Wiggo werkt gewoon het hardst van allemaal

Als eerste Brit in de geschiedenis won Bradley Wiggins de Ronde van Frankrijk. Dankzij een sterk team en zijn gedrevenheid zette ‘Wiggo’ een nieuwe standaard.

Redacteur Wielrennen

Parijs. Nooit eerder in de wielersport won er iemand als baanrenner olympisch goud op de achtervolging én als wegrenner de Tour de France. Nog nooit won een renner voor de Tour in één seizoen de rittenkoersen Parijs-Nice (maart), Ronde van Romandië (mei) en Critérium du Dauphiné (juni). En nog nooit eerder stond een Brit in de gele leiderstrui op het podium op de Champs Élysées in Parijs.

Bradley Wiggins (32) maakte met zijn overwinning in de 99ste Ronde van Frankrijk een jongensdroom waar en schreef geschiedenis. In de zevende rit naar Planche des Belles Filles veroverderde hij het geel, om het vervolgens niet meer af te staan. Sinds 1981 (Bernard Hinault) ging geen renner langer aaneengesloten aan de leiding in de Tour. Met land- en ploeggenoot Chris Froome als nummer twee en vijf ritzeges hield de Sky-ploeg de koers in een ijzeren greep, als een 3.497 kilometer lange ploegentijdrit. Saai? Topsport van de buitencategorie. Met Wiggins als de eerste Tourwinnaar sinds recordhouder Lance Armstrong (zeven zeges in de periode 1999-2005) die zijn sport naar een hoger professioneel niveau tilt.

Vergeet het belang van de rekenmodellen van Team Sky, vergeet de wetenschap achter de sportprestatie. Trainer Shane Sutton van Team Sky wilde het grootste geheim van de eerste Britse Tourwinnaar best onthullen, sprak hij zaterdag voor de camera van ITV. „Aan het eind van de dag telt maar één ding: hard werken”, stelde de Australische ex-prof. En Wiggins werkt ‘gewoon’ het hardst van allemaal. „Al achttien maanden aan een stuk, zonder ook maar één moment te verzaken.”

Een jaar geleden zag Wiggins thuis in Lancashire hoe Cadel Evans als eerste Australiër de Tour won. Zelf was hij na de zevende etappe afgestapt met een sleutelbeenbreuk. „Toen ik zag hoe gelukkig Cadel was, nam ik me heilig voor om ooit te voelen wat hij voelde”, vertelde Wiggins zaterdag nadat hij op magistrale wijze de slottijdrit had gewonnen. Dus klom hij nog dezelfde avond op de fiets in zijn garage om op de rollen te trainen, hoeveel pijn het ook deed. Niet omdat een rekenmodel dat voorschreef, maar omdat hij het zo voelde. „Ik was geïnspireerd door Evans.”

Maar de gedrevenheid van Wiggins gaat dieper. Hij wil per se meer van zijn leven maken dan zijn vader, voormalig zesdaagserenner Gary Wiggins, een alcoholist die in 2008 stierf na een vechtpartij in een bar. In de trance tijdens de laatste kilometers van zijn tijdrit schoot het allemaal door zijn hoofd. „Mijn jeugd, mijn vader die me als jochie in de steek liet, mijn moeder die me opvoedde in een flatje in het centrum van Londen waar ik mijn opa als rolmodel had, die overleed tijdens de Tour van 2010. Toen ik thuiskwam, moest ik naar zijn begrafenis.”

Zes olympische medailles op de baan (drie keer goud) leverden financieel niet meer op dan schulden. Na ‘Athene’ (2004) overwon hij een alcoholverslaving, onthulde hij in zijn biografie In Pursuit of Glory (2008). Op de weg werd de excentrieke Brit uitgelachen, vooral ook omdat hij zich openlijk uitsprak tegen doping. Ook dat is een deel van zijn huidige motivatie. Baankampioen Wiggins kon trappen wat hij wilde, hij kwam er op de weg niet aan te pas. Tot de dopingcontroles strenger werden.

Trainer Sutton overtuigt hem na de Spelen in Peking (twee keer goud) van een nieuw doel: de Tour. Via zijn Schotse vriend David Millar, inmiddels van zondaar bekeerd tot dopingbestrijder, kan hij terecht bij het Amerikaanse Garmin. Wiggins valt af van 78 naar 71,5 kilo, bouwt zijn motor uit van 4 naar meer dan 200 kilometer, oefent eindeloos op zijn houding bij het klimmen en eindigt verrassend als vierde in de Tour. Met als beloning een miljoenentransfer naar de nieuwe ploeg Sky, waar manager David Brailsford aankondigt dat hij vóór 2014 een Britse Tourwinnaar wil.

Misschien behaalt hij in het mislukte eerste seizoen 2010 (24ste in de Tour) wel zijn grootste winst. Hij leert hoe het niet moet. Brailsford formeert een driemanschap om de kopman heen: trainer Sutton, psycholoog Steve Peters en Tim Kerrison, een Australische coach die eerder succesvol was in de zwemsport en het roeien. „In 2010 zagen we precies waar Bradley niet voldeed aan de eisen van het evenement”, analyseerde de sportwetenschapper onlangs voor ITV. Klimmen was de bottleneck.

Ook 2011 levert belangrijke lessen op. Na een beestachtig zware hoogtestage („Ik heb nog nooit harder getraind”) op de vulkaan El Teide op Tenerife blijkt Wiggins in de Dauphiné niet moe maar juist ijzersterk, ook als klimmer. Een winnend concept. Sleutelbeenbreuk in de Tour? Kerrison: „We moesten er dus niet alleen voor zorgen dat zijn lichaam in vorm was, maar ook dat hij een robuuste sporter werd, die met alle omstandigheden kon omgaan.” Extra training voor een sterk bovenlijf.

Dit seizoen volgt de finishing touch. Wedstrijden als training zijn er niet meer bij. ‘Wiggo’ rijdt alleen om te winnen, trainen kan hij zelf op Tenerife harder dan in het peloton. En door te winnen in rittenkoersen leren kopman en ploeg meteen hoe om te gaan met het verdedigen van een leiderstrui. Kerrison: „Na achttien maanden gingen we met een perfect getrainde sporter naar de Tour.”

Wie moest hem in de bergen verrassen? „Het wielrennen is veranderd”, stelde Wiggins in zijn afsluitende persconferentie. „Het is menselijker geworden. Ongelofelijke solo’s van 220 kilometer in de bergen, zoals in de jaren 90 van Virenque, zijn niet realistisch meer. Als onze ploeg met een vermogen van 450 watt naar boven rijdt en iemand demarreert, kunnen we hem rustig laten gaan. Op een klim van 20 minuten kun je geen 500 watt produceren zonder extra liters bloed.”

Vijftig jaar na de eerste gele trui voor Tom Simpson en een week voor de Spelen van Londen heeft Groot-Brittannië dan zijn eerste Tourwinnaar. „Er zijn belangrijkere dingen in het leven dan sport”, relativeert Wiggins zelf. En volgend jaar? „We hebben nog geen plannen voor na 1 augustus. Maar er is geen enkele reden om het volgend jaar niet nog eens te proberen.”