Na blikseminslag moet auto 'ontladen'

Tijdens de zomermaanden gaat de Achterpagina op zoek naar zinnige en onzinnige vakantiefabels. Vandaag: rijd na een blikseminslag met je auto tegen een metalen paaltje.

‘Tijdens een onweer zit je in een afgesloten auto relatief veilig”, vertelt Harry Geurts van het KNMI en schrijver van weerboeken. „Een auto met metalen frame, dus geen open cabrio, is een kooi van Faraday. In dit soort kooivormige constructies van elektrisch geleidend materiaal zoals koper of ijzer kunnen elektrische velden niet binnendringen. De metalen wanden van de kooi zorgen ervoor dat lading die ontstaat, bijvoorbeeld door een blikseminslag, wordt afgevoerd.” Tijdens een onweer boven je hoofd moet je wel ramen, deuren en het schuifdak dichthouden om de ‘kooi’ intact te houden. Geurts: „In vergelijking met de lucht gedragen deze zich als een geleider vooral als het regent en er dus water op ligt.”

Het idee dat de lading die door een blikseminslag op de metalen autowanden belandt, ook op die wanden blijft staan, is een fabel volgens Geurts. Je kunt na een inslag zonder angst de deur van je auto openen. „De lading wordt meteen afgevoerd. Er blijft zo weinig restlading achter dat het niet meer gevaarlijk is. Het idee dat je met je bumper tegen een metalen paaltje dat in de grond zit moet rijden om ‘te ontladen’ is onzin.”

Carl van Vugt van bliksembeveiligingsbedrijf Hommema denkt dat de mythe is ontstaan door het feit dat rubber normaal isoleert en autobanden van rubber zijn. „Als zo’n bliksemschicht echter van een kilometer hoogte naar de aarde gaat en een auto meeneemt, maken die 20 centimeter tussen auto en aarde niets uit. De lading verdwijnt meteen in de aarde.”

Geurts benadrukt wel dat je zolang het onweer duurt, inderdaad beter in de auto blijft. Als je uit de auto stapt, loop je het risico zelf geëlektrocuteerd te worden. Rubberen schoenzolen, rubberen fietsbanden of open bushokjes bieden immers geen enkele bescherming. „Een caravan is trouwens doorgaans niet van metaal dus geen kooi van Faraday en niet veilig.”

Op zomervakantie heb je volgens Geurts meer kans om in een onweer te belanden. In warme streken is het risico op de ontwikkeling van „warmteonweer” groter. Warmteonweer ontstaat vaak boven gebieden die sterk verhitten. Geurts: „In onweerswolken stromen sterk stijgende warme lucht en sterk dalende koude lucht vlak langs elkaar. Met die stromingen worden elektrisch geladen deeltjes meegevoerd, waardoor de wolk als een condensator wordt opgeladen. Daardoor worden ontladingen mogelijk tussen de wolk en andere wolken of tussen de wolk en de aarde, wat leidt tot donder en blikseminslagen.”

Sabeth Snijders