Ophef over ‘Franse’ razzia op joden in ’42

In Frankrijk is een verhit debat ontstaan over uitspraken van president François Hollande over de grote razzia op de Parijse joden in juli 1942.

Hollande beschreef zondag de razzia, die werd uitgevoerd door de Franse politie, als een „misdaad begaan in Frankrijk en door Frankrijk”. Parijs lag in het door nazi-Duitsland bezette deel van het land, maar de razzia werd geleid door politiechef René Bousquet die viel onder het Vichy-regime van maarschalk Pétain. De politie arresteerde 13.152 joden en bracht ze samen in Vélodrome d’Hiver, een wielerbaan. Vrijwel allen werden vermoord in Auschwitz.

Henri Guaino, adviseur van oud-president Sarkozy, zei „persoonlijk aanstoot” te nemen aan Hollandes woorden. „Frankrijk lag niet in Vichy, het lag in Londen sinds 18 juni”, zei hij, verwijzend naar het ‘vrije Frankrijk’ van generaal De Gaulle. De linkse ex-minister Jean-Pierre Chévènement verwijt Hollande te „doen alsof Pétain Frankrijk was”.

Guiano’s aanval op Hollande wekte de toorn van het joodse koepelorgaan CRIF, dat de vertrouweling van Sarkozy een „onbeschaamde verdraaiing” van de feiten verweet.

Met zijn stellingname neemt Hollande afstand van Sarkozy, die van „eindeloos berouw” weinig moest hebben. Maar Hollande distantieert zich ook van zijn socialistische voorganger en voorbeeld François Mitterrand. Mitterrand was na de oorlog bevriend met Bousquet. Het was president Jacques Chirac die in 1995 voor het eerst de Franse verantwoordelijkheid voor ‘Vél d’ Hiv’ erkende.