Vechten voor vaste baan in India

Het aantal Indiase werknemers met een flexibel contract groeit in snel. Vorige week eindige een actie van boze werknemers van automaker Maruti-Suzuki in een veldslag. De onrust is slecht voor het vertrouwen in India.

Politieagenten voor de fabriek van autobouwer Maruti Suzuki nadat boze werknemers eind vorige week aan het plunderen waren geslagen. Foto AP

Het vernielde hek en de verbrande gebouwen bij de hoofdingang van de gigantische autofabriek van Maruti-Suzuki, de grootste autofabrikant in India, zijn afgedekt met doeken. Om negatieve publiciteit te voorkomen, zegt een bewaker. Hij knikt in de richting van een grasperkje op zo’n vijftig meter afstand waar een persfotograaf druk in de weer is met een grote telelens. Er is nog genoeg vast te leggen. De brandweerauto’s op het fabrieksterrein, de politieagenten die de gehavende poort in en uit lopen.

India’s grootste autofabrikant Maruti-Suzuki (een Indiaas-Japanse joint venture) heeft sinds woensdag voor onbepaalde tijd de productie gestaakt in een van haar drie fabrieken in de Indiase deelstaat Haryana, goed voor 550.000 auto’s per jaar. Het bedrijf verliest nu 15 miljoen dollar per dag.

Het besluit volgde op hevige rellen in het complex. Woedende arbeiders vielen supervisors en managers aan met deurstijlen en andere onderdelen van de lopende band en staken delen van de fabriek in brand. Er vielen 96 gewonden. Een personeelsmanager werd gedood.

Een rondgang langs drie ziekenhuizen leert dat alle gewonden die werden binnengebracht leidinggevenden waren. Volgens Vishal Segul, de arts die in Artemis Hospital de leiding had over de opname van 36 slachtoffers, onder wie twee Japanners, hadden zij allen botbreuken en hoofdwonden. „Ze zijn achterna gejaagd. Dat heeft hen getraumatiseerd”, zegt hij.

De rellen zijn een nieuwe slag voor het vertrouwen van buitenlandse investeerders in de betrouwbaarheid van India. Het afgelopen kwartaal was de economische groei met 5,3% de laagste in negen jaar. Al maanden wordt gewacht op economische hervormingsmaatregelen, maar de regering onderneemt geen actie.

De Japanse ambassade veroordeelde het geweld en riep op tot een snelle bestraffing van de daders. De Japanse topman van Maruti Suzuki, Shinzo Nakanishi, benadrukte dat Suzuki nooit eerder met zulk arbeidersgeweld was geconfronteerd, terwijl de productie zich uitstrekt over vele landen, waaronder Pakistan, Indonesië, Thailand, Maleisië, China en de Filipijnen.

Het terrein van de Maruti-Suzuki-fabriek beslaat bijna de helft van de oppervlakte van Schiphol. Het grenst aan het dorpje Aliyar. De bazaar is uitgestorven. In het dorp wonen zo’n 700 Maruti-arbeiders die normaal gesproken een prima klandizie vormen, vertellen winkeliers. Maar ze zijn verdwenen. Gevlucht voor de politie. Donderdagochtend werd het dorp omsingeld door honderden agenten. Ze zetten alle toegangswegen af en doorzochten de bazaar en publieke gebouwen. Veel arbeiders waren toen al gevlucht.

Hamchand (21) wist de politie te ontlopen. Tijdens de rellen was hij niet in de fabriek. Toch geeft hij liever geen achternaam. Hij ging twee jaar geleden voor Maruti-Suzuki werken op de assemblageafdeling, waar hij uitlaten monteert. Hij is niet in vaste dienst maar werkt op contractbasis. Zijn contract is vijf jaar geldig. Hij verdient veel minder dan een vaste werknemer voor hetzelfde werk: 6000 rupees (88 euro) voor zes dagen in de week.

Het officiële minimumloon in deelstaat Haryana bedraagt 5700 rupees voor vijf dagen. Wie in vaste dienst is verdient 15.000 tot 24.000 rupees (220 tot 350 euro). Vaste werknemers krijgen pensioen en een extra bijdrage wegens de hoge inflatie. „De managers behandelen ons als slaven”, zegt Harmchand. „We krijgen vier dagen per jaar verlof, onbetaald. Ik kom zelf uit Aliyar, maar veel collega’s komen uit Bihar, ver weg. Zij kunnen hun familie niet bezoeken. Anderen die dat wel deden, bleven te lang weg en werden ontslagen. Nu is de fabriek gesloten en verdien ik niets.”

Maruti werkt veel met contractarbeiders omdat die niet kunnen protesteren tegen onregelmatige diensten en makkelijk te ontslaan zijn. Het liefst huren ze arbeiders in van buiten de regio. „Die hebben geen gemeenschap achter zich”, zegt Kamlesh Kumar. Hij vertegenwoordigt de democratische arbeidersorganisatie KLAS tijdens een demonstratie in New Delhi. Een kleine honderd mensen protesteerden er zaterdag tegen het politieoptreden.

Arbeidsonrust is niet ongewoon in India, dat een traditie heeft van sterke vakbonden en campagnegroepen. De acties lijken gewelddadiger te worden. Dat zou te maken hebben met de toename van jonge contractarbeiders (vaak twintigers) die zich uitgebuit voelen. Producenten proberen zo de strenge Indiase arbeidswetgeving te omzeilen, die onder meer bepaalt dat bedrijven groter dan 100 werknemers toestemming aan de overheid moeten vragen om mensen te ontslaan. Vaak wordt die geweigerd. Voor contractarbeiders geldt die bescherming niet.

De laatste jaren is het aantal contractarbeiders in de Indiase auto-industrie gestegen tot ruim 70 procent van de circa 13 miljoen werknemer. Maruti-Suzuki, dat meer dan de helft van de Indiase automarkt beheerst, heeft het aandeel contractarbeiders opgedreven naar 85 procent.

Vorig jaar bezetten contractarbeiders de fabriek in Manesar. De staking duurde ruim een maand. Ook andere autofabrikanten als Honda, Hyundai en Ashok Leyland kregen te maken met arbeidsonrust. In 2009 werd een manager doodgeslagen door arbeiders van Toyota-toeleverancier. In 2008 viel een dode bij rellen in een onderdelenfabriek voor tractors.

Ondanks het geweld zal Maruti-Suzuki zich niet terugtrekken uit India, meldde het bedrijf. Wel gaat Maruti Suzuki haar personeelsbeleid drastisch wijzigen. Uiteindelijk zouden alle werknemers in vaste dienst moeten komen. Ook wil het bedrijf dat er geen werknemers meer op contractbasis worden aangesteld.