Schapen zijn geen zoete kuddedieren, maar beschermen er zichzelf

Schapen in een door een roofdier bedreigde kudde zijn zelfzuchtig. Elk dier probeert zo dicht mogelijk bij het midden van de kudde te komen, ver van de muil van wolf of coyote. Dat schreven Britse biologen gisteren in het tijdschrift Current Biology.

Waarom sommige dieren kuddedieren zijn, is een oude vraag. Niet-biologen denken nog wel dat kuddedieren elkaar uit gezelligheid opzoeken, of door gebrek aan ‘persoonlijkheid’. Biologen hebben eigenlijk nog maar twee theorieën. Insecten, vissen en zoogdieren zouden kuddes vormen om roofdieren beter te zien naderen (de ‘vele-ogen-hypothese’). Een andere theorie oppert dat kuddes als vanzelf ontstaan omdat dieren hun eigen afstand tot het roofdier willen vergroten (de ‘zelfzuchtige-kudde-hypothese’). In het wild zijn deze theorieën echter moeilijk te toetsen.

Britse onderzoekers bedachten dat dat met 46 schapen, een herdershond (een Australische kelpie) en gps-uitrusting wél moest lukken. De hond en schapen kregen allemaal een rugzakje met daarin een gps-module, antenne en batterij.

Nadat de hond een commando (Bring them home) kreeg om de schapen door een poort te drijven, peilden de biologen iedere seconde hoe ver de schapen van het hart (het geometrisch zwaartepunt) van de kudde af waren. Alle schapen bleken zich rap richting centrum te bewegen. Volgens de biologen kunnen schapen die positie niet exact bepalen, maar hebben ze een goed gevoel van waar dat zwaartepunt ligt.