Postbode was er als eerste bij

De New Yorkse Postbeambte Herbert Vogel is zondag op 89-jarige leeftijd overleden. Ondanks een bescheiden inkomen kocht hij meer dan vijfduizend kunstwerken, onder meer van Sol LeWitt, Roy Lichtenstein en Christo. Samen met zijn vrouw behoorde hij tot de eerste verzamelaars van minimalistische en conceptuele kunst.

In 1962 trouwde Vogel met bibliothecaresse Dorothy Faye. Ze namen samen schilderlessen, maar realiseerden zich al snel dat ze toch liever kunst van anderen aan hun muur hingen. Het echtpaar gebruikte zijn salaris voor kunst en het hare voor de rest. Ze richtten zich vooral op jonge, nog onbekende en daardoor betaalbare kunstenaars. Net voordat de grote galeries en critici ermee aan de haal gingen, kochten ze – vaak op krediet – hun werk aan. Alles wat ze mooi vonden, verzamelden ze. Zolang ze het maar konden betalen én naar huis konden dragen. Voor een auto was geen geld.

Uiteindelijk hadden ze vijfduizend kunstwerken in een klein appartement met één slaapkamer. Over bergen kunst zwierven acht katten met namen als Manet, Renoir en Corot. De mythe dat er ook kunst in de oven bewaard werd, ontkende Dorothy Faye in 1992 stellig in een interview met The New York Times.

In 2008 doneerden de Vogels 2.500 kunstwerken aan de National Gallery in Washington en vijftig instellingen in de vijftig staten van de VS.