Wilde tuinen, wilde mensen

De mens kan niet zonder natuur en de natuur kan prima zonder regels. Louis Le Roy, landschapsarchitect, wist dat: mens en natuur moeten samenwerken. Zijn levenswerk is een groene kathedraal bij Heerenveen.

Louis Le Roy in zijn Ecokathedraal, Mildam, 24 oktober 1999.

Louis Le Roy werd ‘de wilde tuinman’ genoemd en dat had verschillende redenen, om te beginnen zijn motto ‘Onkruid bestaat niet’. Hij was vanaf de jaren zeventig een bekende ecofilosoof en landschapsarchitect. Hij maakte grote indruk met zijn voor die tijd revolutionaire denken over tuinen en vrijheid, waar zowel de planten als de mensen die het groen beheren recht op moeten hebben. Dankzij hem zouden veel Nederlanders anders gaan kijken naar het onkruid in hun tuin.

Louis Le Roy, geboren in 1924 in Amsterdam, is vorige week zondag op 87-jarige leeftijd in zijn woonplaats Oranjewoud overleden. Hij werd in 1989 benoemd tot professor honoris causa aan de Duitse Carolina Universität in Braunschweig. Hij kreeg in 2000 de Oeuvreprijs van het Fonds voor de Beeldende Kunst toegekend. Als ecologisch visionair stelde hij al in de tijd dat het rapport De grenzen aan de groei van de Club van Rome uitkwam (1972), dat het anders moest, wilde de mens overleven. Hij publiceerde in 1973 het boek Natuur uitschakelen, natuur inschakelen, waarin hij het ecologisch tuinieren bij een breed publiek introduceert. Een kernbegrip in zijn denken was de symbiose van de mens en de natuur. Volgens hem moet de mens de natuur niet beheersen, ze moeten samenwerken. Dit gold ook binnen de bebouwde kom: „Omdat de mens een natuurlijk wezen is, moet je de natuur in de steden incorporeren”, schreef hij. Elke stad zou volgens Louis Le Roy het beste één procent van zijn grondgebied kunnen reserveren voor een ‘wilde tuin’ of ecoprojecten, zones, waar de natuur in de tijd zijn gang moet kunnen gaan.

Op het denken over openbaar groen drukte Le Roy ook zijn stempel. In diverse gemeenten kreeg hij de gelegenheid zijn ‘wilde’ manier van tuinieren in woonwijken ten uitvoer te brengen. In Groningen (groengebied in de wijk Lewenborg) en Heerenveen (een kilometer lange groenstrook midden in de stad) zijn de resultaten nog altijd te zien. Maar hij liep vaak tegen gemeentelijke voorschriften aan die volgens Le Roy ingegeven waren door economische belangen. Daarom kocht hij twee hectare grond in Mildam, vlakbij Heerenveen.

Hij begon er, met vrachtwagenladingen afgedankte stenen, tegels en stoepranden, spontaan bouwwerken te maken: zijn Ecokathedraal.

Een jaar of tien geleden liep ik er met hem doorheen. De groen overgroeide steenstapelingen, torens en muurtjes gaven de indruk van een bos met eeuwenoude tempelruïnes. Le Roy was er twintig jaar eerder aan begonnen en het bouwen aan deze ‘archeologische’ natuurkathedraal ging door. Zo evolueerde een weiland tot een weelderig ecomonument.

In een televisiedocumentaire uit 2005 vertelde hij, terwijl hij intussen druk bezig was in zijn tuin, dat een van de gestapelde torens was opgebouwd uit twintig vrachtwagenladingen sloopmateriaal. Er werden in de loop der tijd ruim 2.000 ladingen door Openbare Werken van Heerenveen bij hem gedumpt. Later, toen zijn gezondheid het liet afweten, kreeg hij hulp van vrijwilligers.

Dat zijn Ecokathedraal ook nu nog altijd niet af is, deerde Le Roy niet. Hij zag het als een proces in de tijd, in de overtuiging dat „honderd jaar niks” is, zoals hij zei, en bovendien: „De natuur gaat eindeloos door.”

De Ecokathedraal wordt beheerd door www.stichtingtijd.nl