Ongewild de geschiedenis ingesleurd worden

Jan Guillou: Bruggenbouwers. Vertaald uit het Zweeds door Bart Kraamer. Prometheus, 522 blz. € 15,– ****

Meteen na verschijnen in Zweden bereikte de roman Brobyggarna (Bruggenbouwers) de eerste plaats in de lijst van best verkochte boeken. Bruggenbouwers is het eerste deel van een ambitieuze trilogie, getiteld De grote eeuw. In deze epische, breed uitwaaierende roman ontpopt Guillou zich als historicus én romancier, als psycholoog én als kenner van de Europese geschiedenis.

De roman begint met de noodlottige verdrinkingsdood van de beide broers Eriksen op de ruwe zee voor de kust van West-Noorwegen. De openingszin van Bruggenbouwers is koel en feitelijk: ‘De mannen keerden niet terug van zee. Dat was alles. Het was eerder gebeurd en zou opnieuw gebeuren, want dat was het lot van de mensen aan de kust, zowel op Osterøya als op de andere eilanden en aan de andere fjorden.’ Een van de mannen is vader; hij laat drie jongens na en drie meisjes. De jongens heten Lauritz, Oscar en Sverre. De roman volgt hun verdere leven.

Guillou plaatst Bruggenbouwers nadrukkelijk in het eerste deel van de 20ste eeuw. De hoofdstad Oslo heet nog Kristiana. Hoe symbolisch ‘bruggenbouwers’ ook klinkt, we moeten de titel letterlijk nemen. Na de dood van hun vader zoeken de jongens hun toevlucht in de stad en volgen er een technische opleiding. Lauritz en Oscar vallen op door hun briljante resultaten. Ze trekken de aandacht van een Duitse weldoener die hen de opdracht geeft bruggen te bouwen. Oscar krijgt het verzoek in Duits Oost-Afrika overspanningen te maken en Lauritz blijft in Noorwegen. Hij is verantwoordelijk voor een spoorlijn die gepland is van Oslo naar Bergen.

Het Oost-Afrika waar Oscar werkt is in die tijd Duits grondgebied, het huidige Burundi en Rwanda. Zo’n drieduizend Duitsers leveren er strijd met Britse troepen. Oscar staat tussen beide partijen in. Als genieofficier moet hij zelfs massagraven delven. Geleidelijk raakt hij betrokken bij de oorlog aan Duitse zijde, als lid van een sabotagegroep. De bruggenbouwer wordt dynamietexpert.

De beide broers leken voorbestemd een anoniem bestaan te leiden aan de Noorse kust. Van daaruit beginnen hun omzwervingen door de wereld. Twee nietige mensen tegen het decor van de grote wereldgeschiedenis. Dat gegeven vormt de epische reikwijdte van dit majestueuze boek. In deze literaire opzet staat Jan Guillou niet alleen. Het lijkt een trend in hedendaagse Scandinavische romans om persoonlijke levensverhalen te verbinden met de ‘grote geschiedenis’. Neem Oscar: begonnen als idealistische bruggenbouwer om mensen met elkaar te verbinden vindt hij als sabotagespion en dynamietdeskundige zijn tweede roeping. De geschiedenis sleurt hem mee. Ongewild. Een woord dat we vaak in Guillou’s roman tegenkomen.