Monti wil lekken van geld bij lagere overheden stoppen

Op Sicilië profiteren de meeste mensen van de overheid. Zo zijn er 30.000 boswachters en heeft de regiopresident 1.385 mensen in z’n staf. Nu Italië zwaar moet bezuinigen wankelt dit systeem van cliëntelisme.

Het is een bijzonder soort ambtenaar: de camminatore, letterlijk vertaald de wandelaar. Hij of zij heeft als belangrijkste taak om documenten van het ene naar het andere kantoor te brengen, vaak in hetzelfde gebouw. De regio Sicilië heeft er in april nog eens dertig aangenomen.

En dat terwijl Sicilië, dat binnen Italië een aparte bestuurlijke status heeft, toch al ruim in zijn personeel zit. De regio heeft ongeveer 18.000 mensen op de eigen loonlijst staan. Zo kan het dat voor de 256 ambulances op het eiland 3.360 chauffeurs beschikbaar zijn. Of dat, als de president van de regio een toespraak van een uur houdt, hiervoor zeventien verschillende stenografen worden ingeschakeld.

Een meerderheid van de Sicilianen eet op de een of andere manier mee uit de staatsruif. Zestig procent van de economie op het eiland draait om de overheid. Zo zijn er dertigduizend boswachters, tien keer zo veel als in de Noord-Italiaanse regio Lombardije, waar zeker zoveel bos is. De president van de regio, die meer verdient dan collega’s in andere Italiaanse regio’s, heeft 1.385 mensen in zijn persoonlijke staf, bijna evenveel als de Britse premier David Cameron.

Nu de Italiaanse staat moet bezuinigen en er door de recessie minder belastinggeld binnenkomt (onder het speciale statuut voor Sicilië mag het eiland een fors deel daarvan zelf houden) wankelt dit systeem van cliëntelisme en verspilling, en groeien de financiële problemen.

Ze zijn qua omvang niet te vergelijken met die van de Spaanse regio’s: Sicilië heeft een schuld van 5,2 miljard euro, op een budget van 27 miljard. Maar toch vragen veel Italianen zich af of dit de volledige waarheid is. Schuilen er achter de officiële cijfers misschien nog meer problemen? Zal Sicilië zich ontpoppen als het Griekenland van Italië? Kredietwaarderingsmaatschappij Standard & Poor’s heeft eerder deze week zijn beoordeling over het eiland opgeschort wegens gebrek aan betrouwbare informatie.

„Er bestaat geen risico dat Sicilië failliet gaat”, zei minister van Binnenlandse Zaken Cancellieri gisteren. „Maar de economische situatie op het eiland is wel ernstig, net als in andere Italiaanse regio’s.” Ook andere regio’s in het zuiden verkeren in problemen. Maar vooralsnog gaat het om relatief weinig geld. Nergens in Italië is sprake van banken die de overheid mee de gevarenzone in sleuren.

Premier Monti wil voorkomen dat Sicilië een extra probleem wordt voor Rome, zoals Spaanse regio’s dat zijn voor Madrid. Daarom heeft hij Raffaelle Lombardo, de president van de regio Sicilië, bezworen zijn belofte na te komen en eind deze maand zijn functie neer te leggen, in de aanloop naar vervroegde regionale verkiezingen dit najaar. Monti hoopt dat een interim-gouverneur in de tussentijd de financiële huishouding op orde brengt. Lombardo had zo veel familieleden een baantje weten te bezorgen dat volgens een schertsende columnist zelfs een bejaarde oud-tante nog iets te doen had gekregen.

In de Spending Review waarin de regering-Monti eerder deze maand alle overheidsuitgaven tegen het licht heeft gehouden, ligt sterk de nadruk op het dichten van mogelijke financiële lekken bij de lagere overheden. Er komt bijvoorbeeld scherpere controle op de uitgaven voor de gezondheidszorg – tot nog toe stuurden de regio’s de steeds hogere rekeningen vrij achteloos door naar Rome.

Ook wordt een aantal provincies geschrapt. Deze bestuurslaag is al decennia omstreden. Waarom moet er tussen gemeente en regio nog een instantie zitten, met eigen bestuurders, archieven, rechtbank, prefectuur etcetera? De provincies hebben een paar bevoegdheden op het gebied van secundaire wegen, de bovenbouw van het middelbaar onderwijs, milieubeheer en jacht. Maar verder kosten de 4.000 bestuurders en 57.000 provinciale ambtenaren vooral geld.

Monti wil het aantal provincies nu ongeveer halveren. Het leidt tot felle protesten. Pisa en Livorno samen? Nooit! Avellino en Benevento? Geen denken aan! De lokale trots laait overal hoog op.

Het Italiaanse kabinet haalt er vooralsnog de schouders over op. Het schrappen van een groot aantal provincies past in de strategie van Monti. Bezuinigen niet alleen door te hakken en te korten, maar ook door te rationaliseren zonder dat het een grote aderlating betekent voor het voorzieningenniveau.

In de megaseller De kaste, een boek over de vaak schaamteloze manier waarop Italiaanse politici zich verrijken, beschrijven de journalisten Sergio Rizzo en Gian Antonio Stella hoe alle lagere overheden zijn uitgedijd, met steeds meer gekozen vertegenwoordigers, steeds meer hulpjes en assistenten. „De elefantiasis heeft zo’n beetje iedereen getroffen.” In het verleden wilden politici hun handen daar niet aan branden, uit angst voor stemmenverlies. Maar Monti, niet gekozen en volgens eigen zeggen niet herkiesbaar, hoeft daar geen rekening mee te houden.