Bod CNOOC op Nexen nagenoeg onweerstaanbaar

CNOOC moet hopen een overeenkomst te hebben voorgesteld waar Ottawa geen bezwaar tegen kan hebben. Zeven jaar nadat Amerikaanse protectionisten met succes een bod van 18 miljard dollar (een kleine 14,9 miljard euro) van CNOOC op het Californische Unocal dwarsboomden, heeft het Chinese olieconcern afgesproken 15,1 miljard dollar te zullen betalen voor de Canadese olieproducent Nexen.

De transactie, die volledig in contanten moet worden voldaan, houdt een premie in van maar liefst 61 procent. Misschien net zo belangrijk is dat het overnamebod is voorzien van een aantal lokkertjes die de politieke goedkeuring ervan zouden moeten bevorderen.

Het fikse prijskaartje – ondanks weinig voor de hand liggende synergievoordelen – gaat gepaard met de belofte een groot kantoor te zullen vestigen in Calgary en de aandelen aan de beurs van Toronto te laten verhandelen.

Voor CNOOC is dit een aanvaardbare prijs om een paar plaatsen te kunnen opschuiven op de mondiale ranglijst van oliemaatschappijen. De 207.000 vaten olie per dag die Nexen in 2011 heeft geproduceerd waren meer dan twee maal zoveel als de niet-Chinese productie van het in Hong Kong genoteerde CNOOC in dezelfde periode. De aanwinst levert CNOOC een stevige positie op in de Canadese teerzanden en toegang tot aantrekkelijke projecten in de Golf van Mexico, het Britse deel van de Noordzee en Nigeria.

Ondanks de instemming van het bestuur van Nexen zal de overeenkomst niet doorgaan als de Canadese politiek een spaak in het wiel steekt. Tot nu toe zeggen de twee bedrijven slechts een begin te hebben gemaakt met de onderhandelingen. Het Canadese parlement kan iedere overeenkomst tegenhouden als een buitenlandse gegadigde niet geloofwaardig kan maken dat Canada beter af zal zijn dankzij de verkoop van een Canadese onderneming.

Aan de Canadese bereidheid om grote transacties tegen te houden hoeft niet getwijfeld te worden, na het torpederen van het bod van 39 miljard dollar dat BHP Billiton in 2010 op het Canadese Potash Corp. uitbracht. Maar Nexen is slechts een middelgrote producent – de achtste Canadese oliemaatschappij gemeten naar de mondiale productie en de 24ste producent van Canadese olie, aldus zakenbank Macquarie. Het bedrijf heeft ook zo zijn problemen, zoals blijkt uit een recente vervanging van het management.

Zijn strategische belang lijkt ongeveer even groot als dat van graanhandelaar Viterra. De overname van dat bedrijf voor 7 miljard dollar in maart dit jaar door een consortium onder leiding van de Zwitserse grondstoffenhandelaar Glencore kon zonder al te veel weerstand doorgang vinden.

Omdat CNOOC sinds 2005 al zo'n 2,8 miljard dollar in Canada heeft geïnvesteerd, is het concern geen onbekende meer. Niettemin probeert het lastige vragen vóór te zijn met een speciaal hoofdstuk over de 'voordelen voor Canada' in het persbericht over de voorgenomen transactie.

De koersstijging van 50 procent van de in New York genoteerde aandelen van Nexen gistermiddag duidt erop dat de meeste beleggers denken dat zelfs de Canadese protectionisten er een harde kluif aan zullen hebben om deze overname te blokkeren.

Kevin Allison

Vertaling Menno Grootveld