Maak muziek en lach

Tv-series uit de jeugdjaren laten sterke herinneringen na. In een serie op dinsdag kijken redacteuren terug. De Freggels creëerden hun eigen mythe, zag Herien Wensink.

Freggels zijn kleurige fantasiefiguren met woeste kapsels en lange staarten. Foto RTL Nederland

In mijn jeugd geloofde ik nooit zo in lang en gelukkig. Ik hield van een grimmiger soort sprookjes: die waarin een offer wordt gebracht. Waarin het een beetje goed komt, maar nooit helemaal – net als in het echte leven. Al duikt er vaak hulp op uit onverwachte hoek, in de vorm van een pratend dier.

Die voorkeur voor enge sprookjes en pratende dieren dank ik aan Jim Henson. Met diens Muppets had ik weinig, maar zijn Freggels en The Storyteller hebben mij een blijvende liefde voor poppen, effecten en animatie bijgebracht, voor duistere sferen en vreemde wezens. Er loopt een rechte lijn van Jim Henson naar Peter Jackson en Tim Burton.

De liefde begon bij De Freggels.

Fraggle Rock, in het Nederlands De Freggels geheten, werd tussen 1983 en 1987 uitgezonden bij de KRO. Freggels zijn kleurige fantasiefiguurtjes met woeste kapsels en lange staarten. Ze wonen in de Freggelgrot: een wijdvertakt ondergronds grottenbolwerk. Gangen bieden er aansluiting op andere universa: de mensenwereld, waar uitvinder Doc woont met zijn hond Sprokkel, en het domein van de Griezels: reuzengrote, oerdomme poppen met wie de Freggels in een soort Koude Oorlog verwikkeld zijn.

In de moestuin van de Griezels raadplegen de Freggels een pratende composthoop, die in hun wereld de functie van orakel vervult. En dan zijn er nog de Doeners: ijverige groene wezentjes met bouwhelmpjes van wier bouwsels de Freggels graag eten. De serie is een overwegend vrolijke bedoening (‘Maak muziek en lach!’), met een moralistische teneur. Het vreedzaam samenleven van de vier soorten wordt aangegrepen voor lesjes over vooroordelen en sociaal conflict. In die zin paste de serie naadloos in mijn Kinderen-voor-Kinderen-wereldbeeld.

Maar er was één bijzonder gruwelijke aflevering: De Verschrikkelijke Tunnel. Over een duistere spookgrot, waar een geheimzinnige luchtstroom passerende Freggels met geweld naar binnen zoog. Zij bleven daar vervolgens eeuwig rondspoken, met angstig uitpuilende ogen. Ik was zes of zeven, en dat beeld kwam in talloze nachtmerries terug.

Dat ik die vrolijke Freggels opeens zo eng vond had er zeker mee te maken dat hun Freggelgrot, normaal een oord van plezier, plotseling veranderde in gevaarlijk terrein. Dat, en de angst ergens moeten zijn waar je niet hoort, en daar niet meer weg te mogen. Sprekend tussen de zwijgenden, levend tussen de doden. Ik vreesde het isolement, de eenzaamheid, en dat gruwelijke idee van ‘voor eeuwig’. Zoals de griezelige Grady-tweeling het zegt in The Shining: ‘Come play with us, Danny, for ever, and ever, and ever’.

Wat ik niet had onthouden, was dat die ‘Verschrikkelijke Tunnel’ een oude Freggelmythe was. In de betreffende aflevering komt een groepje Freggels op bezoek bij ‘de Verhalenverteller’; een doodgewoon Freggel-huisvrouwtje met een grote bril, die alle oude Freggelmythen kent. Op hun verzoek vertelt ze over de spooktunnel. Ze doet dat, blijkt nu, met een grappig liedje. En ook het verhaal zelf is helemaal niet zo eng.

Ze zingt over ridder Blunderbrain, die de tunnel uitdaagt en verslaat in een duel. De gevangen Freggels komen vrij, en het is grotendeels eind goed, al goed, behalve dat die afloop wel zijn tol eist. De tunnel maakt één laatste slachtoffer; de beetje sullige Blunderbrain zelf. Een acceptabel offer, vind ik achteraf.

Na het verhaal sporen de Freggels de tunnel zelf op, en die blijkt in het echt veel minder eng. Ze keren veilig terug, en de Verhalenverteller zingt een nieuw lied, over hun heldendaden. Zo creëren de Freggels hun eigen, betere mythe. Dat sprak mij aan: je bent geen willoos slachtoffer van je angsten, maar kunt je eigen geschiedenis herschrijven door de confrontatie ermee aan te gaan.

Die Freggelmythe stoomde mij onbewust klaar voor een volgende Henson-klassieker op tv: The Storyteller. Hierin werden griezelige Germaanse sagen of Russische volksverhalen door Hensons formidabele poppen tot leven gebracht. Verteller John Hurt gaf wijs commentaar, terwijl zijn pratende hond zorgde voor de komische noot. Volwassen levensinzichten brachten die sprookjes, over moed, geduld en hoop. Kijk verder dan je neus lang is, onderwezen ze. En: als je denkt dat alles verloren is, duikt er altijd hulp op.

In het sprookje True Bride moet het meisje Anja onmogelijke opdrachten uitvoeren van een gemene trol. Als ze het bijna niet meer aankan verschijnt een prachtige leeuw (de ‘Thought Lion’): spierwit, vriendelijk en wijs. Hij helpt haar, en als zij hem vraagt waar hij vandaan komt, antwoordt hij met warme stem: „Ik kom voort uit jouw gedachten. Jij dacht: is er niemand op de wereld die me kan helpen? Die is er wel.”

Henson begreep mijn kinderfantasie. Het idee van zo’n toverleeuw (of een ander beest binnen handbereik) helpt je door de donkerste episodes. Mocht het echt nodig zijn, dan zal jouw konijn/hond/knuffelbeest tot leven komen en je troosten. Die noodzaak vervaagt als je volwassen wordt, of je vindt andere bronnen van troost. Maar bij mij is altijd een splintertje kinderlijke verbeelding blijven zitten. Is het toevallig dat ik nu een spierwitte kater heb, die precies op de Thought Lion lijkt? Natuurlijk weet ik intussen wel dat hij nooit tegen me zal praten. Maar dankzij Jim Henson weet ik precies hoe hij klinkt.

Dit is de vierde aflevering van een wekelijkse zomerserie.