Een gouden regel gebroken

Zijn vader stuurde hem naar een kickboksschool, toen hij als zevenjarige na een ruzie met een bloedende vinger thuiskwam. Twintig jaar later wordt hij verdacht van twee mishandelingen.

Foto Pim Ras/Hollandse Hoogte

In vechtsportkringen geldt hij als ‘een grote meneer’. En niet alleen vanwege zijn imposante gestalte: 1,97 meter en ruim honderd kilo schoon aan de haak. Nee, Badr Hari velt tegenstanders zoals een houthakker bomen velt. Met een achteloze vanzelfsprekendheid en vuisten van gewapend beton. Dat spreekt tot de verbeelding in de vechtsportarena’s, waar het testosterongehalte doorgaans hoog is. Badr Hari biedt wat het publiek verlangt: bluf, branie en brute kracht. Kortom: spektakel. Altijd en overal.

Maar Badr Hari gebruikt zijn handen en zijn voeten niet alleen in de ring, denkt het Openbaar Ministerie in Amsterdam. Dat maakte gisteren bekend dat de 27-jarige sportman officieel is aangemerkt als verdachte in twee mishandelingszaken. De Nederlands-Marokkaanse K1-vechter zou twee zakenmannen zwaar hebben toegetakeld. K1 is een verzamelnaam van alle met een ‘k’ beginnende vechtsporten: karate, kickboksen, kung-fu, kempo en kendo.

De eerste aangifte is afkomstig van reisondernemer Koen Everink. Hij zou begin deze maand tijdens het dancefeest Sensation in een skybox in de Amsterdam Arena zijn gemolesteerd, onder anderen door Hari. Everink belandde met zwaar beenletsel in het ziekenhuis. Vorige week volgde een tweede aangifte. Ditmaal van een van de eigenaren van de Amsterdamse club Air, Jeroen van den Berg. Hij zou een jaar geleden in zijn eigen uitgaansgelegenheid door Hari in elkaar zijn geslagen. Van den Berg zou, zo wil het verhaal, te dicht op de huid van Hari zijn gekropen, waarop de vechtsporter hem enkele tanden uit zijn mond sloeg.

„Een prachtig vooroordeelbevestigend verhaal, mooier kan je het niet hebben”, schampert Fred Royers, oud-karateka en vechtsportcommentator bij tv-zender SBS. „Een Nederlandse Marokkaan die zijn handjes niet thuis kan houden. Ja, daar komen we de zomer wel mee door.” Royers zegt het niet te kunnen begrijpen. „Behalve als een voortreffelijk vechter ken ik Badr ook als een welbespraakt en hoffelijk mens, die zijn gedachten op genuanceerde wijze onder woorden kan brengen. Maar kennelijk – met de nadruk op kennelijk – is er die avond in de Arena iets geknapt in zijn hoofd. Een slechte dag, een foute opmerking, een pilletje – wie zal het zeggen?”

Hari lijkt in elk geval een gouden regel in de martial arts te hebben gebroken: buiten de ring onthoudt een vechtsporter zich te allen tijde van fysiek geweld, hoe groot de verleiding of de weerstand ook is. „Zijn begeleiding heeft gefaald”, concludeert Royers. Vreemd is dat niet. Hari ruilde afgelopen jaren de ene trainer voor de andere in. Alsof het voetbalplaatjes waren. Royers: „Badr gaat zijn eigen weg. Zo is het altijd geweest. Misschien is dat ook wel een beetje zijn tragiek.”

Badr Hari werd in 1984 geboren in de Indische Buurt in Amsterdam-Oost. Zijn vader, een Marokkaanse immigrant, was parkwachter. Zijn moeder werkte als schoonmaker. Hij heeft twee zussen en een jongere broer. Hari senior, zelf ooit amateurbokser, stuurde zijn oudste zoon naar een kickboksschool, toen die als zevenjarige na een ruzie op straat met een bloedende vinger thuiskwam.

Van uithuilen kon geen sprake zijn, vertelde Hari jaren later in Het Parool. „Als ik niet ging trainen, sloeg mijn pa me met een paraplu waar iedereen bij stond en dan dacht ik: shit man, je zet me voor schut. Maar ja, hij wilde gewoon dat ik wat bereikte.” Maar diep in zijn hart wilde Hari liever naar de manege dan naar de sportschool. „Ik ben dol op dieren en wilde liever paardrijden, maar dat was te duur.”

Onder leiding van kickbokstrainer Thom Harinck groeide Hari uit tot een gevreesde mastodont tussen de touwen, bijgenaamd The Golden Boy. Het vwo maakte hij niet af. De vechtsport verschaft hem geld, roem en status. „Vechten heeft me gemaakt tot wie ik nu ben”, zei hij vorig jaar in een spaarzaam openhartig interview tegen de makers van het tv-programma Profiel. Zijn familie kan „lekker leven door wat ik nu doe”. Zijn tegenstanders zijn niet zomaar tegenstanders, maar regelrechte vijanden, zo onthulde hij. „Elke tegenstander wil me terugsturen naar de armoede.”

Trots is hij ook. Toen het publiek hem zeven jaar geleden uitfloot na een ongeoorloofde stoot besloot hij nooit meer voor Nederland uit te komen. Hari (77 overwinningen in 88 partijen) vecht sindsdien onder de vlag van zijn tweede vaderland Marokko. In datzelfde jaar werd hij opgepakt door de politie, nadat hij een Amsterdamse kennis te hulp was geschoten bij een burenruzie. Hari deelde rake klappen uit en werd veroordeeld tot een celstraf.

Twee jaar geleden zou hij opnieuw over de schreef zijn gegaan. „Enkele portiers vlogen als stropoppen door de lucht”, noteerde De Telegraaf. Tot een veroordeling kwam het niet. Het slachtoffer trok zijn beschuldiging in. Maar het beeld was gevestigd: ook buiten de ring is Badr Hari een licht ontvlambare vechtersbaas. „Als bij mij de rem eraf gaat, is het gewoon één blok explosie en chaos en ruis, en dan hoor en zie ik het ook allemaal niet meer”, zei hij tegen Profiel.

Sinds de molestatie van zakenman Everink, begin deze maand, wordt Hari nauwlettend gevolgd. Al was het maar omdat hij sinds kort een relatie heeft met een BN’er: Estelle Cruijff, de 33-jarige nicht van voetballegende Johan Cruijff en de ex van oud-topvoetballer Ruud Gullit. Het Parool meldde vanmiddag dat Badr Hari, die in het buitenland zit, van plan zou zijn zich te melden bij de politie.