Nederland moet hard optreden tegen wapenhandel

Nederland moet een harde verdragstekst tegen wapenhandel nastreven, vindt Joris Voorhoeve.

Het wordt spannend voor de wapenhandel. Komende vrijdag moet er een stevige tekst liggen voor een verdrag dat deze handel regelt. Jaarlijks sterven honderdduizenden mensen door wapengeweld in kleine en grote conflicten. Het leed is niet te overzien: oorlogen, onderdrukking, verkrachting, corruptie, diefstal, armoede en milieuvernietiging. Ook de schietpartijen in de VS zijn door massaal verspreide kleine wapens veroorzaakt.

Samen met humanitaire en mensenrechtenorganisaties streven veel lidstaten van de Verenigde Naties naar een goed verdrag waarin mensenrechten centraal staan bij het al dan niet verlenen van exportvergunningen door regeringen voor wapenhandel. De voorwaarden aan die vergunningen moeten lijken op die van Nederland en Scandinavische landen.

Een sterk verdrag kan veel leed besparen en dagelijks honderden mensenlevens van vrouwen, mannen en kinderen overal ter wereld redden. Inperking van de wapenhandel helpt om conflicten zoals in Ivoorkust, Congo en Afghanistan te dempen.

Landen als Syrië en Iran blokkeren alle pogingen daartoe. Dat is een kleine destructieve groep. Een middengroep van onder andere India, Brazilië en de Verenigde Staten wil alleen een zwak verdrag dat weinig regelt. Deze landen dienen voorstellen in die het verdrag uithollen. Zij willen geen afdwingbare criteria voor mensenrechten en geen regeling van de handel in ammunitie. Terwijl wapens steeds opnieuw gebruikt worden en juist de kogels de doden en gewonden maken. Als het hen lukt het verdrag zo te verzwakken, verandert er niets; dan kunnen wapenverkopers als Viktor Bout nog altijd miljoenen aan de dood van anderen blijven verdienen.

Nederland is voorzitter van één van de twee subcommissies die de onderhandelingen leiden en speelt dus een belangrijke rol. De Nederlandse regering zet alles op alles om met een verdrag thuis te komen. Maar tot welke prijs? Is zij bereid zoveel compromissen te sluiten dat het verdrag tandeloos wordt en in Syrië of Somalië geen enkel verschil maakt? Dat is waar een groot aantal landen op uit lijken te zijn.

De keus is nu tussen een algemeen maar vaag verdrag dat weinig beperkingen oplegt of een sterkere tekst die door dwarsliggers nog niet wordt ondertekent. Een vage tekst die door vrijwel alle landen wordt gesteund, is later nauwelijks meer te verbeteren. Een sterker verdrag dat door een meerderheid wordt gesteund, kan later worden uitgebreid met landen die onder druk van hun parlementen, de media en het maatschappelijk middenveld alsnog gaan toetreden. Het is dus zaak, hard te onderhandelen en niet door de knieën te gaan.

Joris Voorhoeve is voormalig minister van Defensie en hoogleraar Internationale Organisaties aan de universiteit van Leiden.