Over Gert Jakobs, de 'Meesterknecht'

De trots van de meesterknecht: achttiende worden in een tijdrit, terwijl de speciale fiets aan je neus voorbij is gegaan omdat je helemaal niet hoog hoeft te eindigen van je ploegleider. En dan de genoegdoening dat je niet in de achterhoede eindigt, maar achttiende wordt, op ‘het eerste A4’tje’ van de uitslagenlijst. Mooi dat Gert Jakobs de volgende keer wél een tijdritfiets kreeg. Niet dat hij toen de tijdrit won overigens.

Meesterknecht is het verhaal van Jakobs, opgetekend door Erik Oudshoorn (Voetbal International, €17,95). De biografie van iemand die altijd hard fietste in dienst van anderen – zonder zelf ooit in aanmerking te komen voor grote overwinningen – en daarnaast een tragisch privéleven leidde van scheidingen en het zwarte gat na zijn wielerbestaan. Meesterknecht: dat kan frustrerend zijn, hebben we kunnen zien bij Christopher Froome, meesterknecht van Tourwinnaar Bradley Wiggins, die zijn kopman naar huis had kunnen rijden. Maar dat niet mocht.

Zo iemand wil ook weleens zijn verhaal doen, en dat doet Jakobs in dit boek. Hij vertelt over de judotechnieken die hij bij valpartijen kan inzetten zodat hij bijna nooit gewond raakt. Over de onbedoelde overwinning bij de Profronde van Surhuisterveen (‘Hij detoneert wel een beetje tussen de vedetten’, merkt Oudshoorn fijntjes op).Jakobs is geen winnaar, maar wel een nuttige renner. En vooral omdat hij ‘op commando opdrachten uitvoerde. Er waren al veel te veel slimme renners’, aldus voormalig ploegleider Jan Gisbers.

Meesterknecht is geen goed geschreven boek en erg behendig opgebouwd is het al evenmin. Geen epos, noch scherpe onderzoeksjournalistiek, vooral veel gebabbel. Maar het is onzin om daar kritiek op te hebben. Voetbal International, initiatiefnemer en uitgever van het boek, voelt goed aan wat de toon is waarop de sportliefhebber aangesproken wil worden. Het boek klimt in de bestsellerlijst (van 28 naar 17) en er staan maarliefst drie titels van VI in de CPNB top 60 (naast deze ook over René van der Gijp en voetbal & maffia).

De rol die René van der Gijp heeft bij het praatprogramma over voetbal, heeft Gert Jakobs in Tour du Jour. Gezellig. En zo is het boek ook. Lekker babbelen, van de ene anekdote naar de andere, met Gertje aan de borreltafel; het ontbreekt er maar aan dat we soms denigrerend commentaar van Johan Derksen te horen krijgen. Maar maak je niet druk: dit is een boek over ‘gewoon Gertje’, een jongen van ‘de gestampte pot’.

En ook, lekker Nederlands, zit er soms wat verongelijktheid in de verhalen. ‘Ja, ik rij wel goed, maar ze willen het niet allemaal zien hè, Jean Nelissen schijnt mijn naam nog niet één keer op de televisie te hebben genoemd, hoor ik van mijn vriendin thuis. Dat is niet leuk als je je uit de naad werkt.’ Die verongelijktheid , daar kon de kopman ook wat van: Jean-Paul van Poppel, de topsprinter weet nog steeds zeker dat zijn ploegbaas niet wilde dat hij in 1988 de sprint op de Champs d’Elysées zou winnen. En er zat champagne in de bidons, ‘heel andere bubbeltjes dan normaal’. Van Poppel weet van niets, maar dat ‘kan wel kloppen’ want die ‘had nog niet bijgetekend bij Raas’.

Van dat soort borrelpraat, dus.