Met je vlieger in de file op zee

Kitesurfen staat niet bekend als de meest veilige sport. Vorige week brak een kiter de trap van een strand paviljoen in tweeën. Toch is de sport heel populair. ’s Zomers zijn de spots overbevolkt.

Marcella Veldthuis

‘Zwaargewonde bij ongeluk kite”, kopte Het Parool vorige week. Een kitesurfer vloog enkele meters over het strand bij Castricum, tot hij tegen de trap van het strandpaviljoen sloeg. Die brak doormidden. Het incident staat niet op zich. Ongelukken met surfvliegers komen vaker voor. Vorig jaar moest de kustwacht in één weekend zes keer uitrukken om kiters uit het water te halen. Oorzaak: onervarenheid of verouderd materiaal. Kiten staat misschien niet bekend als de meest veilige sport, maar razend populair is het inmiddels wel.

De watersport, een kruising tussen vliegeren en surfen, is zelfs de snelst groeiende ter wereld, volgens de Nederlandse Kitesurf Vereniging. Wereldwijd zijn er 200.000 kiters, van wie er 10.000 actief zijn in Nederland. Onlangs is de watersport zelfs gepromoveerd tot olympische sport ten koste van het windsurfen. Bij de Zomerspelen in Rio de Janeiro van 2016 wordt er voor het eerst olympisch gekite.

Vanwaar die populariteit? „Het aantrekkelijke van de sport is dat je het zo extreem kunt maken als je zelf wilt, zegt instructeur Niek Lansink (22) van kitesurfschool Versus in Scheveningen. Hij beoefent de sport zelf al tien jaar. „Bovendien ben je nooit uitgeleerd. Er zijn altijd nieuwe trucjes om te doen en iedere keer zijn de omstandigheden anders.”

In praktijk gaat dat als volgt: de surfer maakt vaart door de vlieger door de ‘powerzone’ te sturen. Dat is het gebied in het windvenster waar zich de meeste luchtdruk opbouwt. De vlieger zit vast met een harnas aan de heupen van de surfer. Sturen gebeurt door het manoeuvreren van een stuurstok, de ‘bar’.

Dat klinkt makkelijker dan het is, blijkt tijdens een proefles onder leiding van Lansink. Het waait hard, windkracht 4, en de kite trekt wild aan de lijnen. Mijn vlieger is net zo groot als die van de andere, mannelijk deelnemer, terwijl ik zo’n dertig kilo minder weeg. Dat maakt het moeilijk met beide benen op de grond te blijven staan. Plots wordt de kite gegrepen door een windvlaag. Even vlieg ik over het strand. Snel haakt instructeur Lansink zich vast aan mijn harnas. Het moet tenslotte wel veilig blijven.

Kitesurfen staat bekend als gevaarlijke sport. Vorige maand kwam er nog een vijfendertigjarige man om in het Belgische Oostduinkerke. Hij vliegerde met een te grote kite, werd opgetild en landde vervolgens met zijn hoofd op het strand. Het behalen van een kitediploma is wel mogelijk, maar nog niet verplicht.

Toch valt het wel mee met het gevaarlijke karakter van de sport, volgens Lansink: „Een ongeluk zit natuurlijk in een klein hoekje, maar het grootste risico zit in onwetendheid.” Lansink stelt dat de sport vooral imagoschade oploopt door onervaren beoefenaars. „Beginnende en onervaren kiters nemen vaak te veel risico. Ze varen dicht bij de kant en gaan kitesurfen bij te harde wind en met een te grote maat vlieger. Ook surfen ze vaak met verouderd materiaal. De laatste jaren heeft het materiaal een ontwikkeling doorgemaakt en is het veel veiliger geworden.”

Zo gebruikte de kiter uit Castricum een vlieger uit 2004. Dat model had geen zogeheten ‘quick release’, een koord dat je kan los trekken en alle lijnen in één keer laat vieren. Daarmee verdwijnt alle luchtdruk onder de vlieger en voorkom je dat je ongewild over water of strand wordt voortgesleept.

De meeste moderne kites hebben dat systeem wel. Het materiaal wordt dus steeds veiliger. Dat zie je terug in de groeiende populariteit, zegt Lansink. En, steeds meer vrouwen beoefenen de sport. Lansink: „Traditioneel is kiten meer een mannensport, maar ik zie steeds meer vrouwen op het water. Al blijft zo’n 80 procent van de kiters man, in de leeftijd van eind twintig, begin dertig. Veel vrouwen denken ten onrechte dat het fysiek een zware sport is. En bij de vrouwen zijn er toch wat meer ‘mooi-weer-kiters’: de zee blijkt snel te vies, te koud of zelfs te nat.”

Op het strand ziet fotograaf Thomas Donker (42), sinds vier jaar fanatiek kiter, steeds meer mensen die de sport beoefenen, zowel man als vrouw. „Op een winderige dag in het weekend komt in Oostvoorne van alles voorbij: Rotterdamse tokkies, Duitsers met helmen, kites in kleurige kluwen en boswachters op een strandstoeltje. Dolle boel!”

Met name in de zomermaanden is het volgens Donker bijna te druk. „De sport lijkt flink te groeien en de kitespots zijn overbevolkt. Gelukkig ontstaan er steeds meer initiatieven om alles een beetje in goede banen te leiden.”