Niet nadenken, iedereen slopen

Iedere judoka laat in vijf minuten op de tatami meer kansen onbenut dan benut. „Je voelt: nu is het moment voor een beenworp”, vertelt Marhinde Verkerk. „Die heb je al honderden keren gedaan. Maar in een fractie van een seconde twijfel je. Neem ik niet te veel risico? Dan ben je al te laat. Judo is doen, niet denken.”

Verkerk (26) heeft niet van nature een feilloze timing, vertelt ze. Ze moet het vooral hebben van haar vechtlust, uithoudingsvermogen en de drang te scoren. Ze creëert haar mogelijkheden door in hoog tempo de tegenstander uit haar ritme te halen. „Hoe meer informatie je mij geeft, hoe meer ik ga nadenken. Dan blokkeer ik.”

Verkerk was een onbevangen trainingsbeest toen ze in 2009 in haar eigen Rotterdam de wereldtitel won in de gewichtsklasse tot 78 kilogram. Ze wist na elke partij dat ze had gescoord, maar niet altijd hoe. Haar lichaam deed onbewust wat het moest doen. „Na de WK ging ik pas denken: hoe kan dit? Ik was verbaasd. Ik wist dat ik het met heel hard werken voor elkaar had gekregen, maar snapte niet hoe het op die ene dag allemaal klopte. Het was ongrijpbaar.”

Haar trainer Chris de Korte zag van dichtbij hoe de wereldtitel bij Verkerk van een zegen in een last veranderde. „Het wantrouwen over haar eigen prestatie heeft haar bijna twee jaar benadeeld. Ze wilde zich nog eens zo voelen, maar dat kan niet. Dat moment is voorbij en komt nooit meer terug.”

Verkerk moest, in haar eigen woorden, back to basic. „Wat zijn mijn kwaliteiten? Wanneer ben ik in mijn element? Wat heeft me wereldkampioen gemaakt? Veel sporters zoeken de oplossing buiten zichzelf. Ik heb in mijn eigen kring gekeken. Gepraat met mijn ouders wat voor een kind ik was. Je komt jezelf heel erg tegen, wie je bent en waarom je dit doet.”

De ervaren De Korte hielp haar het zelfvertrouwen te herwinnen. „De hele weg naar de Spelen draait om wil: het willen trainen, het willen afzien, het willen van andere dingen opofferen. Dat is lang niet altijd leuk. Maar eenmaal op de Spelen moet je het niet meer willen. Dan moet je het gewoon zijn”, vertelt De Korte. „Anders ben je te laat. Enorme wil kan een topsporter helpen, maar op het belangrijkste moment moet je zoveel zelfvertrouwen hebben dat je die niet meer nodig hebt.”

Verstand is daarbij een handicap, zegt coach De Korte. „Het is ons langzaamste instrument. Als jij je hand op een gloeiende plaat legt, trek je ’m terug voordat je je echt zult branden. Dat moet je ook op de mat hebben. Je kracht en techniek moeten instinctief eruit komen, voordat je kunt nadenken over wat je zult doen.”

Straks in Londen zal sloper Verkerk het moeten laten zien.

In aanloop naar de Olympische Spelen (27 juli-12 augustus) publiceert nrc.next elke dinsdag en donderdag foto’s van Nederlandse deelnemers. De foto’s zijn gemaakt voor het fotoboek Olympisme, over bloed, zweet en tranen van Lars van den Brink en Tom van Heel. Kijk op www.olympisme.eu