Ook in Aleppo is oorlog begonnen

Na het eerste rebellenoffensief in de Syrische hoofdstad Damascus zijn opstandelingen gisteren ook voor het eerst in de aanval gegaan in Aleppo, de op een na grootste stad van het land. Tot vorige week waren Damascus en Aleppo over het algemeen rustig gebleven.

Daarmee is de oorlog in Syrië in een nieuwe fase terechtgekomen van vernietigende stedelijke gevechten. De afgelopen dagen zijn volgens de oppositie weer meer dan honderd doden gevallen. De oppositie houdt het totale dodental sinds de opstand zestien maanden geleden begon nu op boven de 19.000. Er is geen onafhankelijke bevestiging van de cijfers.

In Damascus heroverden regeringstroepen met tanks en helikopters in een tegenoffensief vrijdag al enkele wijken. Gisteren herbezetten ze nog twee wijken. Daarbij schoten ze volgens oppositieactivisten in het district Mezzeh zeker twintig ongewapende jonge mannen dood die ze ervan verdachten de rebellen hulp te hebben geleverd. Ook in de tweede wijk, Barzeh, werden volgens activisten verscheidene jongemannen standrechtelijk geëxecuteerd.

In Aleppo woedden gevechten bij het hoofdkwartier van de inlichtingendienst. Het rebellenoffensief hier zou het werk zijn van een nieuwe groep van ongeveer duizend man. De gelederen van de opstandelingen zijn versterkt door aanhoudende deserties uit het regeringsleger. Toch slagen de rebellen er over het algemeen niet in om gebied vast te houden. Een uitzondering vormen enkele grensposten aan de grens met Turkije en Irak.

Israël maakt zich intussen zorgen dat het Syrische chemische wapenarsenaal in handen komt van de shi’itische Libanese organisatie Hezbollah als het Syrische regime valt. Premier Netanyahu zei gisteren dat Israël dan zal moeten handelen. Minister van Defensie Barak zei dat hij het leger heeft bevolen zich voor te bereiden op een situatie waarin het mogelijk nodig wordt in te grijpen. (AP, Reuters, AFP)