Samen lekker uit dezelfde literfles bier drinken

Het drinken van de dyogo, een literfles bier, is een sociaal gebeuren in Suriname. Het bier komt nu naar Nederland. Maar slaat het delen van een fles bier hier wel aan?

Verslaggever Suriname

Bier drinken in Suriname is vooral een sociale aangelegenheid. Kijk maar naar de dyogo, de literfles Parbobier die bij voorkeur in gezelschap leeg wordt gedronken.

Wie een feest of verjaardag in Suriname organiseert en geen dyogo’s koud heeft staan, zit met een probleem. Natuurlijk is er bier uit blik en zijn er ook mini-dyogo’s en halve liters op de markt, maar de literfles is verreweg het populairst. De donkerbruine fles gaat van hand tot hand, terwijl intussen tori’s (verhalen, bij voorkeur sterke) worden verteld.

‘Dyogo’ komt van het Engelse ‘jug’ en verwijst naar oude indiaanse kruiken om dranken gekoeld te bewaren. In het Surinaams is dyogo in de loop der jaren een eigennaam geworden die min of meer synoniem staat voor koud bier. Ook niet-drinkers beschouwen de literfles als een Surinaams cultureel symbool.

Het merk Parbobier bestaat sinds 1955. Het wordt gebrouwen van hop en mout uit Europa en water en rijst van eigen bodem. Het smaakt daardoor minder bitter en lijkt lichter, hoewel er net zoveel alcohol in zit. In de tropen komt zulk bier goed van pas in de aanhoudende strijd tegen de dorst.

Met name dankzij de dyogo ligt het marktaandeel van Parbobier in Suriname al jaren boven de 90 procent. Het gebruik van de literfles, tot zo’n tien jaar geleden vervoerd in houten kratten die bij de brouwerij in een speciale timmerwerkplaats werden vervaardigd, maakt de introductie van tapbier in Suriname zelfs tot een vrijwel kansloze onderneming.

Deze maand introduceert de Surinaamse Brouwerij, producent van Parbobier, de dyogo eindelijk ook in Nederland. De hoop is dat het gebruik om de fles te delen ook geëxporteerd kan worden. Volgens Marlon Telting, commercieel manager van Parbobier in Paramaribo, leent de Nederlandse terrascultuur zich daar uitstekend voor. De vraag is echter hoe het merk voet aan de grond krijgt in de Hollandse horeca, waar de uitbaters doorgaans vastzitten aan meerjarige contracten met hun leverancier.

„We richten ons in eerste instantie op Surinaamse cafés, evenementen en festivals. Deze zomer gaan we zoveel mogelijk toko’s benaderen. Tegelijkertijd willen we via de supermarkt ook de Nederlandse consument te pakken krijgen”, zegt Telting.

Zo hoopt hij op termijn het succes van Fernandes te evenaren. Deze Surinaamse frisdrank heeft zich via de Surinaamse gemeenschap in Nederland – zo’n 350.000 mensen; iets minder dan de helft van alle Surinamers – sluipenderwijs een vaste plek in de supermarkt veroverd.

Dat de dyogo bij ons niet eerder op de markt kwam, heeft alles te maken met een merkenkwestie. Omdat de Surinaamse Brouwerij niet zelf het Nederlandse merkrecht voor Parbobier bezat, was een bijzondere situatie ontstaan.

Begin jaren negentig verkreeg ondernemer Jay B. Laigsingh de rechten voor Parbobier in Nederland. Volgens Laigsingh paste het bier uitstekend binnen zijn concept Faya Lobi, waarmee hij sinds 1983 Surinaams eten en drinken op de Nederlandse markt brengt. Met ingrediënten, kruiden en recepten richtte hij zich in eerste instantie op de Surinaamse Nederlander om op termijn ook de autochtone keuken te bereiken.

Het leek Laigsingh alleen geen goed idee om Parbobier uit Suriname te importeren: „Bier met een rijstsmaak, daar hoef je in Europa echt niet mee aan te komen.” In plaats daarvan besloot Laigsingh in samenwerking met twee Europese bierbrouwers een eigen receptuur voor Parbobier te ontwikkelen die zo goed mogelijk zou aansluiten bij de smaak van zijn op Suriname georiënteerde publiek.

Rond de eeuwwisseling begon de Surinaamse Brouwerij voorzichtig het originele Parbobier in omloop te brengen in Nederland. Bij gebrek aan merkrechten gebeurde dat onder de naam DJOGO-bier. Fles, etiket en inhoud waren identiek aan de dyogo in Suriname. Hoewel dit DJOGO-bier afkomstig was van dezelfde brouwerij in Paramaribo, hield de liefhebber van Surinaams bier er toch het gevoel aan over dat het niet helemaal in de haak was. Zaten ze nou een echte dyogo te drinken of niet?

Mede om die reden begon de Surinaamse Brouwerij een rechtszaak tegen Laigsingh om de rechten terug te krijgen. Dit voorjaar werd een schikking getroffen. Beide partijen noemen geen bedragen, maar Laigsingh heeft er naar eigen zeggen een „zeer aantrekkelijk” bedrag aan overgehouden.

Daarmee ligt de markt open voor de dyogo. Want dat bier met rijst als bestanddeel niet zou aanslaan, wil er bij Telting niet in. „Hoe vaak hebben Nederlandse Surinamers ons niet gevraagd om het echte dyogo-gevoel naar Holland te brengen?”

En nu zal dus thuis, op het terras of in de kroeg de literfles moeten rondgaan. Gezellig, maar het is nog afwachten of de psychologische barrière bij de consument van het importbier daadwerkelijk wordt doorbroken. Want Surinaams en niet-Surinaams, in Nederland schrikt die consument er al voor terug om uit andermans glas te drinken. Laat staan uit dezelfde fles.