Nederlandse staat en ING in beroep tegen Brussel

De Nederlandse staat en ING gaan beide in beroep tegen een besluit van de Europese Commissie over staatssteun aan de bank en verzekeraar. Zij vinden de voorwaarden te streng die Brussel stelt aan de noodhulp die ING kreeg in 2008 en 2009.

De onenigheid over de staatssteun aan ING duurt al jaren. De Nederlandse overheid, De Nederlandsche Bank en ING vochten eerder met succes een besluit van toenmalig eurocommissaris Mededinging Neelie Kroes aan.

In 2009 stemde ING zelf in met de eisen van Brussel die er op neerkwamen dat het bank- en verzekeringsbedrijf zichzelf moest halveren. Maar de financiële instelling, en ook De Nederlandsche Bank, vond dat zij geen werkelijke keuze had en onevenredig hard werd aangepakt. Bovendien zou de eis van Brussel om het balanstotaal met 45 procent te krimpen op verkeerde gronden zijn genomen. Zij stapte met succes naar het Gerecht van de Europese Unie, net als de Nederlandse staat.

De Europese rechter stelde begin maart van dit jaar vast dat inderdaad de eisen van de Europese Commissie op een onjuiste „premisse” zijn genomen, waardoor een deel van het besluit vernietigd werd. Er was een nieuwe beslissing van de Europese Commissie nodig.

Omdat de Commissie op 11 mei van dit jaar met vrijwel hetzelfde oordeel kwam, zijn de staat en ING nu in beroep gegaan. „De Europese Commissie geeft niet op alle punten de juiste invulling aan de uitspraak van de rechter”, laat een zegsman van het ministerie van Financiën weten.

Volgens ING worden er op dit moment wel constructieve gesprekken gevoerd met de Europese Commissie over een verzachting van de eisen aan de genoten staatssteun. Het hoger beroep is ingesteld omdat op dinsdag 24 juli de mogelijkheid tegen het besluit te ageren verstreek. Wel is duidelijk dat partijen er niet in zijn geslaagd om vóór de deadline tot een vergelijk te komen. ING-bestuursvoorzitter Jan Hommen zei onlangs in een gesprek met deze krant dat de Nederlandse lobby in Brussel jarenlang ondermaats is geweest.

De Nederlandsche Bank, die zich als toezichthouder als belanghebbende gevoegd had in de zaak in eerste aanleg, bestudeert volgens een woordvoerder of zij zich in het hoger beroep opnieuw zal voegen.