Moslims verdeeld over televisieserie tweede kalief

Een serie over een metgezel van de profeet Mohammed veroorzaakt veel ophef in de Arabische wereld. De grootste Arabische televisieproductie ooit komt ondanks een fatwa toch op het scherm.

Islamitische conservatieven hebben een zware nederlaag geleden en dat wordt hun de komende weken elke avond in miljoenen islamitische huiskamers ingewreven.

’s Avonds wordt namelijk het televisiedrama Omar uitgezonden. Dat vertelt het verhaal van Omar al-Farooq, ook wel bekend als Ibn al-Khattab, een van de metgezellen van de profeet Mohammed en zijn tweede opvolger (kalief).

De Saoedische groot-mufti, sjeik Abdelaziz al-Sheikh, en het Egyptische Al-Azhar instituut hebben zich samen met talrijke andere geleerden en gewone critici fel tegen de serie uitgesproken. Omar is gemaakt door de Saoedische mediagigant MBC en Qatar Media Inc. voor de vrijdag begonnen vastenmaand ramadan, wanneer avond aan avond massaal televisie wordt gekeken.

Het drama, de grootste Arabische televisieproductie ooit met meer dan driehonderd acteurs, toont het leven van Omar (586/590-644), te beginnen met zijn jeugd. Het is een positief verhaal: over zijn belangrijke rol in de islamitische geschiedenis en zijn strijd tegen corruptie en voor gerechtigheid. Wat dat betreft zouden sjeik Al-Sheikh en het Al-Azhar instituut er geen probleem mee moeten hebben.

Maar tegenstanders vroegen het gezaghebbende Al-Azhar-instituut om zijn mening en dat liet in een fatwa (islamitisch decreet) weten dat Omar niet door de beugel kon. Het is in de islam immers verboden profeten, leden van Mohammeds huishouding en zijn tien metgezellen af te beelden. Sjeik Abdelaziz al-Sheikh op zijn beurt, de hoogste religieuze autoriteit in Saoedi-Arabië, verklaarde dat de makers van de serie „een ernstige fout en een misdrijf” hadden begaan door „het leven van islamitische kaliefs en de metgezellen van de profeet in televisie- en bioscoopdrama te veranderen”. „Keer terug naar uw God en verspil geen geld aan verkeerde zaken”, zei hij vrijdag tijdens een openluchtgebed in de Saoedische hoofdstad Riad.

In tegenstelling tot de shi’ieten hebben sunnieten een probleem met het afbeelden en uitbeelden van religieuze figuren omdat dat kan leiden tot afgoderij. In Tunesië leidde de uitzending van Marjane Satrapi’s animatiefilm Persepolis, waarin (een shi’itische) God tot een klein meisje spreekt, afgelopen najaar bijvoorbeeld tot ernstige onlusten.

Maar opmerkelijk genoeg moesten sjeik Al-Sheikh en Al-Azhar bakzeil halen. Er bleken ook gezaghebbende geestelijken te vinden die meenden dat de serie wel in orde was en dat de traditionele instituten als de Azhar en de Saoedische groot-mufti zijn vastgeroest. Sjeik Yusuf Qaradawi bijvoorbeeld, een Egyptenaar die sinds jaar en dag in Qatar woont en daar op de satellietzender Al-Jazeera een heel populair religieus programma verzorgt.

Qaradawi vond dat de serie zich goed aan de historische feiten hield, en daarmee was voor hem de kous af. Nu is Qaradawi ook lang geen liberaal, maar bang voor een eigenzinnig standpunt is hij niet.

De discussie tussen voor- en tegenstanders werd in de Engelstalige Saoedische krant Arab News toegejuicht. „Culturen worden sterker door de intellectuele uitdagingen aan te gaan die op hun pad komen”, schreef de krant.

Maar de groot-mufti blijft tegen. Wie de islam en zijn leiders, met inbegrip van Omar, wil propageren moet volgens hem boeken schrijven en die in veel talen vertalen in plaats van er een televisieproductie van te maken, zei hij.