Monsterklus voor grasfluisteraar Wimbledon

‘Head groundsman’ Eddie Seaward moet in korte tijd de dorre banen op Wimbledon klaarmaken voor het olympische tennistoernooi. „Het is een uitdaging.”

In de dagen na Wimbledon heeft Eddie Seaward normaal even vrij. Rust na twee slopende weken waarin hij als head groundsman, de baas van alle terreinknechten, elke dag nauwlettend de kwaliteit van het gras en de naderende regenwolken in de gaten hield.

Nu heeft hij geen tijd om bij te komen. Want er zijn nog drie dagen te gaan tot de Olympische Spelen in Londen beginnen. En dan moet het ‘heilige gras’, zoals de ondergrond op de All England Club wel wordt genoemd, weer perfect egaal zijn. De dorre en versleten plekken aan de baseline en op de punten waar de ballenjongens en lijnrechters hebben gestaan, moeten zijn verdwenen. De achttien banen worden gebruikt voor het olympische tennistoernooi.

Het verwijderen van de grasmat en het opnieuw inzaaien duurt drie tot vier weken, vertelt Seaward. Nu deed hij het eerste, samen met zijn 28 knechten, binnen 24 uur. En terwijl de laatste wedstrijden werden gespeeld, groeiden elders al graszaadjes. Die voorgekiemde zaadjes werden bliksemsnel geplant. Met gevoel voor understatement zegt Seaward: „Het is een uitdaging.”

Maar hij weet dat het kan. Het is weliswaar voor het eerst in de 144 jarige geschiedenis van de tennisclub dat er twee grote internationale toernooien worden gehouden, maar in 2004 voerde Seaward hetzelfde trucje uit voor de opnames van de romantische comedy Wimbledon. En in 2010 werd er proefgedraaid, om het Internationaal Olympisch Comité (IOC) gerust te stellen. „Een soort simulatie, de grasbanen werden toen niet verwijderd.”

De 68-jarige Seaward wordt niet voor niets door sommige Britse media „de grasfluisteraar” genoemd. Hij begon zijn carrière als terreinknecht bij een particuliere school in Hampshire, werd al op zijn 24ste terreinopzichter en werkt sinds 1990 bij Wimbledon. In 2008 kreeg hij voor zijn graswerk een lintje van de koningin.

„Het is niet zozeer het gras dat zo bijzonder is [100 procent raaigras van verschillende rassen], maar de manier waarop we ermee werken”, vertelt hij. Er wordt veel en regelmatig onderzoek gedaan naar de perfecte ondergrond: het gras is 8 millimeter hoog, de ondergrond is vochtig, maar hard.

En er wordt veel aan gedaan om dat zo te houden. „De meeste tuiniers zetten in september, oktober met een zucht van verlichting de grasmaaier in de schuur. Wij niet, wij maaien door en werken het hele jaar aan het gras.”

Af en toe wordt ook Rufus losgelaten, een havik. Hij moet de vele duiven afschrikken, hun poep veroorzaakt brandplekken in het gras. „In de opbouw naar Wimbledon zetten we ook een elektrische afrastering om de banen om vossen af te schrikken.” Die zijn er nu niet – de vele bezoekers van de afgelopen weken hebben het werk van de hekken al gedaan.

Met spelers die een plukje gras meenemen – of eten zoals de Servische tennisser Novak Djokovic deed in 2011 – heeft Seaward minder moeite. „Het is aan de scheidsrechters daar iets van te vinden, wij moeten het alleen repareren.”

En terwijl elders in Londen men zich tot vorige week grote zorgen maakte over de vele regen die er viel doet dat de grasmat geen kwaad. „Moeder natuur zorgt voor de bewatering”, zegt Seaward. Bovendien ligt er over de banen een speciaal dek. Dat laat water door, opdat het gras water krijgt, maar houdt de enorme kracht van de regen tegen, zodat er geen plassen ontstaan of de aarde verzadigd raakt.

Het is Seawards laatste klus. Hij is gebleven voor de Spelen, daarna gaat hij met pensioen. Volgende zomer zal hij pas merken hoe anders zijn leven is. „Ik kijk altijd meer naar de wolken. Naar het gras en de balans tussen vocht en hardheid. Straks kan ik eindelijk ook naar het tennis kijken.”