Epke zwaait Cassina, Kovacs en Kolman

Het nieuws over de spectaculaire olympische oefening van Epke Zonderland (26) zoemt rond in de turnwereld. Hij moet een groot risico nemen in zijn combinaties, anders is goud uitgesloten.

Zijn detail? Epke Zonderland trekt zijn schouders op en doet moeite geen verbazing te veinzen.

Alsof de rekspecialist wil zeggen: turnen, beste mensen, is een aaneenschakeling van details. En zo is het. Eén misgreep, een iets te laat ingezette zwaai, even de heupen niet in de goede hoekhouding en je ligt op de grond.

Het is ondoenlijk een turner te laten spreken over één detail. Het zijn er zoveel.

Voor Zonderland (26) begint de punctualiteit bij de samenstelling van de oefening. Als hij olympisch goud wil winnen op het onderdeel rekstok – en dat wil de Europees kampioen en tweevoudig zilveren medaillewinnaar op de WK – dient hij elementen te combineren die bij elkaar voor een hoge uitgangswaarde en bonuspunten zorgen. Hoe moeilijker de oefening, des te hoger de score. Althans, bij een goede uitvoering. Elke fout betekent aftrek van punten.

Voor de Olympische Spelen in Londen heeft Zonderland al ‘plussend en minnend’ een rekoefening samengesteld met een uitgangswaarde van 7,9. Dat is extreem hoog. „Ik heb zelfs nog even gedacht aan een oefening van 8,1 punten, maar bij een foute uitvoering is de aftrek 0,3 punt extra. Dat is meer dan de 0,2 die het oplevert. Dat vind ik het risico niet waard”, vertelt de turner.

Vanzelfsprekend heeft Zonderland met een schuin oog naar zijn belangrijkste concurrenten gekeken. Om te weten met welke uitgangswaarde zij naar de Olympische Spelen komen. Zonder een spoor van bezorgdheid: „De Chinees Zou Kai heeft al een ‘7,9’ geturnd, dat weet ik. Diens landgenoot Zhang Chenglong en de Duitser Fabian Hambüchen hebben voor zover mij bekend een oefening met een uitgangswaarde van 7,7. En van de anderen weet ik het niet.”

Zonderland kijkt verder weinig naar andere turners. Hij concentreert zich vooral op zijn eigen oefening. En die is al moeilijk genoeg, want speciaal voor de Olympische Spelen combineert de tweevoudig Sportman van het Jaar (2009 en 2011) de Cassina, de Kovacs en de Kolman, drie zwaai-elementen met allerlei draaiingen. Zonderland is de eerste turner die zich aan deze triple waagt. Als het lukt, levert hem dat een bonusscore van 0,4 punten op.

De Cassina is de moeilijkste van de drie. Dat is een vlucht van een dubbel gestrekte salto met een hele schroef. Daarop volgt de Kovacs, een dubbele salto gehurkt over de rekstok – van de combinatie relatief de makkelijkste. En ten slotte de Kolman, een dubbel salto gehurkt met een hele schroef. En dat allemaal achter elkaar. Dat klinkt niet alleen ingewikkeld, dat is het ook. Maar als het lukt oogt de serie spectaculair. De drie keer dat het Zonderland dit jaar in een wedstrijd lukte, reageerde het publiek enthousiast.

Maar neemt Zonderland geen (te) groot risico? Niet groter dan bij andere moeilijke combinaties. Want moeilijk moet de olympische oefening zijn, anders is goud uitgesloten. Zonderland kent geen twijfel: „Ik heb die elementen al zo vaak gedaan, zowel afzonderlijk als in combinatie met twee sprongen. Het kost me niet extreem veel moeite er drie achter elkaar te doen”, vertelt hij. „En ik ben al vanaf februari aan het trainen op die serie. Het zal wel moeten. Wil ik me onderscheiden in Londen, dan zal ik iets nieuws moeten laten zien.”

Het gevaar bij die drievoudige combinatie schuilt in de oriëntatie. Of beter, in het ontbreken ervan. Bij een zwaai-element is er een moment dat de turner het zicht op de rekstok kwijt is. Het komt daarom aan op precies timen en er op vertrouwen dat de uitvoering zo vloeiend verloopt dat hij niet misgrijpt.

Juist dat gevoel voor ritme en ruimte maakt de Fries Zonderland zo’n uitzonderlijke goede turner aan de rekstok. En dat specialisme geeft hem ook het vertrouwen om die unieke combinatie in ‘Londen’ uit te voeren. En om de jury te imponeren.

Overigens reserveert Zonderland de zware combinatie voor de finale. Hij zal tijdens de kwalificatiewedstrijd de Cassina en Kovacs combineren en de Kolman afzonderlijk uitvoeren. Daarmee verliest hij de bonus van 0,4 punten, maar Zonderland vertrouwt er desondanks op de finale te zullen halen.

Eenmaal in de olympisch eindstrijd, op 7 augustus in de Greenwich Dome waar Zonderland in 2009 een zilveren medaille op de wereldkampioenschappen turnen won, zal hij voluit gaan. Hij zal ook wel moeten, leerde hem de olympische finale van vier jaar geleden in Peking. Toen twijfelde Zonderland, corrigeerde hij zijn oefening en viel.

Dat was een dure les. „Nogal”, zegt Zonderland. „Wil ik goud halen, dan is er in de finale maar één manier: voluit gaan en risico’s nemen. Dan mag je niks laten liggen.”

Intussen zijn Zonderlands concurrenten onrustig geworden. Het nieuws over zijn spectaculaire oefening zoemt rond, heeft de turner gemerkt. „Dat is positief”, zegt Zonderland met een brede glimlach. Psychologisch is de olympische finale al begonnen.

Henk Stouwdam

Dit is de achtste en laatste aflevering van een serie interviews met Nederlandse deelnemers aan de Olympische Spelen die een detail van hun sport belichten.