”

Hoe ziet u de toekomst?

„Beide zijden zitten in de loopgraven. De regering is doof voor alle oproepen tot hervormingen en de oppositie wil niet wijken. Maar ik denk dat de beweging naar volksmacht een natuurlijke ontwikkeling is. De hele Arabische wereld verandert. De wind van verandering zal vroeger of laten ook het Golfgebied bereiken.”