PLoS toont dat goed niet duur hoeft te zijn

Eurocommissaris Kroes heeft de ontwikkeling van open access een zetje gegeven. Op de website PLos One wordt al volop geëxperimenteerd.

Bij het wetenschappelijk tijdschrift PLoS One lijken de begrippen ‘goed’ en ‘gratis’ een succesvol huwelijk te hebben gesloten. In minder dan vijf jaar tijd heeft de website een plek veroverd op de Olympus van wetenschappelijke uitgaven, net onder de top. En anders dan bij peperdure toptijdschriften als Science en Nature zijn de artikelen kosteloos te downloaden.

PLoS One is dan ook het paradepaard van alle voorvechters van de zogeheten open access, de gratis toegang tot alle wetenschappelijke publicaties. De bijna 30.000 wetenschappers die eerder dit jaar uitgever Elsevier boycotten, noemden PloS om aan te geven dat goede artikelen niet duur hoeven te zijn. Eurocommissaris Neelie Kroes (Digitale Agenda) heeft het succes van PLoS One ongetwijfeld voor ogen bij haar kruistocht voor open access in Europa.

Op initiatief van Kroes heeft de Europese Commissie vorige week maatregelen aangekondigd om open access te bevorderen. Zo zullen de artikelen en onderzoeksgegevens – „de nieuwe olie” volgens Kroes – die zijn betaald door de EU gratis toegankelijk worden. „Belastingbetalers dienen geen twee keer te betalen voor wetenschappelijk onderzoek en zij hebben naadloze toegang tot ruwe gegevens nodig”, zegt Kroes in een begeleidend persbericht.

Dat twee keer betalen is een veelgehoord argument in het debat over open access, en is in werkelijkheid trouwens drie keer betalen. Wetenschappers verrichten onderzoek met overheidsgeld (1) en sturen hun resultaten naar een tijdschrift. De ingezonden artikelen gaan naar vakgenoten van de auteurs (de ‘peers’) voor een kosteloze beoordeling (2). Als de artikelen de ‘peer review’ goed zijn doorgekomen worden ze gepubliceerd en kunnen andere wetenschappers die kopen voor 32 dollar per stuk – dan wel lezen via een (duur) abonnement van de universiteit (3).

Mede door dit model behalen commerciële uitgevers als Elsevier en Springer forse marges op hun wetenschappelijke tijdschriften. Dat zet al lang kwaad bloed bij wetenschappers, die niettemin moeten blijven meedraaien in de carrousel. Alleen door veel te publiceren in de vooraanstaande tijdschriften kunnen onderzoekers een aanstelling krijgen en subsidies binnenhalen.

PLoS One, in 2008 opgezet door de Britse non-profitorganisatie Public Library of Science (PLoS), doet het anders. Een wetenschappelijke uitgever doet van oudsher twee dingen: selectie en distributie. Het laatste is met internet een abc’tje geworden, maar het eerste vraagt nog altijd een redactie die de kwaliteit bewaakt. Bij de klassieke tijdschriften betaalt de koper deze redactie, bij PLoS doet de wetenschapper dit.

Publiceren kost bij PLoS 1.350 dollar, een bedrag dat doorgaans wordt voldaan door de universiteit van de auteur. Dat is relatief goedkoop, maar als open access de norm wordt, kan de zogeheten ‘golden access’ de academische wereld veel geld gaan kosten. Daarom komt Kroes nu met een pot geld voor wetenschappers die willen publiceren in open access tijdschriften. Daarvan profiteren ook uitgevers als Elsevier, die dit soort tijdschriften al hebben opgezet.

„Met de Europese subsidie zal het aantal open access-artikelen enorm in aantal toenemen”, verwacht Jacintha Ellers, hoogleraar evolutionaire ecologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Bij klassieke tijdschriften wordt een ingezonden artikel niet alleen gewogen op kwaliteit, maar ook op de vraag of het wat toevoegt. PLoS checkt alleen of een artikel ‘technisch gezond’ is en laat de lezers beoordelen of het interessant is. Omdat PLos ook alleen voor een gepubliceerd artikel betaald krijgt, leidt dit tot een stroom artikelen die niet allemaal top zijn. „PLoS One zat in het begin op 3.000 artikelen per jaar en nu al op 14.000”, zegt Ellers.

Een werkgroep waarin Ellers zitting heeft, zint op plannen om de kwaliteit van de jonge open access tijdschriften te bewaken. „Er zijn al tijdschriften die geld vragen per ingezonden artikel in plaats van per gepubliceerd artikel”, zegt Ellers: „Dat kan een manier zijn om de perverse prikkels uit te schakelen.”